Strijd tegen de sociale fraude (1): anti-misbruikbepaling bij grensoverschrijdende tewerkstelling in de Europese Unie

Auteur: Peggy Criel
Datum:

De Programmawet van 27 december 2012 heeft een reeks maatregelen ingevoerd met het oog op de bestrijding van sociale fraude. De maatregelen zijn divers en hebben onder andere betrekking op:

  • de bestrijding van rechtsmisbruik in het kader van een grensoverschrijdende tewerkstelling in de Europese Unie;
  • de verstrenging van de reglementering betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers;
  • de bestrijding van wetsontwijking en wetsontduiking.

In deze infoflash bekijken we de maatregelen die werden genomen op het vlak van de bestrijding van rechtsmisbruik in het kader van een grensoverschrijdende tewerkstelling in de Europese Unie.

Wanneer een werknemer door zijn werkgever wordt gedetacheerd naar een andere lidstaat van de Europese Unie of wanneer een werknemer gelijktijdig loontrekkende activiteiten uitoefent in verschillende lidstaten van de Europese Unie wordt de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bepaald door één van de volgende Europese Verordeningen:

  • Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (en zijn toepassingsverordening (EG) nr. 987/2009);
  • Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen (en zijn toepassingsverordening (EEG) nr. 574/72).

De toepassingsvoorwaarden van deze Verordeningen worden verduidelijkt in de Praktische handleiding en aangevuld door de besluiten van de Administratieve commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. 

De Europese wetgeving hanteert het principe dat een werknemer slechts aan de wetgeving van één lidstaat onderworpen is bij een tewerkstelling binnen de Europese Unie. Voor meer info omtrent de problematiek van de  toepasselijke socialezekerheidswetgeving, zie onze infoflash van 14 april 201015 april 2011 en 3 augustus 2012.

Er is sprake van rechtsmisbruik wanneer de bepalingen van de bovenstaande Verordeningen (en de administratieve bepalingen) worden omzeild met de bedoeling om de tewerkstellingssituatie te onttrekken aan de Belgische socialezekerheidswetgeving die toegepast had moeten worden indien de voornoemde bepalingen correct in acht genomen werden.

Voorbeeld 

Een Belgische werknemer, woonachtig in België, wordt als loontrekkende werknemer aangeworven door een Poolse onderneming. Deze onderneming detacheert vervolgens de Belgische werknemer naar België om hier te werken voor een in België gevestigde onderneming. Er bestaat echter geen directe band tussen de Poolse onderneming en de Belgische werknemer. In feite is het de Belgische onderneming die het werkelijke gezag uitoefent over de werknemer.

Indien er in dit voorbeeld sprake zou zijn van een werkelijke detachering, zou de werknemer onderworpen zijn aan de Poolse socialezekerheidswetgeving. De Poolse onderneming heeft echter geen directe band met de Belgische werknemer. Het is in feite de Belgische onderneming die de werkelijke werkgever is van de werknemer. In dat geval moet de werknemer onderworpen worden aan de Belgische socialezekerheidswetgeving. Indien de constructie van detachering werd opgezet met als doel de toepassing van de Belgische socialezekerheidswetgeving te vermijden, is er sprake van rechtsmisbruik.

De anti-misbruikbepaling ingevoerd door de Programmawet van 27 december 2012 geeft de nationale rechter, de bevoegde instellingen van sociale zekerheid (RSZ, RVP, RIZIV, RJV, RKW) en de sociaal inspecteurs de mogelijkheid in geval er een rechtsmisbruik wordt vastgesteld, om de betrokken werknemer te onderwerpen aan de Belgische socialezekerheidswetgeving op voorwaarde dat deze had moeten worden toegepast indien de toepasselijke Verordening en de administratieve bepalingen correct werden in acht genomen.  

Het rechtsmisbruik moet worden bewezen door de bevoegde instellingen van sociale zekerheid of de sociaal inspecteur. Zij moeten aantonen dat degene tegen wie het misbruik wordt ingeroepen de bedoeling had om te ontsnappen aan de toepassing van het op basis van de Verordening (en administratieve bepalingen) toepasselijke socialezekerheidsrecht.

De onderwerping aan de Belgische socialezekerheidswetgeving vangt aan vanaf het ogenblik dat de Belgische socialezekerheidswetgeving van toepassing begon te zijn. Er geldt evenwel een verjaringstermijn van 7 jaar die van toepassing is op ambtshalve regularisaties die opgesteld worden ten gevolge van de vaststelling van bedrieglijke handelingen.

Indien, op basis van de toepasselijke Verordening en de administratieve bepalingen, een socialezekerheidswetgeving van een andere lidstaat had moeten worden toegepast, zal de bevoegde instelling van sociale zekerheid of de sociaal inspecteur de bevoegde instelling van die Staat inlichten.

 (*) De bepalingen uit deze infoflash zijn eveneens van toepassing met betrekking tot Zwitserland, Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Bronnen: Programmawet (1) van 27 december 2012, B.S. 31 december 2012.

Auteur: Peggy Criel

27/02/2013