Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT): herwaarderingscoëfficiënt 2016

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Naar jaarlijkse gewoonte bepaalt de Nationale Arbeidsraad of de bedrijfstoeslagen en het grensbedrag van het referteloon voor het SWT moeten worden aangepast met een coëfficiënt die gebaseerd is op de ontwikkeling van de regelingslonen. Nadat in 2015 werd beslist geen herwaarderingscoëfficiënt toe te passen, wordt op 1 januari 2016 opnieuw een herwaarderingscoëfficiënt toegepast.

Aanpassing van de bedrijfstoeslag

De herwaarderingscoëfficiënt wordt enkel op de bedrijfstoeslag toegepast en varieert naargelang de maand van het referteloon dat als basis wordt genomen voor de berekening van de bedrijfstoeslag (over het algemeen de maand voor het begin van het SWT).

De herwaarderingscoëfficiënt wordt als volgt vastgelegd vanaf 1 januari 2016:

Maandloon dat als basis werd genomen voor de berekening van de bedrijfstoeslag

Herwaarderingscoëfficiënt vanaf 01.01.2016

voor januari 2015

x 1,0016

januari, februari, maart 2015

x 1,0012

april, mei, juni 2015

x 1,0008

juli, augustus, september 2015

x 1,0004

oktober, november, december 2015

geen aanpassing

Opmerking: de wettelijke bedrijfstoeslag wordt altijd aangepast volgens de coëfficiënt. De aanpassing van de buitenwettelijke bedrijfstoeslag hangt af van de bepalingen van de overeenkomst.

Referteloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag

Het brutoloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de bedrijfstoeslag is sedert 1 januari 2016 vastgelegd op:

Voltijds SWT

Halftijds brugpensioen

€ 3.786,74

€ 1.893,37

Aanpassing van de drempels voor de inhouding van 6,5 % ten laste van de werkloze met bedrijfstoeslag

Op het totaalbedrag van het SWT (werkloosheidsuitkeringen + bedrijfstoeslag + eventueel buitenwettelijke bedrijfstoeslag) worden niet de gebruikelijke sociale bijdragen berekend. Er gebeurt een sociale inhouding van 6,5% op die bestemd is voor de RSZ en berekend wordt op het totaalbedrag van de werkloosheidsuitkering en de (wettelijke en buitenwettelijke) bedrijfstoeslag.

De toepassing van die inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het SWT onder bepaalde drempels zakt. 

Sinds 1 januari 2016 zijn de drempels voor de toepassing van deze inhoudingen in geval van conventioneel SWT (cao nr. 17) of halftijds brugpensioen (cao nr. 55) als volgt bepaald:

Datum van toepassing

Werkloze met bedrijfstoeslag zonder persoon ten laste (€/maand) (1)

Werkloze met bedrijfstoeslag met persoon ten laste (€/maand) (1)

cao nr. 17

cao nr. 55

cao nr. 17

cao nr. 55

01.01.2016

€ 1.361,27

€ 680,64

€ 1.639,68

€ 819,84

01.01.2013

€ 1.359,10

€ 679,55

€ 1.637,06

€ 818,53

Noot De inhouding van 6,5 % zal beperkt of niet doorgevoerd worden wanneer de toepassing van deze (volledige) inhouding tot gevolg heeft dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering + de bedrijfstoeslag onder het minimumbedrag zakt dat hierboven werd weergegeven volgens de gezinslasten.

(1) Het begrip 'persoon ten laste' (in de zin van de werkloosheidsreglementering) wordt exclusief bepaald door de RVA op basis van een document dat wordt overgemaakt aan de werkgever. Zo niet wordt verondersteld dat de werkloze met bedrijfstoeslag geen personen ten laste heeft.

Bron: www.cnt-nar.be

Auteur: Peggy Criel

21/01/2016