Starterjobs voor jongeren vanaf 1 juli 2018

Auteur: Els Poelman
Datum:

Degressieve jongerenlonen zijn in het algemeen verdwenen in de sectorale barema’s. Ze worden weer ingevoerd onder de vorm van starterjobs: een nieuwe maatregel die de loonkost van jongeren met beperkte beroepservaring moet verlagen.

IN EEN NOTENDOP

In een starterjob behoudt de jongere het nettoloon dat hij/zij normaal zou verdienen, terwijl de werkgever toch een lagere loonkost geniet. Dit gebeurt in drie stappen:

  1. Het bruto baremaloon van de jongere wordt verminderd met een percentage afhankelijk van de leeftijd
  2. Om het netto verlies (wegens het lagere bruto) te compenseren betaalt de werkgever een maandelijkse netto toeslag
  3. Die netto toeslag wordt omgezet in een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing

VOORWAARDEN WERKGEVER

Starterjobs zijn voorbehouden aan werkgevers die:

  • onder de cao-reglementering vallen (Wet van 5 december 1968 op de cao’s en de paritaire comités)
  • hun min-21 jarigen betalen op niveau van het toepasselijk sectoraal barema

Werkgevers die hun min-21 jarigen een hoger loon toekennen dan het sectoraal barema vallen buiten de maatregel, omdat de wetgever oordeelt dat zij voor deze leeftijdsgroep sowieso een hogere loonkost aanvaarden.

VOORWAARDEN JONGERE

De werknemer voldoet gelijktijdig aan deze voorwaarden:

  1. jonger dan 21 jaar (een starterjob is niet meer toepasbaar vanaf de maand van de 21e verjaardag)
  2. aangeworven ten vroegste op 1 juli 2018
  3. aangeworven met een “onvoldoende” beroepservaring
  4. aangeworven met een startbaanovereenkomst type 1, d.i. een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst zonder luik vorming – een clausule m.b.t. de vermindering van het brutoloon en de netto toeslag moet in de overeenkomst staan
  5. aangeworven met een theoretisch brutoloon (zonder de vermindering starterjob) niet hoger dan het sectoraal minimumloon
  6. de dag voor de aanwerving ingeschreven als werkzoekende bij de bevoegde Gewestelijke instelling

Komen niet in aanmerking: leerovereenkomsten, jongeren in een systeem van alternerend leren, studentenovereenkomsten.

ONVOLDOENDE BEROEPSERVARING

Er is onvoldoende beroepservaring als de jongere in het zesde tot en met derde kwartaal voorafgaand aan het aanwervingskwartaal hoogstens één kwartaal een tewerkstelling had groter dan 80% van een voltijdse job, bij om het even welke werkgever en in om het even welke sector. De evaluatie van het beroepsverleden gebeurt door de RSZ bij de registratie van de dimona.

Voorbeeld

Jongere aangeworven op 1 oktober 2018.

De referteperiode (zesde tot en met derde kwartaal voor aanwervingskwartaal) is het tweede kwartaal 2017 tot en met eerste kwartaal 2018. Als de jongere in die referteperiode minstens twee kwartalen een tewerkstelling had groter dan 80% van een voltijdse job, is een starterjob niet mogelijk.

Niet alle prestaties aanwezig in de geregistreerde aangiftes tellen mee.

Worden NIET meegeteld, prestaties aangegeven:

  • in een flexijob;
  • als leerling;
  • als student binnen het contingent dat dient voor de solidariteitsbijdrage;
  • als beperkt onderworpen jongere tot 31.12 jaar 18e verjaardag;
  • als gelegenheidswerknemer in de land- en tuinbouw, aangegeven met het goedkoop dagforfait

DE VERGOEDING VAN DE JONGERE

De jongere krijgt een verlaagd brutoloon, aangevuld met een netto toeslag.

Het verlaagd brutoloon

Het basis brutoloon van de jongere is het sectoraal baremaloon, verminderd met een percentage afhankelijk van de leeftijd op het einde van de betrokken maand

Leeftijd einde maand

% vermindering

< 19

18 %

19

12 %

20

6 %

De netto toeslag

Omdat de jongere geen netto verlies mag hebben, is de werkgever een maandelijkse netto toeslag verschuldigd. Dat is een forfaitair maandbedrag afhankelijk van de leeftijd van de jongere en van de hoogte van het normaal voltijds baremaloon. De details over de berekening van de toeslag zullen geregeld worden in een Koninklijk Besluit.

VRIJSTELLING DOORSTORTING BEDRIJFSVOORHEFFING

De netto toeslag mag de loonkost van de werkgever niet verhogen, en wordt omgezet in een nieuwe vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Principes

  • de som van de netto-toeslagen is het bedrag aan vrijgestelde bedrijfsvoorheffing
  • de vrijstelling wordt aangerekend op de globale massa aan bedrijfsvoorheffing in de onderneming, dus niet enkel op de bedrijfsvoorheffing van de starterjobs
  • deze vrijstelling komt laatste in rang, na verrekening van alle andere toepasbare vrijstellingen bedrijfsvoorheffing

Overdracht binnen eenzelfde kalenderjaar

Als in een bepaalde maand de beschikbare bedrijfsvoorheffing, na toepassing van andere vrijstellingen van doorstorting, kleiner is dan de som van de netto toeslagen wordt het saldo aan netto toeslagen aftrekbaar van de bedrijfsvoorheffing van volgende maanden van hetzelfde kalenderjaa.r

Impact op de aftrekbare beroepskost

Vrijgestelde bedrijfsvoorheffing is niet aftrekbaar als beroepskost. Het saldo aan netto toeslagen dat bij de jaarafsluiting niet kon verrekend worden als vrijgestelde bedrijfsvoorheffing, is wél een aftrekbare beroepskost.

SOCIALE ZEKERHEID EN FISCALITEIT

De jongere wordt aangegeven en verzekerd op basis van het verlaagd brutoloon. Sociale rechten worden dus berekend op het verlaagd brutoloon.

De netto toeslag is niet onderworpen aan sociale bijdragen, en zit niet in de berekeningsbasis voor de uitkeringen. Er is geen personenbelasting verschuldigd (en al evenmin bedrijfsvoorheffing).

Bron: Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (BS 30 maart 2018).

De tekst van het uitvoeringsbesluit dat de netto toeslag moet regelen is nog niet beschikbaar.