Sociale verkiezingen 2016: wat zijn de modaliteiten voor de berekening van het personeelsbestand?

Auteur: Catherine Mairy
Datum:

De sociale verkiezingen zullen plaatsvinden tijdens de periode van 9 mei tot 22 mei 2016 met het oog op de verkiezing van de werknemersvertegenwoordigers:

  • in een comité voor preventie en bescherming op het werk in alle ondernemingen (in de zin van technische bedrijfseenheid) die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers in dienst hadden in de vier kwartalen van 2015;
  • in een ondernemingsraad in alle ondernemingen (in de zin van technische bedrijfseenheid) die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers in dienst hadden in de vier kwartalen van 2015.

De modaliteiten voor de berekening van het personeelsbestand dat tewerkgesteld is in een onderneming kunnen als volgt worden samengevat.

Personen waarvan de tewerkstelling al dan niet in aanmerking komt

Om het personeelsbestand te bepalen dat tewerkgesteld is in een onderneming in de vier kwartalen van 2015, dient rekening te worden gehouden met:

  • de werknemers die in de onderneming tewerkgesteld zijn;
  • en, desgevallend, bepaalde uitzendkrachten die ter beschikking werden gesteld van de (gebruikende) onderneming.

Werknemers tewerkgesteld in de onderneming

De volgende werknemers moeten in aanmerking worden genomen:

  • de personen die aangeworven zijn met een arbeidsovereenkomst;
  • de personen die aangeworven zijn met een leerovereenkomst;
  • de personen die een beroepsopleiding in de onderneming volgen onder het toezicht van de instellingen van de Gemeenschappen die met de beroepsopleiding belast zijn;
  • de onderzoekers aangeworven door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek of door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen evenals door de geassocieerde Fondsen (ze worden beschouwd als werknemers van de instelling waar ze hun onderzoeksopdracht uitoefenen)

en dat zelfs indien ze afwezig zijn wegens (met name) ziekte of een ongeval.

Bepaalde uitzendkrachten die ter beschikking werden gesteld van de (gebruikende) onderneming

Ook de uitzendkrachten die ter beschikking werden gesteld van de (gebruikende) onderneming moeten in aanmerking worden genomen, op voorwaarde evenwel dat ze geen vaste werknemers vervangen waarvan de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst is.

Uitsluitingen

Worden daarentegen niet als werknemers 'bij hun werkgever' beschouwd:

  • werknemers met een vervangingsovereenkomst die werd gesloten overeenkomstig de bepalingen van artikel 11ter van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978;
  • de uitzendkrachten.

Berekenen van het personeelsbestand

Berekenen van het (gemiddelde) aantal werknemers tewerkgesteld in de onderneming

Het gemiddelde aantal werknemers dat tewerkgesteld is in een onderneming in 2015 wordt als volgt bepaald:

  • het totale aantal kalenderdagen van iedere periode die aanvangt op de datum van indiensttreding en eindigt op de datum van uitdiensttreding, zoals voor elke werknemer meegedeeld in het DIMONA-systeem tijdens de vier kwartalen van 2015, wordt gedeeld door 365;
  • voor de werknemers die uitgesloten worden uit het DIMONA-systeem, wordt het totaal van de kalenderdagen waarop elk van deze werknemers ingeschreven werd in het algemeen personeelsregister (of in elk ander document ter vervanging ervan) tijdens de vier kwartalen van 2015, gedeeld door 365;
  • wanneer het werkelijke uurrooster van een werknemer niet de 3/4 bereikt van het uurrooster dat het zijne zou geweest zijn als hij voltijds was tewerkgesteld, wordt het totaal van de kalenderdagen waarop hij aangegeven werd in het DIMONA-systeem of, als hij niet onderworpen is aan het DIMONA-systeem, het totaal van de kalenderdagen waarop hij in het personeelsregister (of in elk ander document ter vervanging ervan) ingeschreven werd, gedeeld door 2.

Berekenen van het (gemiddelde) aantal uitzendkrachten dat ter beschikking werd gesteld van de (gebruikende) onderneming

De gebruikende onderneming moet een bijlage bij het personeelsregister of een 'personeelsregister voor uitzendkrachten' bijhouden tijdens het vierde kwartaal van 2015.

Het ‘personeelsregister voor uitzendkrachten’ moet voor elke uitzendkracht die ter beschikking wordt gesteld van de gebruiker, het volgende vermelden:

  • zijn inschrijvingsnummer; iedere uitzendkracht krijgt in het register een nummer toegewezen volgens een doorlopende nummering, in de chronologische volgorde van zijn terbeschikkingstelling bij de gebruiker;
  • zijn naam en voornaam;
  • het begin van het ter beschikking stellen;
  • het einde van het ter beschikking stellen;
  • het uitzendbureau dat hem tewerkstelt;
  • zijn wekelijkse arbeidsduur.

Het gemiddelde van de uitzendkrachten dat ter beschikking werd gesteld van de (gebruikende) onderneming wordt als volgt berekend:

  • het totaal aantal kalenderdagen dat elke uitzendkracht (die geen vaste werknemer vervangt waarvan de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is geschorst) is ingeschreven geweest in de bijlage bij het personeelsregister (= ‘personeelsregister voor uitzendkrachten’) gedurende het vierde kwartaal van 2015, wordt gedeeld door 92;
  • wanneer het werkelijke uurrooster van een uitzendkracht niet 3/4 bereikt van het uurrooster dat het zijne zou geweest zijn als hij voltijds was tewerkgesteld, wordt het totaal van de kalenderdagen waarop hij in de bijlage bij het personeelsregister (= ‘personeelsregister voor uitzendkrachten’) ingeschreven werd, gedeeld door 2.

Volg onze blog over de sociale verkiezingen.

Bron: Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen.

Auteur: Catherine Mairy

21/09/2015