Sociale bijdragen voor zelfstandigen: ingrijpende wijziging van de berekening

Auteur: Luc Tilman
Datum:

Vanaf 1 januari 2015 zullen de sociale bijdragen van zelfstandigen berekend worden op hun inkomsten van het lopende jaar en niet langer op hun inkomsten van drie jaar geleden. Het principe is eenvoudig: zodra de zelfstandige minder verdient, betaalt hij ook minder. De bedoeling van de nieuwe berekeningswijze is bescherming te bieden aan de zelfstandige die financieel een moeilijke periode doormaakt en het hoofd maar moeilijk boven water kan houden door zware sociale bijdragen, die gebaseerd zijn op het verleden. Meer doorzichtigheid en flexibiliteit dus om beter aan te sluiten bij het dagelijkse leven van zelfstandigen, met name wanneer ze geconfronteerd worden met economische moeilijkheden, gehospitaliseerd moeten worden of in moederschapsrust gaan, ... Maar er moet een juiste schatting gedaan worden om zware regularisaties te vermijden!

Wat verandert er in de praktijk?

Om sociale bescherming te genieten (ziekte- en invaliditeitsverzekering, pensioen, kinderbijslag, ...) betaalt de zelfstandige sociale bijdragen volgens de grootte van de beroepsinkomsten. Momenteel worden deze bijdragen berekend op basis van de inkomsten van drie jaar daarvoor.

Vanaf 1 januari 2015 zullen de belastbare beroepsinkomsten van het jaar zelf als basis dienen voor de berekening van de definitieve bijdragen. En tijdens het jaar zelf zal de zelfstandige een voorlopige bijdrage betalen, die naar boven of naar beneden aangepast kan worden op basis van de geschatte inkomsten voor het jaar zelf. Twee jaar later, op het ogenblik dat de definitieve belastbare inkomsten gekend zijn, zal er een regularisatie plaatsvinden tussen de voorlopige en definitieve bijdragen.

Praktisch voorbeeld:

In 2015 zal het sociaal verzekeringsfonds de zelfstandige vragen om voorlopige bijdragen te betalen die automatisch berekend worden op zijn beroepsinkomsten van 2012. De zelfstandige zal evenwel deze voorlopige bijdragen voortaan naar boven of naar beneden kunnen aanpassen aan zijn inkomsten van 2015. Zodra de inkomsten van 2015 gekend zijn (= in principe in 2017) zal er een regularisatie gebeuren. Tijdens deze regularisatie zullen de voorlopige bijdragen van 2015 worden omgezet in definitieve bijdragen, die berekend worden op de belastbare inkomsten van 2015. 

Waarom de voorlopige bijdragen verhogen?

De zelfstandige kan vragen om zijn voorlopige bijdragen te verhogen indien hij meent dat zijn beroepsinkomsten van het jaar zelf hoger zullen liggen dan 3 jaar geleden en dit op eenvoudig verzoek of via een spontane overschrijving. Zo kan hij eventueel de gevolgen van een latere regularisatie vermijden en ook de hogere bijdragen in zijn belastingaangifte onmiddellijk aftrekken.

Hoe de voorlopige bijdragen verminderen?

De zelfstandige kan ook vragen om zijn voorlopige bijdragen te verlagen. Maar hiervoor moet hij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Hij moet immers aan het sociaal verzekeringsfonds kunnen aantonen aan de hand van 'objectieve elementen' dat zijn beroepsinkomsten in 2015 lager zullen zijn dan die van 2012.  Het sociaal verzekeringsfonds kan de voorlopige bijdragen in dat geval als volgt verminderen:

  • tot de minimale bijdragen van € 729,46 per kwartaal indien de beroepsinkomsten van 2015 lager zijn dan € 12 870,43.
  • tot het dubbele van de minimale bijdragen, namelijk € 1 458,92 per kwartaal, indien de beroepsinkomsten lager zijn dan € 25 740,86.

De vermindering van de voorschotten gebeurt niet op maat maar via drempels. Daarom volstaat het niet dat de inkomsten van de zelfstandige gedaald zijn. Ze moeten lager zijn dan de vastgestelde drempels en die kunnen verschillen per categorie van bijdragen.

En wat als de zelfstandige zijn inkomsten slecht heeft ingeschat?

De zelfstandige die gevraagd heeft om zijn bijdragen te verminderen maar die zijn inkomsten te laag heeft geschat, moet een toeslag betalen. Er zullen bijgevolg vermeerderingen berekend worden op het saldo dat op 31 december van dat jaar nog niet betaald is.

Indien de zelfstandige zijn voorlopige bijdragen te veel verhoogd heeft, zal het saldo aan hem terugbetaald worden maar dan wel zonder vermeerdering.

Andere wijzigingen

  • Vanaf 2015 zullen de beroepsinkomsten van een onvolledig jaar eveneens in aanmerking genomen worden voor de berekening van de sociale bijdragen omdat de inkomsten geëxtrapoleerd zullen worden op jaarbasis.
  • In geval van wijziging van een activiteit in hoofdberoep naar een activiteit in bijberoep (of omgekeerd) in de loop van het jaar, wordt de zelfstandige niet meer beschouwd als een 'starter'. De bijdragen zullen bijgevolg berekend worden op de totale beroepsinkomsten van dat jaar die zowel in hoofdberoep als in bijberoep verworven zijn. 
  • De zelfstandige behoudt de mogelijkheid om een vrijstelling van zijn sociale bijdragen aan te vragen bij het bevoegde comité van de FOD Sociale Zekerheid, indien hij dit nodig acht. Maar in de toekomst kan deze aanvraag enkel nog betrekking hebben op de minimumbijdrage voor een activiteit in hoofdberoep en op het gedeelte dat deze overschrijdt, op voorwaarde dat de belastbare beroepsinkomsten van het lopende jaar niet meer bedragen dan +/- € 25 000.
  • De aanvrager moet een zo nauwkeurig mogelijke schatting doen van zijn beroepsinkomsten van het jaar van de aanvraag en de inkomsten van de 2 voorgaande jaren.  Om een nauwkeurige schatting te stimuleren, voorziet de wet een verhoging van 20 % van het plafond van € 25.000 op voorwaarde dat de zelfstandige zijn inkomsten tot op 20 % nauwkeurig geschat heeft.
  • Een gevolg van de hervorming van de sociale bijdragen is dat de zelfstandigen nog regularisaties zullen ontvangen na de stopzetting van hun activiteit. Om dit op te vangen kunnen zelfstandigen die met pensioen gaan en hun activiteiten stopzetten ervoor kiezen om hun bijdragen niet te regulariseren voor het jaar waarin ze met pensioen gaan en de 3 voorgaande jaren. Dit uitzonderingssysteem loopt tot 1 januari 2019 maar kan bij koninklijk besluit verlengd of opgeschort worden. 

Auteur: Luc Tilman

09/12/2014