Schijnzelfstandige… op eigen risico!

Auteur: Luc Tilman
Datum:

Vanaf het begin moet goed nagedacht worden over de manier
waarop een onderneming de samenwerking met een zelfstandige structureert.

Schijnzelfstandigen oefenen hun activiteit uit onder het
statuut van zelfstandige, terwijl ze in werkelijkheid onder het gezag van een
werkgever werken. Ze zouden dus normaal als werknemers moeten worden beschouwd,
waarvoor hun werkgever werkgeversbijdragen moet 
betalen en de verplichtingen naleven die verbonden zijn aan een
arbeidsovereenkomst. Deze vorm van sociale fraude heeft een grote weerslag op
de openbare financiën. Er kunnen dan ook zware straffen volgen.

Welke criteria bepalen het statuut (zelfstandige of
werknemer) en welke sancties kunnen worden opgelegd?

Het principe van 'de wil van de partijen'

De wetgeving over het sociaal statuut van de zelfstandigen bepaalt dat elke
natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent zonder
arbeidsovereenkomst of zonder het statuut van ambtenaar, beschouwd wordt als
zelfstandige. Deze definitie dateert uit de jaren zestig en sindsdien is de
bedrijfswereld wezenlijk veranderd!

De wet gaat uit van het principe van de wilsautonomie van
de partijen: ze kiezen vrij de aard van hun arbeidsrelatie, maar de realiteit
moet wel overeenstemmen met de wil die ze uitdrukken in de
samenwerkingsovereenkomst. De wetgever bevestigt zo dat eerst en vooral
rekening moet worden gehouden met de kwalificatie die de partijen aan hun
arbeidsrelatie hebben gegeven. Men mag echter geen rekening houden met de
kwalificatie die in de overeenkomst werd gegeven indien de verschillende
contractuele elementen strijdig zijn met de kwalificatie of indien de
uitvoering van het contract strijdig is met deze kwalificatie.

De wet stelt vier algemene criteria vast om te beoordelen
of er al dan niet sprake is van een gezagsverhouding, namelijk:

  • de wil
    van de partijen zoals die in de overeenkomst werd uitgedrukt, voor zover die
    overeenstemt met de concrete uitvoering van de arbeidsrelatie;
  • de
    vrijheid van organisatie van de werktijd, waarbij de vrijheid in het
    organiseren van de werktijd een maatstaf van onafhankelijkheid is;
  • de
    vrijheid van organisatie van het werk.  Een
    precieze omschrijving van de te vervullen taken gekoppeld aan het bestaan van
    onderrichtingen en beslissingen van een hiërarchische meerdere wijst op het
    bestaan van een band van ondergeschiktheid;
  • de
    mogelijkheid of niet om een hiërarchische controle uit te voeren. Het feit
    onderworpen te zijn aan een hiërarchische controle wijst op een arbeidsrelatie
    met een werknemer.

Het is dan ook aangewezen om deze verschillende aspecten
expliciet te verduidelijken in de 
samenwerkingsovereenkomst tussen de partijen.

De wettekst
voorziet ook in een lijst van criteria die, apart genomen, niet de
mogelijkheid bieden de arbeidsrelatie adequaat te kwalificeren (bv.:
inschrijving bij de btw-administratie).

Op basis van de algemene criteria en, eventueel,
specifieke criteria voor bepaalde sectoren en beroepen, moet het dus mogelijk
zijn om te bepalen of de uitoefening van een beroepsactiviteit en de
kwalificatie die door de partijen aan die relatie wordt gegeven, op elkaar
afgestemd zijn. Eventueel kan er een herkwalificatie van de arbeidsrelatie
gebeuren en een overeenstemmend systeem van sociale zekerheid worden toegepast.

Voor de volgende sectoren bestaan er specifieke
kwalificatiecriteria :

  • de bewakingsagenten;
  • bepaalde
    bouwwerken;
  • de
    sector van het vervoer van goederen en personen voor rekening van derden;
  • werken
    uitgevoerd door land- en/of tuinbouwondernemingen.

De arbeidsrechtbanken behouden in ieder geval de
soevereine macht om de aard van een bepaalde arbeidsrelatie te beoordelen. De
arbeidsrelatie in de betrokken sectoren wordt weerlegbaar vermoed een
arbeidsovereenkomst te zijn wanneer blijkt dat meer dan de helft van de
volgende criteria zijn vervuld:

  • de
    uitvoerder van de werken loopt geen financieel of economisch risico in zijn
    onderneming
  • de
    uitvoerder heeft geen verantwoordelijkheid en beslissingsmacht over de
    financiële middelen van zijn onderneming
  • de
    uitvoerder heeft geen beslissingsmacht over het aankoopbeleid van zijn
    onderneming;
  • de uitvoerder
    heeft geen beslissingsmacht over het prijsbeleid van zijn onderneming;
  • de
    uitvoerder heeft geen resultaatsverbintenis over de overeengekomen
    arbeid;
  • de uitvoerder heeft een garantie op betaling van een
    vaste vergoeding, ongeacht de bedrijfsresultaten of de omvang van de geleverde
    prestaties;
  • de uitvoerder is zelf geen werkgever van eigen personeel
    of kan geen personeel aanwerven of zich laten vervangen voor de uitvoering van
    het overeengekomen werk;
  • de uitvoerder kan zich niet voordoen als een
    onderneming tegenover andere personen of werkt hoofdzakelijk of gewoonlijk voor
    één medecontractant;
  • de uitvoerder werkt in ruimtes waarvan hij niet de
    eigenaar of de huurder is of werkt met materiaal dat ter beschikking wordt
    gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant.

Een commissie
bestaande uit meerdere kamers is verantwoordelijk voor het nemen van
beslissingen over de kwalificatie van een arbeidsrelatie, op gezamenlijk of
eenzijdig verzoek van de partijen bij deze arbeidsrelatie en indien nodig, vóór
het begin van deze relatie. De beslissingen van de administratieve
commissie gelden voor een periode van drie jaar en zijn vatbaar voor beroep bij
de arbeidsrechtbank.

De RSZ zal contact opnemen met de opdrachtgever - die werkgever
geworden is door de herkwalificatie - voor de betaling van zowel de
persoonlijke als de werkgeversbijdragen op de bezoldigingen die de zelfstandige
in de laatste drie jaar ontvangen heeft. Als er fraude bewezen is, kan deze
termijn verlengd worden tot zeven jaar. Er moet ook rekening worden gehouden
met een vermeerdering van de bijdrage met 10% en verwijlinteresten van 7% per
jaar.

Als de schijnzelfstandige/werknemer bovendien een rechtsvordering
instelt tegen de opdrachtgever/werkgever, moet deze ook de achterstallige
bedragen aan vakantiegeld, eindejaarspremies, opzeggingsvergoeding, loon voor
feestdagen, ... betalen. Daarbij komt nog de mogelijkheid dat administratieve
en strafrechtelijke sancties worden opgelegd. Als de partijen zich echter
binnen zes maanden voegen naar de beslissing van de administratieve commissie,
dan zal geen boete worden toegepast.

Aan de 'geherkwalificeerde' zelfstandige zullen, in
principe, de sociale bijdragen terugbetaald worden, uitgezonderd verjaring.

 

Auteur: Luc Tilman

11/09/2014