Responsabiliseringsbijdrage voor economische werkloosheid: nieuwigheden

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

De werkgevers die overdrijven door veelvuldig gebruik te maken van tijdelijke werkloosheid wegens gebrek aan werk om economische redenen voor hun arbeiders/ leerlingen met een manueel beroep worden bestraft: ze moeten een responsabiliseringsbijdrage betalen aan de RSZ.
De berekening en het ogenblik waarop deze bijdrage geïnd wordt, werd gewijzigd vanaf 1 april 2016. Maar de praktische gevolgen van deze wijzigingen zullen pas effectief van toepassing zijn vanaf 1 januari 2017. De kwartaalbijdrage zal voor de eerste maal verschuldigd zal in het 1e kwartaal van 2017.

Deze wijzigingen zijn niet van toepassing op het specifieke berekeningssysteem van deze bijdrage voor de bouwsector (PC 124 – forfaitaire bijdrage van € 46,31/arbeider of leerling met een manueel beroep per dag economische werkloosheid die in het voorafgaande kalenderjaar de 110 dagen economische werkloosheid overschrijdt).

De jaarlijkse bijdrage wordt een kwartaalbijdrage

We zetten de wijzigingen op een rijtje en vergelijken ze met de huidige situatie.

Soort bijdrage

Tot 31 december 2016

Vanaf 1 januari 2017

Jaarlijks

Driemaandelijks

Referentieperiode

Een kalenderjaar

De periode van 4 kwartalen, d.w.z. het lopende kwartaal (= D0, ten vroegste K1/2017) en de 3 voorgaande kwartalen (D1, D2 en D3)

De bijdrage wordt berekend per leerling die een manueel beroep uitoefent/hand-arbeider waarvoor de werkgever de DmfA heeft uitgevoerd

In de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de jaarlijkse bijdrage wordt meegedeeld

In de loop van het kwartaal waarin de kwartaalbijdrage en de bijdrage van de 3 voorgaande kwartalen wordt meegedeeld

Berekeningswijze van de bijdrage

Er moeten meerdere stappen gevolgd worden om het bedrag te bepalen van de bijdrage die verschuldigd is per arbeider/leerling met een manueel beroep. We wijzen uw aandacht op het feit dat het gaat om een geïndividualiseerde berekening, die uitgevoerd wordt per arbeider/leerling met een manueel beroep.

1e stap: voor de referentiekwartalen ( = lopende kwartaal (D0) en de 3 voorgaande kwartalen (D1, D2 en D3)) het aantal dagen economische werkloosheid bepalen per arbeider/leerling met een manueel beroep. Dit cijfer = S.

2e stap: de waarde van D0, d.w.z. het aantal dagen economische werkloosheid bepalen per arbeider/leerling met een manueel beroep voor het lopende kwartaal.

3e stap: de waarde bepalen van Y:

Waarde van Y

Waarde van S

Y = 0

Indien S 110

Y = 20

Indien 110 < S ≤ 130

Y = 40

Indien 130   < S 150

Y = 60

Indien 150 < S ≤ 170

Y = 80

Indien 170 < S 200

Y = 100

Indien S > 200

4e stap: het bedrag bepalen van de bijdrage verschuldigd per arbeider/leerling met een manueel beroep via de volgende formule: D0 x Y

De bijdrage stijgt dus in functie van het aantal aangegeven dagen economische werkloosheid.

Voorbeeld: een arbeider wordt economisch werkloos gesteld:

  • 25 dagen in DO ( = het lopende kwartaal);
  • 40 dagen in D1 (= K-1);
  • 25 dagen in D2 (= K-2);
  • 25 dagen in D3 (= K-3);

= 115 dagen (= S)

Indien S = 115, de waarde van Y = 20.

De responsabiliseringsbijdrage voor het lopende kwartaal voor deze arbeider = D0 x Y = 25 x 20 = € 500

Bron: wet van 16 mei 2016 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, artikelen 26 & 27, B.S. 23 mei 2016.

Auteur: Anne Ghysels

21/06/2016