Responsabiliseringsbijdrage economische werkloosheid: versterking vanaf het eerste kwartaal 2017

Auteur: Els Poelman
Datum:

Vanaf 2017 wordt de responsabiliseringsbijdrage op een andere manier berekend, en geïnd per kwartaal. De nieuwe berekeningswijze zal leiden tot een hogere bijdrage.

KORTE HISTORIEK

De overheid wil werkgevers sensibiliseren tegen overbenutting van tijdelijke werkloosheid, via een “resonsabiliseringbijdrage” ten laste van ondernemingen wiens economische werkloosheid een bepaalde norm overschrijdt.

Het gaat uitsluitend om werkloosheid wegens economische reden van arbeiders en leerlingen-arbeiders, dus niet om tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer/technische stoornis/overmacht en al evenmin om economische werkloosheid bedienden.

De bijdrage bestaat sinds 2005 voor de bouwsector en werd in 2012 uitgebreid naar alle sectoren.

Tot 2016 ging het om een jaarlijkse bijdrage, berekend door de RSZ zelf en dus niet aanwezig in de dmfa. Vanaf 2017 wordt het een kwartaalbijdrage, berekend door het sociaal secretariaat en aangegeven in de dmfa. Tegelijk wordt een nieuwe berekeningswijze ingevoerd, die de opbrengst van de bijdrage moet versterken.

De nieuwe berekening resp. aangifte geldt niet voor de bouwsector: daar blijft ook na 2016 alles bij het oude.

ALLE SECTOREN BEHALVE DE BOUWSECTOR – NIEUWE KWARTAALBIJDRAGE VANAF 2017

De bijdrage wordt berekend per kwartaal en per arbeider - samengevat:

Een dagbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen economische werkloosheid. Dat dagbedrag wordt bepaald op basis van het aantal werkloosheidsdagen in het betrokken kwartaal en de drie voorafgaande kwartalen. Hoe meer werkloosheidsdagen in die periode, hoe hoger het dagbedrag.

Dagbedrag

Alle dagen economische werkloosheid, voor betrokken arbeider aangegeven in het huidig kwartaal en de drie voorafgaande kwartalen (referteperiode), worden samengeteld. Afhankelijk van het eindresultaat wordt het dagbedrag bepaald:

aantal dagen economische werkloosheid

dagbedrag in €

tot en met 110

-

111 tot 130

20,00

131 tot 150

40,00

151 tot 170

60,00

171 tot 200

80,00

meer dan 200

100,00

Voor de evaluatie van de referteperiode blijft 110 dagen de norm: voor arbeiders met maximum 110 werkloosheidsdagen in de referteperiode is er in het huidig kwartaal geen bijdrage.

Kwartaalbijdrage van het huidig kwartaal

De kwartaalbijdrage voor betrokken arbeider is het dagbedrag, vermenigvuldigd met diens dagen economische werkloosheid in het huidig kwartaal.

Voorbeeld – kwartaalbijdrage voor een arbeider in het eerste kwartaal 2017

Referteperiode: tweede kwartaal 2016 tot en met eerste kwartaal 2017

Aantal dagen economische werkloosheid aangegeven voor deze arbeider:

Tweede kwartaal 2016: 25

Derde kwartaal 2016: 30

Vierde kwartaal 2016: 30

Eerste kwartaal 2017: 50

→ Totaal: 135

Dagbedrag: € 40,00

Kwartaalbijdrage 1/2017 voor deze arbeider: € 40 (dagbedrag) x 50 (werkloosheidsdagen 1/2017) = € 2.000,00

Welke impact heeft de nieuwe berekeningswijze?

Het resultaat van de vier afzonderlijke kwartaalberekeningen zal algauw hoger uitkomen dan het afgevlakte jaarresultaat van vroeger.

Waarom?

  • Eens de toegelaten grens van 110 werkloosheidsdagen overschreden in de referteperiode, wordt de bijdrage berekend op alle werkloosheidsdagen van het huidige kwartaal ook als die dagen op zich geen overschrijding veroorzaken. Tot 2016 waren 110 dagen per jaar gevrijwaard van de bijdrage, vanaf 2017 dus niet meer.
  • In eenzelfde kwartaal is er slechts één dagbedrag: het hoogste dagbedrag dat hoort bij de globale overschrijding in de referteperiode. Tot 2016 evolueerde het dagbedrag progressief met de mate van overschrijding.
  • Een kwartaal met relatief veel werkloosheidsdagen kan de bijdrage naar omhoog duwen gedurende vier kwartalen.

Toegepast op het voorbeeld van hiervoor:

  • De bijdrage 1/2017 wordt berekend voor alle 50 werkloosheidsdagen van het kwartaal, terwijl in de referteperiode slechts 25 dagen (135 – 110) boven de toegelaten grens liggen. Het dagbedrag is meteen € 40,00 voor alle werkloosheidsdagen, terwijl er voorheen altijd een schijf was met € 20,00. De vroegere berekening toegepast op deze vier kwartalen zou een jaarbijdrage geven van € 600,00 – nu hebben we al € 2.000,00 voor één kwartaal.
  • Het eerste kwartaal 2017 zit ook nog in de referteperiode voor de bijdrage van het tweede, derde en vierde kwartaal 2017. Zolang de (relatief) hoge werkloosheid van dit éne kwartaal het aantal werkloosheidsdagen in een hogere schijf brengt, zal ook het dagbedrag van de volgende kwartalen hoger zijn.

BOUWSECTOR (P.C. 124) – VOORTZETTING JAARLIJKSE BIJDRAGE

Hier wijzigt niets: de bijdrage wordt verder berekend per kalenderjaar, en is voorwerp van een debetbericht opgesteld door de RSZ.

Er is een bijdrage voor elke arbeider met meer dan 110 dagen economische werkloosheid in het kalenderjaar, maar er is slechts één dagbedrag.

rangorde werkloosheidsdag

bijdrage per werkloosheidsdag

111e en volgende

€ 46,31

Voorbeeld

Arbeider met 195 dagen economische werkloosheid in 2016

Jaarbijdrage 2016: € 46,31 x (195 – 110) = € 3.936,35

ONDERNEMINGEN IN MOEILIJKHEDEN

De Minister van Werk kan beslissen om voor ondernemingen in moeilijkheden (erkend in het kader van werkloosheid met bedrijfstoeslag) de bijdrage te halveren, voor het jaar van de erkenning en evt. het daaropvolgende jaar.

PRAKTISCH

Andere sectoren dan de bouwsector

  • In de loop van december 2016 berekent de RSZ voor het laatst de jaarlijkse bijdrage, op basis van de vier kwartaalaangiftes van 2015. Het resultaat wordt in een elektronisch bestand meegedeeld aan het sociaal secretariaat, dat de bijdrage factureert aan betrokken klanten
  • Vanaf het eerste kwartaal 2017 berekent en factureert het sociaal secretariaat de kwartaalbijdrage bij elke kwartaalafsluiting, en plaatst het resultaat in de dmfa.

Werkgevers met bijdrageplicht mogen dus een aanrekening verwachten in december 2016 (op basis van de vier kwartalen 2015) en opnieuw bij elke kwartaalafsluiting vanaf 1/2017 (op basis van het huidig kwartaal en de drie voorafgaande).

Bouwsector

De RSZ berekent de jaarlijkse bijdrage en bezorgt het elektronisch bestand met de resultaten aan het sociaal secretariaat, telkens in september.  De eerstvolgende inning gebeurt in september 2017, op basis van de vier kwartaalaangiftes van 2016.

Bron: Wet van 28 juni 1981, art. 38 § 3sexies zoals gewijzigd door de Wet van 16 mei 2016 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken ; Zie hierover ook onze Infoflash van 21 juni 2016.

Auteur: Els Poelman

01/12/2016