Recht op aanvullende vakantie: ook na deeltijds ouderschapsverlof

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

De werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert in het kader van ouderschapsverlof kan voortaan, na afloop hiervan, aanspraak maken op dagen aanvullende vakantie. 

Voordien werd alleen de werknemer die het werk hervat had na een volledige schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst in het kader van ouderschapsverlof beschouwd als een werknemer die 'een activiteit hervat heeft' en daarom dagen aanvullende vakantie kon genieten.  

Deze aanpassing van de regelgeving betreffende de aanvullende vakantie, waarin voorzien wordt door het Koninklijk Besluit van 30 augustus 2013, brengt het Belgisch recht in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2010/18/EU. 

Ze treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 april 2012. 

=> Deeltijdse werknemers die hun arbeidstijd verhogen, hebben onder bepaalde voorwaarden ook recht op dagen aanvullende vakantie. Raadpleeg onze Infoflash van 23 september 2013 voor meer info. 

De regelgeving betreffende de aanvullende vakantie is van kracht sinds 1 april 2012. Ze kent aan de werknemers die een activiteit beginnen het recht op vakantiedagen toe (ook wel dagen 'aanvullende vakantie' genoemd) vanaf het eerste jaar van het begin van de activiteit.
Aan de werknemers die een activiteit hervatten na een periode van volledige schorsing van de overeenkomst die niet gelijkgesteld is voor het recht op wettelijke vakantie (bv. tijdskrediet, ouderschapsverlof, enz.) biedt ze ook de mogelijkheid om aanspraak te maken op dagen aanvullende vakantie (al dan niet ter aanvulling van wettelijke vakantiedagen). Zo kunnen deze werknemers toch 4 volledige weken vakantie genieten. 

De werknemer die na een periode van volledige schorsing van zijn arbeidsovereenkomst in het kader van ouderschapsverlof opnieuw prestaties levert in hetzelfde arbeidsstelsel als vóór zijn ouderschapsverlof, wordt met name beschouwd als een werknemer die 'een activiteit hervat heeft'. Aangezien ouderschapsverlof niet gelijkgesteld wordt voor het recht op wettelijke vakantie, zal hij geen aanspraak kunnen maken op een volledig recht op wettelijke vakantie (4 weken) in het jaar volgend op het jaar waarin hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft uitgeoefend. Deze werknemer zal dus dagen aanvullende vakantie kunnen genieten ter aanvulling van de dagen wettelijke vakantie waarop hij recht heeft. 

Voorbeelden: 

Een voltijdse werknemer die zijn prestaties in 2013 gedurende 4 maanden volledig geschorst heeft in het kader van ouderschapsverlof, kan geen aanspraak maken op 4 weken wettelijke vakantie in 2014. Ouderschapsverlof wordt immers niet gelijkgesteld voor het recht op wettelijke vakantie. Hij zal daarentegen dagen aanvullende vakantie kunnen genieten ter aanvulling van zijn recht op wettelijke vakantie. 

Als deze werknemer zijn 4 maanden ouderschapsverlof 'gespreid' neemt over 2013 en 2014 (bv. van 1 november 2013 tot 28 februari 2014), dan zal hij zowel in 2014 als in 2015 geen aanspraak kunnen maken op 4 weken wettelijke vakantie. Ouderschapsverlof wordt immers niet gelijkgesteld voor het recht op wettelijke vakantie. Hij zal daarentegen zowel in 2014 als in 2015 dagen aanvullende vakantie kunnen genieten ter aanvulling van zijn recht op wettelijke vakantie. 

De werknemer die in het kader van ouderschapsverlof zijn prestaties vermindert (met 1/2 of 1/5) heeft voortaan ook recht op dagen aanvullende vakantie. Hij kan nu aanspraak maken op dagen aanvullende vakantie ter aanvulling van de dagen wettelijke vakantie waarop hij recht heeft. 

Voorbeelden: 

Een voltijdse werknemer die zijn prestaties in 2013 gedurende 8 maanden verminderd heeft tot een halftijdse baan in het kader van ouderschapsverlof, kan geen aanspraak maken op 4 weken wettelijke vakantie in 2014. Ouderschapsverlof wordt immers niet gelijkgesteld voor het recht op wettelijke vakantie. Hij zal daarentegen dagen aanvullende vakantie kunnen genieten ter aanvulling van zijn recht op wettelijke vakantie. 

Als deze werknemer zijn 8 maanden halftijds ouderschapsverlof 'gespreid' neemt over 2013 en 2014 (bv. van 1 september 2013 tot 30 april 2014), dan zal hij zowel in 2014 als in 2015 geen aanspraak kunnen maken op 4 weken wettelijke vakantie. Ouderschapsverlof wordt immers niet gelijkgesteld voor het recht op wettelijke vakantie. Hij zal daarentegen zowel in 2014 als in 2015 dagen aanvullende vakantie kunnen genieten ter aanvulling van zijn recht op wettelijke vakantie. 

Bron: Koninklijk Besluit van 30 augustus 2013 houdende wijziging van artikel 3bis van het Koninklijk Besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het ouderschapsverlof betreft, B.S. 17 september 2013. 

Auteur: Catherine Legardien

24/09/2013