Provisie vakantiegeld 2018

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Naar jaarlijkse gewoonte heeft het VBO aan de FOD Financiën de maximumbedragen voorgesteld van de als beroepskost aftrekbare voorziening voor vakantiegeld 2018 die in de balansen op 31 december 2017 mogen worden geboekt.

De volgende maximumbedragen voor de voorziening van het vakantiegeld 2018 werden voorgesteld door het VBO:

  • 18,20 % van de vaste en veranderlijke bezoldigingen die in 2017 zijn toegekend aan bedienden die het voordeel van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers genieten, verminderd met het aanvullend vakantiegeld dat in 2017 is toegekend (1). Er moet enkel rekening worden gehouden met de normale en periodieke bezoldigingen, met uitsluiting van het vakantiegeld en de eindejaarspremie. Door de daling van de werkgeversbijdragen in 2018 naar aanleiding van de taxshift, is het percentage gedaald met 0,4 in vergelijking met vorig jaar;
  • 10,27 % van 108/100 van de lonen die in 2017 zijn toegekend aan arbeiders en leerlingen die het voordeel van diezelfde wetgeving genieten.

De percentages gelden onder voorbehoud van goedkeuring door de FOD Financiën. Eenmaal goedgekeurd, worden de bedragen geboekt met het oog op het betalen van het vakantiegeld 2018 beschouwd als beroepskosten mits de bovenstaande grenzen worden gerespecteerd.

Opmerking: Het flexiloon en het flexivakantiegeld dat in 2017 werd toegekend aan flexi-jobwerknemers uit de horecasector wordt niet opgenomen in de berekeningsgrondslag. De werkgever moet immers het flexivakantiegeld samen met het flexiloon uitbetalen.

(1) Het betreft het vakantiegeld voor de dagen waarop bedienden aanvullende vakantie hebben genomen omdat zij bij aanvang of hervatting van de activiteit nog geen recht hadden op gewone vakantie. Dat aanvullende vakantiegeld stemt overeen met het gewone loon voor de genomen dagen aanvullende vakantie en wordt gefinancierd door een voorafname op het wettelijk dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.