Privacy op het werk: mag de baas zijn werknemer fouilleren?

Auteur: Lies Planckaert
Datum:

Stel er zijn goederen verdwenen uit het bedrijf
en de werkgever vermoedt diefstal door een werknemer. Mag de werkgever dan de
werknemer (laten) fouilleren om de diefstal te bewijzen? Jawel, dat is mogelijk maar de
organisatie van zo’n controle is strikt gereglementeerd. De werkgever kan dus
niet zomaar alle werknemers fouilleren of hun handtas of rugzak controleren. Een
controle met het oog op preventie of vaststelling van diefstal is bovendien enkel
toegestaan bij het verlaten van de werkplaats of de onderneming.

  1. Verwittiging van de werknemers

Ten laatste bij het betreden van de onderneming of de werkplaats, moeten de
werknemers verwittigd worden van het feit dat er gecontroleerd kan worden op
diefstal.

  1. Controle op basis van steekproeven
    of een vermoeden van diefstal

Controle is mogelijk op basis van steekproeven, waarbij alle werknemers
zonder onderscheid gecontroleerd kunnen worden, of als er een vermoeden is van
diefstal, op basis van de gedragingen van een werknemer of van materiële
aanwijzingen.

Systematische controles zijn enkel mogelijk met de toestemming van de
Minister van Binnenlandse zaken, die slechts onder zeer strikte voorwaarden
wordt toegekend.

  1. Enkel bewakingsagenten mogen
    de controle uitvoeren

De uitgangscontroles kunnen enkel door bewakingsagenten worden uitgevoerd
die daartoe bevoegd zijn en van hetzelfde geslacht als de gecontroleerde. Het
hoeft niet noodzakelijk een externe firma te zijn. De werkgever kan ook een
interne bewakingsdienst organiseren in zijn onderneming. De bewakingsagent zelf
moet weliswaar de juiste opleiding genoten hebben en over de nodige attesten
beschikken om het beroep uit te oefenen.  De werkgever zelf of andere leidinggevenden
mogen de werknemers  niet fouilleren.

  1. De werknemers moeten instemmen
    met de controle 

Als de werkgever een bepaalde werknemer wil laten controleren op basis van
een vermoeden van diefstal, is de individuele
toestemming
van deze werknemer vereist.

Als de controle gebeurt op basis van steekproeven, volstaat een gemeenschappelijke toestemming. Deze
kan blijken uit de verslagen van de ondernemingsraad of het comité voor
preventie en bescherming op het werk (CPBW). In ondernemingen zonder
ondernemingsraad of CPBW, kan de toestemming blijken uit een ondernemings-cao
over diefstalpreventie of het arbeidsreglement van de onderneming.

  1. Enkel relevante en vrijwillig
    voorgelegde goederen kunnen gecontroleerd worden

De uitgangscontrole moet
betrekking hebben op de goederen die de werknemer vrijwillig voorlegt, zoals
een handtas of een rugzak die hij bij zich draagt of op de goederen die zich in
zijn voertuig bevinden. De bewakingsagent mag de werknemer bij het verlaten van
de onderneming slechts oppervlakkig fouilleren door zijn kledij af te tasten.
Vragen dat de werknemer zich zou uitkleden, gaat te ver en schendt de privacy.

  1. Schriftelijke vaststelling
    door de bewakingsagent

De bewakingsagent moet zijn
bevindingen schriftelijk aan de werkgever meedelen en ook de betrokken
werknemer moet een kopie van dit document ontvangen.

Uitgangscontroles zijn
enkel mogelijk als de werknemers op voorhand geïnformeerd worden over de invoering
van deze vorm van diefstalpreventie. De informatie wordt gegeven aan de organen
van de onderneming (ondernemingsraad, of bij ontstentenis aan het CPBW). Zijn
er geen organen in de onderneming, dan worden de vakbondsafgevaardigden
geïnformeerd. Als er ook geen vakbondsafvaardiging is, dan moeten alle
werknemers rechtstreeks geïnformeerd worden.

De informatie heeft
betrekking op:

  • De perimeter van de onderneming of de werkplaats waarbinnen
    controles mogelijk zijn;
  • De diefstalrisico’s in de onderneming of de werkplaats;
  • De maatregelen die al genomen zijn om de risico’s te
    voorkomen of te verhelpen (bijvoorbeeld een geldig ingevoerde camerabewaking);
  • De controlemethodes die gebruikt worden.

Deze informatie wordt
opgenomen in de verslagen van de ondernemingsraad of het CPBW. Als er geen
organen zijn in de onderneming, wordt de informatie opgenomen in een ondernemings-cao
over diefstalpreventie of kan dit geregeld worden in het arbeidsreglement (op
voorwaarde dat de procedure wijziging arbeidsreglement wordt gevolgd). 

Als een werknemer bij een uitgangscontrole
betrapt wordt op diefstal, dan is er een geldig bewijs voor ontslag. Er wordt
een ernstige fout vastgesteld van de werknemer, waardoor er een
vertrouwensbreuk ontstaat tussen de werkgever en zijn werknemer, die de verdere
samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk kan maken. De werknemer kan
met andere woorden ontslagen worden voor een dringende reden. De waarde van het
gestolen goed speelt hierbij geen enkele rol. Het feit dat vaststaat  dat de werknemer gestolen heeft, is
voldoende.  Toch blijft de beoordeling
van een dringende reden altijd een feitenkwestie die aan de soevereine
beoordelingsvrijheid van de arbeidsrechtbank wordt overgelaten.

De weigering om zich te onderwerpen aan  een uitgangscontrole kan als  een vorm van insubordinatie ten aanzien van
de werkgever beschouwd worden. Ze kan in die zin ook aanleiding geven tot ontslag en mogelijks zelf tot een
ontslag om dringende reden. Maar ontslag lijkt in dit geval enkel mogelijk als
de weigering van de werknemer aanhoudend en ongerechtvaardigd is en de controle
rechtmatig werd georganiseerd. Ook in dit geval komt het aan de arbeidsrechter
toe om te feiten te beoordelen en zich uit te spreken over het ontslag om dringende
reden. 

Auteur: Lies Planckaert

26/02/2014