Preventie van psychosociale risico's op het werk: de vertrouwenspersoon

Auteur: Catherine Mairy
Datum:

Sinds 1
september 2014
heeft de reglementering betreffende
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk heel wat
wijzigingen ondergaan. Doel hiervan is een algemeen kader te bepalen voor de
preventie van psychosociale risico's op het werk.

Twee tussenkomende partijen vervullen een
bijzonder belangrijke rol in de preventie van psychosociale risico's op het
werk:

  • enerzijds, de preventieadviseur
    psychosociale aspecten;
  • en, anderzijds, de
    vertrouwenspersoon.

Wanneer de werknemer meent psychische schade
te ondervinden, die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten
gevolge van psychosociale risico's op het werk, waaronder met name geweld,
pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, dan kan hij een verzoek
tot psychosociale interventie richten tot de preventieadviseur psychosociale
aspecten of, in voorkomend geval, tot de vertrouwenspersoon.

In deze Infoflash krijgt u een beknopte voorstelling van de modaliteiten
voor de aanduiding en het statuut van de vertrouwenspersoon.

 => Zie de Infoflash
die gepubliceerd werd op 23 september 2014
over de modaliteiten voor de
aanduiding en het statuut van de preventieadviseur psychosociale aspecten.

Herhaling! Het arbeidsreglement
dient aangepast te worden tegen uiterlijk 28 februari 2015 en moet het volgende
vermelden:

  • de procedures die rechtstreeks
    toegankelijk zijn voor de werknemer die meent schade te ondervinden;
  • de gegevens van de
    preventieadviseur psychosociale aspecten of de dienst voor preventie en
    bescherming op het werk waarvoor deze adviseur zijn opdrachten uitvoert en, in
    voorkomend geval, deze van de vertrouwenspersoon.

=> Bestel de bijlage
bij het arbeidsreglement
met daarin deze nieuwe bepalingen.

De werkgever is niet verplicht een (of
meerdere) vertrouwensperso(o)n(en) (= facultatieve
aanduiding) aan te duiden, behalve
als alle leden vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité voor
preventie en bescherming op het werk (CPBW) of, bij gebrek hieraan, de
vakbondsafvaardiging of, bij gebrek hieraan, de werknemers hierom verzoeken.

De werkgever duidt de vertrouwenspersoon aan
na voorafgaand akkoord van alle leden vertegenwoordigers van de personeelsleden
binnen het CPBW of, bij gebrek hieraan, van de vakbondsafvaardiging of, bij
gebrek hieraan, van de werknemers.

Indien geen voorafgaand akkoord wordt
bereikt en voor hij een beslissing neemt, moet de werkgever het advies vragen
van de directie toezicht op het welzijn op het werk mits de modaliteiten worden
nageleefd waarin het Koninklijk Besluit van 10 april 2014 betreffende de
preventie van psychosociale risico's op het werk voorziet.

Volgt hij dat advies niet, dan deelt de
werkgever de redenen hiervoor mee aan het CPBW of, bij gebrek hieraan, aan de
vakbondsafvaardiging of, bij gebrek hieraan, aan de werknemers.

Opgelet!  

  • Indien de werkgever slechts een
    beroep doet op een preventieadviseur psychosociale aspecten die deel uitmaakt
    van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, moet minstens
    een van de vertrouwenspersonen behoren tot het personeel van de werkgever,
    indien deze meer dan 20 werknemers tewerkstelt.
  • De opdrachten van de
    vertrouwenspersoon kunnen, onder bepaalde voorwaarden, ook uitgeoefend worden:
    • door de preventieadviseur
      psychosociale aspecten;
    • door de preventieadviseur van de
      interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, behalve in de
      ondernemingen met minder dan 20 werknemers waar de functie van
      preventieadviseur wordt uitgeoefend door de werkgever, en behalve ingeval de
      betrokkene zelf of het CPBW hiermee niet akkoord gaat (of, bij gebrek hieraan,
      de vakbondsafvaardiging of, bij gebrek hieraan, de werknemers). 
  • De vertrouwenspersoon mag geen enkel
    nadeel ondervinden van zijn activiteiten als vertrouwenspersoon; hij geniet
    bovendien een bijzondere bescherming in geval van verwijdering uit zijn
    functie.

Opleiding

De werkgever dient de
nodige maatregelen te treffen opdat de vertrouwenspersoon, binnen de 2 jaar die
volgen op zijn aanstelling, beschikt over de vaardigheden en kennis die nodig
zijn voor de uitoefening van zijn opdrachten, met name inzake:

  • het welzijnsbeleid binnen de
    onderneming;
  • de preventie van psychosociale
    risico's op het werk;
  • gesprekstechnieken;
  • de beheersing van
    probleemsituaties.

Onverenigbaarheden

De vertrouwenspersoon kan niet:

  • tegelijkertijd de functie van
    preventieadviseur bevoegd voor arbeidsgeneeskunde uitoefenen;
  • werkgeversafgevaardigde,
    (kandidaat-)personeelsafgevaardigde zijn in de ondernemingsraad of in het CPBW,
    noch deel uitmaken van de vakbondsafvaardiging wanneer hij deel uitmaakt van
    het personeel van de onderneming waar hij zijn functie uitoefent;
  • deel uitmaken van het leidinggevend
    personeel; onder 'leidinggevend personeel' verstaan we personen belast met het
    dagelijks beheer van de onderneming, die gemachtigd zijn de werkgever te
    vertegenwoordigen en te verbinden en de personeelsleden, onmiddellijk
    ondergeschikt aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks
    beheer vervullen.

De persoon die vóór 1 september 2014 in
toepassing van het Koninklijk Besluit van 11 juli 2002 betreffende de bescherming
tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk en van het
Koninklijk Besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale
belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst
seksueel gedrag op het werk, als vertrouwenspersoon werd aangeduid en die reeds
een opleiding heeft gevolgd, mag de functie van vertrouwenspersoon verder
blijven uitoefenen zelfs wanneer deze opleiding niet beantwoordt aan alle
vereiste voorwaarden. Wanneer deze persoon daarentegen geen opleiding heeft
gevolgd vóór 1 september 2014, mag hij de functie van vertrouwenspersoon
slechts verder blijven uitoefenen onder bepaalde voorwaarden.

De persoon die vóór 1 september 2014 werd
aangeduid als vertrouwenspersoon kan de functie blijven uitoefenen zelfs als:

  • hij werkgeversafgevaardigde,
    (kandidaat-)personeelsafgevaardigde is in de ondernemingsraad of in het CPBW of
    vakbondsafgevaardigde is (wanneer hij deel uitmaakt van het personeel van de
    onderneming waar hij zijn functie uitoefent); 
  • hij deel uitmaakt van het
    leidinggevend personeel.

Wordt vervolgd…

Bronnen:
wet van 28 februari 2014 tot aanvulling van de wet van 4 augustus 1996
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wat de
preventie van psychosociale risico’s op het werk betreft, waaronder met name
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, Belgisch
Staatsblad van 28 april 2014; Koninklijk Besluit van 10 april 2014 betreffende
de preventie van psychosociale risico's op het werk, Belgisch Staatsblad van 28
april 2014; website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg,
rubriek ‘Thema's/Welzijn op het werk/Psychosociale risico's’ (www.werk.belgie.be).

Auteur: Catherine Mairy

30/09/2014