Overuren: bijkomende fiscale lastenverlaging voor de horecasector en de ondernemingen die werken in onroerende staat verrichten

Auteur: Peggy Criel
Datum:

De vermindering van fiscale lasten voor het presteren van overuren wordt enkel toegekend voor de eerste 130 uren die de werknemer gedurende het belastbaar tijdperk als overwerk heeft gepresteerd. De Programmawet (I) van 26 december 2013 voorziet in een optrekking van deze grens tot 180 uren voor de horecasector en de ondernemingen die werken in onroerende staat verrichten op voorwaarde dat zij gebruik maken van een controlesysteem.

Bepaalde werkgevers genieten een vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor bepaalde categorieën van werknemers die overuren presteren. De werknemer van zijn kant geniet een belastingvermindering.

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is van toepassing op de werkgevers die:

  • onderworpen zijn aan de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités (de cao-wet)[1];
  • een wettelijke overwerktoeslag (20 %, 50 % of 100 %) betalen of toekennen met betrekking tot overwerk overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder PC nr. 124 (bouw) ressorteren;
  • schuldenaar zijn van bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen.

De betrokken werkgevers moeten werknemers tewerkstellen:

  • die onderworpen zijn aan de arbeidswet van 16 maart 1971;
  • die vallen onder de categorie 1 zoals bedoeld in artikel 330 van de programmawet van 24 december 2002, d.w.z. werknemers die recht geven op een structurele vermindering van de sociale lasten;
  • en voor zover deze werknemers overwerk presteren.

De niet te storten bedrijfsvoorheffing bedraagt een percentage van het brutobedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsbasis heeft gediend voor de berekening van de wettelijke overwerktoeslag. Dit percentage is:

  • 32,19 % voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 % van toepassing is en;
  • 41,25 % voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 % of 100 % van toepassing is.

Werknemers die tewerkgesteld zijn door een werkgever onderworpen aan de cao-wet[2] kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een belastingvermindering. De werknemers moeten gedurende het belastbare tijdperk overuren hebben gepresteerd die recht geven op een overwerktoeslag overeenkomstig:

  • artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of;
  • artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder PC nr. 124 (bouw) ressorteren.

De belastingvermindering is gelijk aan een percentage van het brutobedrag van de bezoldigingen die als berekeningsgrondslag diende voor de overwerktoeslag.

Dit percentage is:

  • 66,81 % voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 % van toepassing is en;
  • 57,75 % voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 % of 100 % van toepassing is.

De vermindering van fiscale lasten voor het presteren van overuren wordt enkel toegekend voor de eerste 130 uren die de werknemer gedurende het belastbaar tijdperk als overwerk heeft gepresteerd.

Deze grens zal worden opgetrokken tot 180 uren voor de horecasector en de sector van de werken in onroerende staat op voorwaarde dat de werkgever gebruik maakt van een controlesysteem:

  • in de horecasector moet de werknemer worden tewerkgesteld bij een werkgever die in elke plaats van uitbating gebruik maakt van een geregistreerd kassasysteem en die deze kassa heeft aangegeven bij de belastingadministratie overeenkomstig de geldende procedure;
  • in de sector van de werken in onroerende staat moet de werknemer worden tewerkgesteld bij een werkgever die gebruik maakt van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

De optrekking van de urengrens tot 180 uren treedt in werking op:

  • 1 januari 2014 voor de horecasector;
  • 1 april 2014 voor de ondernemingen die werken in onroerende staat verrichten.

Bron: Programmawet (I) van 26 december 2013, BS 31 december 2013.

 

[1] Volgende autonome overheidsbedrijven komen ook in aanmerking voor de vrijstelling: Belgacom, Bpost, NMBS Holding, NMBS of Infrabel. Erkende uitzendbureaus kunnen deze vrijstelling eveneens genieten.

[2] Contractuele en statutaire werknemers tewerkgesteld door Belgacom, Bpost, NMBS Holding, NMBS of Infrabel kunnen ook genieten van de belastingvermindering.

Auteur: Peggy Criel

10/01/2014