Ouderschapsverlof: voortaan flexibeler op te nemen!

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Sinds 1 juni 2019 is het voor werknemers in bepaalde gevallen mogelijk om de opname van ouderschapsverlof op te splitsen in kortere perioden.

Ter herinnering, het recht op deze flexibelere opsplitsing werd ingevoerd door een wet van 2 september 2018. Er was echter een uitvoerings-KB vereist zodat de werknemers dit recht daadwerkelijk konden uitoefenen.

Dat is nu dus het geval met de publicatie van het koninklijk besluit van 5 mei 2019 in het Belgisch Staatsblad!

Vorm en duur: wat zijn de principes?

Onder bepaalde voorwaarden kan ouderschapsverlof worden opgenomen in de vorm van:

  • ofwel een volledige schorsing van de prestaties gedurende 4 maanden, de werknemer kan ervoor kiezen om deze periode op te splitsen in maanden;
  • ofwel een vermindering van de prestaties tot een halftijdse baan gedurende 8 maanden, de werknemer kan ervoor kiezen om deze periode op te splitsen in periodes van 2 maanden of een veelvoud hiervan
  • ofwel een vermindering van de prestaties met 1/5 gedurende 20 maanden, de werknemer kan ervoor kiezen om deze periode op te splitsen in periodes van 5 maanden of een veelvoud hiervan;
  • ofwel, sinds 1 juni 2019, een vermindering van de prestaties met 1/10 gedurende 40 maanden, de werknemer kan ervoor kiezen om deze periode op te splitsen in periodes van 10 maanden of een veelvoud hiervan. (zie onze Infoflash van 29 mei 2019).

Nieuw: meer flexibiliteit!

Sinds 1 juni 2019 kan de werknemer het ouderschapsverlof geheel of gedeeltelijk opsplitsen in kortere perioden in geval van een volledige schorsing van de prestaties of een vermindering van de prestaties tot een halftijdse.

Volledige schorsing van de prestaties: opsplitsing in weken

Het ouderschapsverlof in de vorm van een volledige schorsing van de prestaties kan met toestemming van de werkgever worden opgesplitst in perioden van één week of een veelvoud van één week.

Als de werkgever weigert, moet hij zijn beslissing schriftelijk aan de werknemer meedelen binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van de werknemer.

In het geval van een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat een periode van 4 maanden volledige schorsing gelijk is aan een periode van 16 weken volledige schorsing.

De werknemer kan de verschillende vormen van verlof met elkaar combineren. Bij een wijziging van vorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken, wordt het principe dat 4 weken volledige schorsing gelijk is aan één maand volledige schorsing, in acht genomen.

Indien, als gevolg van een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterende deel minder dan 4 weken bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder toestemming van de werkgever op te nemen.

Belangrijke opmerking

In geval van opsplitsing in weken kan een aanvraag voor ouderschapsverlof betrekking hebben op meerdere niet-opeenvolgende periodes van één week of een veelvoud van één week, op voorwaarde dat de aldus gevraagde weken over een periode van maximaal 3 maanden worden gespreid. In de aanvraag moet de begin- en einddatum van elk van deze periodes worden vermeld.
Deze regel wijkt af van het principe dat slechts één ononderbroken periode van ouderschapsverlof kan worden aangevraagd per kennisgeving.

Vermindering van de prestaties tot een halftijdse baan: opsplitsing in maanden

Het ouderschapsverlof in de vorm van een vermindering van de prestaties tot een halftijdse kan met toestemming van de werkgever worden opgesplitst in periodes van één maand of een veelvoud van één maand.

Als de werkgever weigert, moet hij zijn beslissing schriftelijk aan de werknemer meedelen binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van de werknemer.

Wanneer, als gevolg van een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterende deel één maand bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder toestemming van de werkgever op te nemen.

Vanaf wanneer?

Deze nieuwigheden zijn van toepassing op verlofaanvragen die vanaf 1 juni 2019 bij de werkgever worden ingediend.

Bronnen: wet van 2 september 2018 tot wijziging van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen wat betreft de flexibilisering van de opname van thematische verloven, B.S. 26 september 2018; koninklijk besluit van 5 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de thematische verloven, B.S. 22 mei 2019.