Ouderschapsverlof en verlof voor medische bijstand voor de contractuele personeelsleden van de ambassades

Auteur: Anne Beckers
Datum:

Tot voor kort hadden niet alle werknemers met een arbeidsovereenkomst recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.

Zo hadden de personeelsleden van de buitenlandse ambassades in België die tewerkgesteld werden met een arbeidsovereenkomst, geen recht op ouderschapsverlof.

Dit was echter in strijd met de Europese richtlijn 2010/18/EU van 8 maart 2010 die bepaalt dat alle werknemers met een arbeidsovereenkomst recht hebben op ouderschapsverlof voor een periode van minstens 4 maanden.

Deze situatie werd rechtgezet door het Koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende toekenning van het recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid aan bepaalde werknemers.

Sinds 3 mei 2014 hebben werknemers die tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst en die vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van medische bijstand. Dit recht geldt voortaan dus ook voor de contractuele personeelsleden van de buitenlandse ambassades, de SHAPE (Supreme Headquaters Allied Powers Europe) en bepaalde internationale instanties.

Het recht op deze verloven wordt slechts toegekend voor zover de betrokken werknemers niet vallen onder het toepassingsgebied van een andere reglementering die hen het recht op ouderschapsverlof of verlof voor het verlenen van medische bijstand toekent.

Bron: Koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende toekenning van het recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid aan bepaalde werknemers, B.S.  23 april 2014.

Auteur: Anne Beckers

09/05/2014