Onvoldoende opleidingsinspanningen: inning van een extra bijdrage

Auteur: Els Poelman
Datum:

De lijst van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen hebben geleverd in 2011 werd recent gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De werkgevers van deze sectoren moeten een extra bijdrage betalen die bestemd is voor de financiering van het educatief verlof.

Sinds enkele jaren moeten werkgevers die onvoldoende investeren in de opleiding van werknemers, een extra bijdrage betalen die 0,05 % bedraagt van de jaarloonmassa en bestemd is voor de financiering van het educatief verlof.

Deze opleidingsinspanning wordt jaarlijks en trapsgewijze geëvalueerd.

Eerst wordt op macroniveau, via controle van de sociale balansen, nagezien of alle werkgevers samen 1,9% van de globale loonmassa besteden aan opleiding.

Is dat niet het geval, dan wordt een lijst opgesteld van sectoren die niet (of niet tijdig) een cao sloten met een luik opleiding dat voldoet aan de wettelijke criteria. Het gaat om  een zuiver formele evaluatie:

  • ofwel is er zo’n cao  en dan wordt de naleving niet meer gecontroleerd;
  • ofwel is er geen cao en dan moeten alle werkgevers van de sector een extra bijdrage betalen, ongeacht de omvang van hun individuele opleidingsinspanning.  

  De overheid heeft onlangs de evaluatie over het jaar 2011 afgerond.

Op macroniveau is het resultaat onvoldoende , want uit de sociale balansen van 2011 blijkt dat minder dan 1,9% van de globale loonmassa werd besteed aan opleiding.

Bijgevolg werden de sectoren zonder opleidings-cao geïdentificeerd. De lijst van betrokken paritaire (sub)comités werd recent gepubliceerd en is opgenomen onderaan dit bericht.

In de tweede helft van juni berekent de RSZ de bijdrage van 0,05% op de jaarlonen (2011) van de werknemers die ressorteren onder een paritair comité van de lijst. Het resultaat wordt per werkgever overgemaakt aan het sociaal secretariaat. Als de RSZ de planning volgt wordt de bijdrage gefactureerd vanaf einde juni – ze is verschuldigd tegen 31 juli 2013. 

Werkgevers van de geviseerde sectoren moeten de bijdrage integraal betalen, ongeacht de opleidingsinspanning die hun eigen onderneming heeft gerealiseerd.

Het jaar 2012 krijgt (voor de laatste maal) een gelijkaardige evaluatie – de timing is voorlopig niet bekend.

Vanaf 2013 is er een volledig nieuw wettelijk kader, en zal het zwaartepunt van de evaluatie verschuiven naar individuele ondernemingen.

Werkgevers betalen de bijdrage voor hun werknemers die ressorteren onder volgende paritaire (sub) comités (we vermelden enkel de actieve (sub)comités): 101 – 102.08 – 102.11 – 125.01 – 125.02 – 125.03 – 147 – 149.03 – 205 – 223 – 227 – 303 – 301.01 – 315 – 315.02 – 320 – 321 – 328.01 – 328.02 – 328.03 

Bron: Ministerieel besluit van 17 april 2013 tot vaststelling van de definitieve lijst voor het jaar 2011 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, B.S. 7 mei 2013.

Auteur: Els Poelman

12/06/2013