Onvoldoende opleidingsinspanningen: De RSZ zal het geld terugbetalen

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

De werkgevers die vallen onder bepaalde sectoren, vastgelegd bij ministerieel besluit, zijn verplicht om opleidingsinspanningen te leveren. Indien ze dit niet doen, moeten ze een bijkomende werkgeversbijdrage van 0,05% aan de RSZ betalen. De Raad van State heeft het koninklijk besluit betreffende de lijst van deze sectoren voor 2009 nietig verklaard.

Principe

Sinds het interprofessioneel akkoord 1995-2000 zijn de werkgevers uit de privésector verplicht om samen een opleidingsinspanning te leveren. Deze inspanning moet minimum 1,9% van hun loonmassa bedragen.

Indien deze inspanning niet wordt nageleefd, moeten de werkgevers die niet gebonden zijn door een cao die voorziet in extra opleidingsinspanningen een bijkomende werkgeversbijdrage van 0,05% betalen (aangewend om projecten ten voordele van risicogroepen te financieren).

De definitieve lijsten van de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen leveren, worden vastgelegd door de minister van Werk en zijn het voorwerp van een ministerieel besluit.

Het ministerieel besluit van:

  • 13 april 2011 stelt deze lijst vast voor het jaar 2008 en 2009;
  • 12 januari 2012 stelt deze lijst vast voor het jaar 2010;
  • 17 april 2013 stelt deze lijst vast voor het jaar 2011.

Grondwettelijk Hof en Raad van State

Er is inconsistentie in het feit dat de opleidingsinspanningen een collectieve verplichting zijn maar dat de sanctie de onderneming individueel treft.    

Er werd een beroep tot nietigverklaring van de lijst van sectoren voor 2008, 2009 en 2010 ingediend bij de Raad van State.

Deze heeft twee prejudiciële vragen hierover gesteld aan het Grondwettelijk Hof: dit hof besluit dat het sanctiemechanisme in strijd is met artikels 10 & 11 van de Grondwet.

De Raad van State heeft momenteel zijn definitieve uitspraak gedaan en sluit zich aan bij het advies van het Grondwettelijk Hof. De Raad van State verklaart het ministerieel besluit van 13 april 2011 voor de definitieve lijst van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen leveren voor 2009 gedeeltelijk nietig.

"het is mogelijk dat een individuele werkgever die onvoldoende opleidingsinspanningen levert maar behoort tot een sector die voldoende opleidingsinspanningen levert, geen bijkomende bijdrage (..) dient te betalen en een werkgever die behoort tot een sector die onvoldoende opleidingsinspanningen levert toch gehouden is tot het betalen van deze bijkomende bijdrage (..) hoewel hij op individueel vlak voldoende opleidingsinspanningen heeft geleverd."

Voor 2008 heeft de Raad van State een uitzondering naar voren gebracht die nog niet behandeld werd.

De Raad van State zal zich hoogstwaarschijnlijk verder buigen over de volledige nietigverklaring van het ministerieel besluit van 13 april 2011 tot vaststelling van de definitieve lijst van sectoren voor 2008 en over de nietigverklaring van de ministeriële besluiten voor 2010 en 2011.

De wet van 23 april 2015 ter bevordering van de werkgelegenheid heeft met name voorzien dat de bijkomende werkgeversbijdrage van 0,05% niet geïnd zal worden voor 2012 tot 2016 en dat de verplichting voor de sectoren om een cao inzake extra opleidingsinspanningen te sluiten, geschorst is voor 2015 en 2016.

RSZ

De RSZ heeft onlangs laten weten dat de betwiste bijdrage (0,05%) zal worden terugbetaald aan de werkgevers die deze bijdrage hebben gestort voor 2009. Er werd hiervoor echter geen termijn meegedeeld.

In samenwerking met de Unie van Sociale Secretariaten volgen we de evolutie van deze problematiek met alle vereiste waakzaamheid.

Bronnen:

  • Arrest van de Raad van State van 4 februari 2016, nr. 233.741;
  • Wet van 23 april 2015 ter bevordering van de werkgelegenheid, B.S. 27 april 2015;
  • Wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, B.S. van 30 december 2005;
  • Arrest van het Grondwettelijk Hof van 23 oktober 2014, nr. 154/2014;
  • Ministerieel besluit van 13 april 2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor het jaar 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, B.S.20 april 2011;
  • Ministerieel Besluit van 12 januari 2012 tot vaststelling van de definitieve lijst voor het jaar 2010 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, B.S. 13 januari 2012;
  • Ministerieel Besluit van 17 april 2013 tot vaststelling van de definitieve lijst voor het jaar 2011 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, B.S. 7 mei 2013.

Auteur: Anne Ghysels

20/04/2016