Ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) 2015-2016: verdeeldheid binnen het vakbondsfront!

Auteur: Olivier Henry
Datum:

Vrijdag 30 januari 2015 heeft de Groep van Tien of eerder van 'Acht' het ontwerp van interprofessioneel akkoord 2015-2016 goedgekeurd.

Hoewel het akkoord van de christelijke sociale en liberale organisaties met enig voorbehoud werd gesloten, heeft het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) geweigerd het ontwerpakkoord te steunen wegens het behoud van de indexsprong.

De bal ligt momenteel in het kamp van de regering die dit ontwerp van IPA 2015-2016 naar alle waarschijnlijkheid in de loop van de maand februari moet uitvoeren na de goedkeuring van de verschillende organisaties.

Het ontwerpakkoord heeft betrekking op de loonmarge voor de twee komende jaren, de herverdeling van de welvaartsenveloppe, de uitvoering van het mini-compromis van 17 december 2014 houdende de eindeloopbaanmaatregelen en de eenmaking van de statuten en de verlenging van allerhande maatregelen.

Hieronder vindt u de belangrijkste accenten van dit ontwerpakkoord. We lichten sommige van deze accenten nog verder toe in een volgende Infoflash.

1. Loonnorm 2015-2016

De loonstop zal in 2015 aanhouden.  Vanaf 2016 zullen de sectoren en/of ondernemingen op jaarbasis moeten onderhandelen over:

  • enerzijds een maximale verhoging van 0,50 % bruto van de loonmassa (alle lasten inbegrepen).  Er wordt evenwel aanbevolen om dit te besteden aan toekomstgerichte maatregelen zoals langer werken, vergrijzing, vorming, mobiliteit, de tweede pijler en/of financiële elementen die voordelig zijn voor de werkgevers en werknemers;
  • en anderzijds een maximale verhoging van 0,30% netto van de loonmassa zonder bijkomende kosten voor de werkgever.

Om het tweede soort verhoging te vergemakkelijken, vragen de sociale partners aan de regering om:

  • de nominale waarde van de maaltijdcheque te verhogen van 7 naar 8 EUR (met behoud van het maximale werknemersaandeel van 1,09 EUR) en de mogelijkheid tot fiscale aftrekbaarheid voor de werkgever te verhogen met bijkomend 1 EUR per maaltijdcheque;
  • het maximumbedrag voorzien voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (cao nr. 90) te verhogen naar 3.200 EUR.  Uiteraard dient er nog heel wat verduidelijkt te worden aangaande het sociale en/of fiscale luik van deze geplande maatregel.

Op dit vlak vermelden we nog dat de hogervermelde loonsverhogingen wel gelden bovenop de baremaverhogingen die vaak toegekend worden in functie van de anciënniteit in de ondernemingen, maar niet bovenop de loonindexeringen. Het is immers erg waarschijnlijk dat de regering de indexsprong van 2 %, waartoe enkele maanden geleden is beslist, écht zal uitvoeren en dit ondanks de bijna onbestaande inflatie waardoor het nut ervan grotendeels verloren gaat.

2. Welvaartvastheid

De sociale partners vragen dat de enveloppe voor de welvaartsaanpassing (319,5 miljoen EUR op jaarbasis voor 2015 en 627,2 miljoen EUR op jaarbasis voor 2016) verdeeld wordt overeenkomstig de invulling die zij zijn overeengekomen voor zowel de werknemers, de zelfstandigen als de sociale bijstand.

Concreet zouden alle minima (pensioen, ziekte- en invaliditeitsverzekering, werkloosheid,...) op 01.09.2015 opgetrokken moeten worden.

3. Uitvoering van het mini-compromis van 17.12.2014

Er zullen verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) gesloten worden voor de periode 2015-2016 en dit in overeenstemming met het mini-compromis dat op 17 december 2014 gesloten werd binnen de Groep van Tien.  Deze hebben met name betrekking op de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en het tijdskrediet alsook op de landingsbanen.

Doorgaans hebben deze cao's tot doel de wettelijke basis aan te passen en interprofessionele kaderakkoorden af te sluiten teneinde de betrokken sectoren in staat te stellen jongere leeftijden te behouden om het ex-brugpensioen te genieten.  Elke sector zal individueel kunnen beslissen of men zal toetreden tot de verschillende voorgestelde kadercao's. Indien niet, valt men terug op de regeling bepaald door de regering (bv. 60 jaar voor zware beroepen). De werkgevers en de vakbonden zullen elke twee jaar opnieuw moeten onderhandelen over de kaderovereenkomsten.  Indien de onderhandelingen mislukken, valt men terug op de regeling bepaald door de regering.

De sociale partners verwachten eveneens van de regering dat ze de regelgeving waarover nog niet beslist is in het kader van de eenmaking van het statuut arbeiders-bedienden snel zal bekendmaken (bv. verlaging vakantiebijdrage arbeiders).

4. Allerlei

Verschillende maatregelen die traditioneel gekoppeld zijn aan het IPA zullen verlengd worden voor de twee komende jaren. Een greep hieruit:

  • de werkgeversbijdrage van 0,10 % voor geleverde inspanningen ten voordele van personen die behoren tot risicogroepen;
  • de vrijstelling van de verplichting inzake startbaanovereenkomsten (SBO) indien de sector een werkgeversbijdrage van 0,15% voorziet voor de risicogroepen;
  • de financiering en verduurzaming van de overheidstegemoetkoming in het kader van het 80/20-systeem (tussenkomst werkgever in de kosten van openbaar vervoer in het woon-werkverkeer via een overeenkomst derde betaler);
  • het systeem van de innovatiepremie.

Tot slot merken we op dat men een geneutraliseerde periode moet voorzien voor de bijkomende opleidingsinspanningen voor de periode 2015-2016, en dit ook wat betreft de sancties.

Auteur: Olivier Henry

04/02/2015