Nieuwe vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing bij investeringen in steunzones (2)

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Werkgevers die investeringen verrichten in zogenaamde steunzones zullen binnenkort kunnen genieten van een verlaging van de loonkost in de vorm van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De vrijstelling geldt enkel voor de werknemers die ten gevolge van de investeringen worden aangeworven. De steunzones worden door de gewesten vastgelegd.

In een vorige infoflash gaven we een aantal verduidelijkingen bij het begrip ‘steunzone’. De voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing worden in deze infoflash behandeld.

Werkgevers van de privé-sector die een investering verrichten in een inrichting gelegen in een steunzone worden tijdelijk vrijgesteld om 25 % van de bedrijfsvoorheffing door te storten aan de Schatkist. Deze vrijstelling geldt enkel voor de bedrijfsvoorheffing die wordt berekend op bezoldigingen uitbetaald naar aanleiding van nieuwe arbeidsplaatsen die werden gecreëerd door de investering.  

De werkgevers die kunnen genieten van de vrijstelling worden opgedeeld in twee categorieën: enerzijds de werkgevers behorend tot de kmo-sector en anderzijds de werkgevers die er niet toe behoren (grote ondernemingen). De werkgevers van de kmo-sector genieten van meer gunstige voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.

Kmo-sector

De werkgevers moeten beantwoorden aan de definitie van kmo zoals die in de wet is omschreven. Het gaat om werkgevers die voor het laatst of het voorlaatst afgesloten belastbaar tijdperk EN gedurende ten minste twee opeenvolgende belastbare tijdperken een jaargemiddelde van het personeelsbestand in dienst hebben van minder dan 250 personen en waarvan:

  • de jaaromzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde lager is dan of gelijk is aan 50 miljoen euro;
  • het jaarlijks balanstotaal lager is dan of gelijk is aan 43 miljoen euro.

Deze kmo-definitie wijkt dus af van de definitie die is vastgelegd in artikel 15, § 1 van het Wetboek van vennootschappen.

Voor verbonden en geassocieerde vennootschappen in de zin van de vennootschapswetgeving zijn bijzondere regels van toepassing voor de beoordeling van de bovenstaande criteria.

Werkgevers met indirect of direct zeggenschap van overheidsinstanties of openbare lichamen kunnen slechts genieten van de vrijstelling indien de controle over het kapitaal of de stemrechten van die instanties of lichamen minder dan 25 % bedraagt.

Uitgesloten werkgevers

De vrijstelling kan niet worden toegepast door een werkgever:

  • waarvoor een aangifte of vordering tot faillietverklaring is ingesteld of waarvan het beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen;
  • waarvoor een procedure van gerechtelijke reorganisatie is geopend;
  • die een ontbonden vennootschap is en zich in staat van vereffening bevindt;
  • waarvan ten gevolge van geleden verlies het netto actief is gedaald tot minder dan de helft van het vaste gedeelte van het maatschappellijk kapitaal en waarbij het geleden verlies in de laatste twaalf maanden vóór de hieronder vermelde investering meer dan een kwart bedraagt van het vaste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.

Investeringen

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting geldt enkel voor de bedrijfsvoorheffing die wordt berekend op bezoldigingen uitbetaald naar aanleiding van nieuwe arbeidsplaatsen die werden gecreëerd door een investering.

De investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor de investering een gewestelijke steun is verleend.

Het moet gaan om een investering in materiële of immateriële vaste activa die verband houdt met:

  • ofwel, de oprichting van een nieuwe inrichting;
  • ofwel, de uitbreiding van de capaciteit van een bestaande inrichting;
  • ofwel, de diversificatie van de productie van een inrichting naar producten die voordien niet in de inrichting werden vervaardigd;
  • ofwel, een fundamentele verandering in het totale productieproces van een bestaande inrichting.

De investering kan ook betrekking hebben op een overname van materiële of immateriële vaste activa van een inrichting:

  • waarvan de sluiting van de vestiging werd aangekondigd; of
  • die deel uitmaakt van een onderneming waarvoor een procedure van gerechtelijke organisatie is opgestart; of
  • die deel uitmaakt van een onderneming waarvan de bevoegde rechtbank een vonnis van faillietverklaring heeft gewezen.

De overgenomen inrichting mag niet verbonden of geassocieerd zijn met de werkgever die de investering verricht.

Investeringen die kaderen in de uitoefening van een activiteit in bepaalde sectoren worden uitdrukkelijk uitgesloten. Het gaat hierbij onder meer over investeringen in de:

  • ijzer- en staalindustrie;
  • de synthetische vezelindustrie;
  • de visserij en aquacultuur;
  • de energiesector;
  • de land- en bosbouwsector;
  • de sector van het passagiers- en transportvervoer, zowel via de lucht, zee, over weg, per spoor of over binnenwateren (en voor zover het een investering in vervoersmiddelen of vervoersuitrusting betreft);
  • de sector van de luchtvaartmaatschappijen en de sector van de uitbating van luchthavens.

Formulier

Voordat de werkgever de vrijstelling van doorstorting kan toepassen, moet hij, uiterlijk bij de aanvang van de investering, een formulier overleggen waarin de nodige gegevens met betrekking tot de opzet en financiering van de investering, de verwachte voltooiing van de investering en het aantal verwachte bijkomende banen wordt uiteengezet. Het formulier moet nog bij koninklijk besluit worden vastgelegd.

De vrijstelling van doorstorting wordt niet toegestaan indien de periode tussen de indiening van het formulier en de verwachte voltooiing van de investering met meer dan de helft overschreden wordt, of indien niet wordt aangetoond dat de nieuwe gecreëerde arbeidsplaatsten betrekking hebben op de investering.

Betrokken bezoldiging

De bezoldigingen waarop de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt toegepast, moeten betrekking hebben op de hierboven vermelde investering. Enkel een nieuwe arbeidsplaats die wordt gecreëerd ten gevolge van de investering die wordt ingevuld binnen de termijn van 36 maanden na voltooiing van de investering, komt in aanmerking voor deze maatregel.

Een arbeidsplaats is ‘nieuw’ indien deze in de betrokken vestiging het totaal aantal werknemers doet verhogen ten opzichte van het gemiddelde aantal werknemers over de twaalf maanden voorafgaand aan de voltooiing van de investering, vermeerderd met de andere door de investering reeds gecreëerde nieuwe arbeidsplaatsen.

Bij een overname van materiële of immateriële vaste activa (zoals hierboven omschreven) worden alle arbeidsplaatsen als nieuw beschouwd.

Uitsluitend de bezoldigingen die ten gevolge van de invulling van deze nieuwe arbeidsplaats binnen de twee jaar vanaf het ogenblik van de invulling worden uitbetaald, komen in aanmerking voor deze maatregel.

Om de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te verkrijgen, moet de schuldenaar het bewijs leveren dat wordt voldaan aan de voorwaarden en dit bewijs ter beschikking houden van de FOD Financiën. Een koninklijk besluit zal de nadere regels voor het leveren van het bewijs bepalen.

Definitieve toekenning

De vrijstelling van doorstorting wordt definitief toegestaan nadat de werkgever in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting die betrekking heeft op het derde aanslagjaar volgend op het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk binnen hetwelk de door de investering gecreëerde  nieuwe arbeidsplaats is ingevuld, aantoont dat deze tewerkstelling ten minste gedurende drie jaar behouden is gebleven. Het model van deze bijlage wordt door de minister van Financiën vastgesteld.

Beperking van de vrijstelling

De vrijstelling van doorstorting is per werkgever en binnen een periode van 36 maanden beperkt tot een maximum van 7,5 miljoen euro.

Verbod van cumulatie met bepaalde andere vrijstellingen

Deze vrijstelling kan niet worden toegepast op de belastbare bezoldigingen van werknemers waarvoor reeds één (of verschillende) van de volgende vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt toegepast:

  • vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing bij het presteren van overwerk;
  • vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in de koopvaardij-, de bagger- en de sleepvaartsector;
  • vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in het kader van het wetenschappelijk onderzoek;
  • vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in de zeevisserijsector;
  • vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in het kader van de sportbeoefenaars.

Een cumulatie met de vrijstelling van doorstorting bedrijsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid en de structurele vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing (IPA-korting) is dus wel toegestaan.

Werkgevers die niet behoren tot de kmo-sector

Werkgevers die niet voldoen aan de hierboven vermelde criteria van kmo (grote ondernemingen) genieten ook van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing. De regels die van toepassing zijn op deze werkgevers zijn grotendeels dezelfde dan deze die van toepassing zijn voor de kmo-sector. Op een aantal punten zijn de regels echter strenger:

Investering

Net zoals bij kmo’s is vereist dat voor de investering een gewestelijke steun is verleend en kan de investering betrekking hebben op een overname van materiële of immateriële vaste activa.

Wanneer de investering betrekking heeft op materiële of immateriële vaste activa mag de investering daarentegen enkel verband houden met:

  • ofwel, de oprichting van een nieuwe inrichting;
  • ofwel, de diversificatie van de activiteit van een inrichting, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is of vergelijkbaar is met de activiteit die voordien in die inrichting werd uitgeoefend.

Behoud van de nieuwe arbeidsplaatsen

De vrijstelling van doorstorting wordt definitief toegestaan nadat de werkgever aantoont dat de nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd door de investering ten minste gedurende vijf jaar (in plaats van drie jaar) behouden zijn gebleven. Dit bewijs moet de werkgever leveren in zijn aangifte in de inkomstenbelasting van het vijfde aanslagjaar volgend op het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk binnen hetwelk deze nieuwe arbeidsplaats is ingevuld.

Investeringen in gedeeltes die behoren tot groep A van de steunzone

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt enkel toegekend aan werkgevers die een investering verrichten in een inrichting gelegen in een steunzone die is opgenomen in groep A. Groep A zijn de (delen van) steunzones die binnen de steungebieden vallen die zijn opgenomen in de regionale steunkaart (voor meer uitleg over de onderverdeling van de steunzones: zie Infoflash (1)).

Op datum van publicatie van deze infoflash is er nog geen koninklijk besluit verschenen dat de steunzones van de verschillende gewesten vastlegt.  

Bron: Wet van 15 mei 2014 houdende uitoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance (1), B.S. 22 mei 2014; Koninklijk besluit van 13 juni 2014 tot uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance en van artikelen 275/8 en 275/9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (1), B.S. 26 juni 2014.

Auteur: Peggy Criel

18/07/2014