Nieuwe mogelijkheid om de verjaring te stuiten

Auteur: Leen Lafourt
Datum:

Op 1 juli 2013 werd een wetswijziging gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad waardoor de aangetekende ingebrekestellingsbrief van de advocaat, van de gerechtsdeurwaarder of van de afgevaardigde van de representatieve werknemersorganisatie de verjaring stuit.

Op basis van het vroegere artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek kon de verjaring enkel worden gestopt door een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling of een beslag. De wet van 23 mei 2013 breidt artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek uit en kent nu ook een verjaringsstuitende werking toe aan de aangetekende ingebrekestelling met ontvangstbewijs verzonden door de advocaat, de gerechtsdeurwaarder of de afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie aangesteld door de schuldeiser.

De verjaring wordt gestuit vanaf de verzending van deze aangetekende brief met ontvangstbewijs naar de schuldenaar met woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel in België. Er begint vervolgens een nieuwe termijn van maximum 1 jaar te lopen.
Wanneer de oorspronkelijke verjaringstermijn minder dan 1 jaar is, wordt de termijn slechts in overeenstemming hiermee verlengd.

In concreto: Op het ogenblik van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst heeft de schuldeiser (werkgever of werknemer) 1 jaar de tijd om al zijn vorderingen te voldoen (= de oorspronkelijke verjaringstermijn). Op basis van het nieuwe artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek volstaat het nu om bv. je advocaat een aangetekende ingebrekestelling te laten versturen om een nieuwe termijn van 1 jaar te laten starten. Op deze manier kunnen de extra kosten van een dagvaarding en een lange procedure voor de rechtbank worden vermeden.

Om de verjaringsstuitende werking te hebben, moeten er een aantal formaliteiten worden nageleefd:

Nazicht gegevens schuldenaar

De advocaat, de gerechtsdeurwaarder of de afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie controleert de juistheid van de gegevens van de schuldenaar. Hij doet dit aan de hand van een administratief document van minder dan één maand oud (dit kan een uittreksel uit het rijksregister, een getuigschrift van woonplaats of een getuigschrift van de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn).

Wanneer de verblijfplaats verschilt van de woonplaats van de schuldenaar, zendt de door de schuldeiser aangeduide persoon een kopie van zijn aangetekende zending naar die verblijfplaats.

Inhoud ingebrekestelling

De ingebrekestelling moet volledig en uitdrukkelijk de volgende vermeldingen bevatten:

  • de gegevens van de schuldeiser:
    • voor een natuurlijke persoon, de naam, de voornaam en het adres van de woonplaats, of, in voorkomend geval, van de verblijfplaats of van de gekozen woonplaats;
    • voor een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming en het adres van de maatschappelijke zetel of, in voorkomend geval, van de administratieve zetel;
  • de gegevens van de schuldenaar:
    • voor een natuurlijke persoon, de naam, de voornaam en het adres van de woonplaats, of, in voorkomend geval, van de verblijfplaats of van de gekozen woonplaats;
    • voor een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming en het adres van de maatschappelijke zetel of, in voorkomend geval, van de administratieve zetel;
  • de beschrijving van de verbintenis die de schuldvordering heeft doen ontstaan;
  • indien de schuldvordering betrekking heeft op een geldsom, de verantwoording van alle bedragen die van de schuldenaar worden geëist (met inbegrip van de schadevergoeding en de verwijlintresten);
  • de termijn waarbinnen de schuldenaar zijn verbintenissen kan nakomen alvorens bijkomende invorderingsmaatregelen kunnen worden getroffen;
  • de mogelijkheid in rechte op te treden met het oog op de uitwerking van andere invorderingsmaatregelen indien de schuldenaar niet binnen de vastgestelde termijn reageert;
  • de verjaringsstuitende werking van deze ingebrekestelling;
  • de handtekening van de advocaat van de schuldeiser, van de gerechtsdeurwaarder of van de afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie.

Deze maatregel treedt in werking op 11 juli 2013.

Bron: Wet van 23 mei 2013 tot wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek teneinde aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat, van de gerechtsdeurwaarder of van de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen, een verjaringsstuitende werking te verlenen, B.S. 1 juli 2013.

Auteur: Leen Lafourt

02/08/2013