Naar een elastische en moduleerbare arbeidstijd

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

In het kader van de budgetcontrole lente 2016 heeft de minister van Werk de neerlegging aangekondigd, vóór juli, van een wetsontwerp dat 'de arbeidstijden' wil hervormen.

De structurele hervorming van de arbeidstijd heeft tot doel:

  • de ondernemingen de mogelijkheid te geven de arbeidstijden aan te passen aan de noodwendigheden van de productie;
  • en de werknemers de mogelijkheid te geven hun arbeidstijd en privéleven op elkaar af te stemmen.

Deze hervorming zou op 1 januari 2017 in werking moeten treden en steunt op twee sokkels:

  • een sokkel voor algemene en directe toepassing;
  • een menu dat op het niveau van de sectoren kan worden geactiveerd.

De sokkel met directe werking

De referentieperiode waarin de wekelijkse arbeidsduur moet worden gerespecteerd, zal wettelijk op één jaar worden bepaald (nu is deze referentieperiode in principe een kwartaal). De regel wordt dus dat de arbeidstijd over de loop van een jaar moet worden bekeken.

Behoudens tegenstrijdige sectorale bepalingen zullen de dag- en weekgrenzen respectievelijk bepaald worden op 9 uur en 45 uur. De interne grens waarboven verplicht inhaalrust moet worden toegekend voordat nieuwe overuren mogen worden gepresteerd wordt opgetrokken naar 143 uur.

Alle werknemers zullen recht hebben op een krediet van 100 uur (in sommige sectoren zelfs 360 uur) extra per jaar. Deze uren die worden gepresteerd op basis van een individueel akkoord kunnen niet worden gerecupereerd maar zullen worden uitbetaald of op een loopbaanrekening worden gezet. Het betreft een stelsel van overuren bovenop het 'traditionele' stelsel van overuren.

Een objectief van 5 dagen opleiding per werknemer en per jaar moet worden geconcretiseerd door sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten of door de invoering van een individuele opleidingsrekening per werknemer. De KMO's met minder dan 10 werknemers zullen worden vrijgesteld van deze opleidingsverplichting. Voor de ondernemingen met minder dan 20 werknemers zal bovendien een specifieke regeling worden uitgewerkt.

Elke werknemer zal voor 2007 en 2018 individueel recht hebben op twee dagen opleiding per jaar.

De algemene sokkel voorziet tevens een omkadering voor het occasionele telewerk.

Het menu dat kan worden geactiveerd

De sectoren en eventueel ook de ondernemingen hebben nog een zekere manoeuvreerruimte. Het wetsontwerp bevat immers bijzondere maatregelen die door de paritaire comités 'geactiveerd' kunnen worden.

Deze paritaire comités zullen trouwens ook kunnen afwijken van de wettelijke basisstelsels van de sokkel (ter herinnering, de interne grens en het krediet van overuren die worden betaald of op een loopbaanrekening worden gezet).

Twee concepten bepalen dit 'menu':

1. wendbaar werk;

2. werkbaar werk.

Wendbaar werk

In grote lijnen zouden de sectoren (en zelfs de ondernemingen) de arbeidsprestaties, in overeenstemming met de Europese richtlijn ter zake, kunnen 'verlengen' tot 11 uur per dag en 50 uur per week, op voorwaarde dat een jaargemiddelde van 48 uur wordt gerespecteerd.

Bovendien, en dit is essentieel (!), zal de referentieperiode van 1 jaar (hoger) kunnen worden verlengd tot 6 jaar (veralgemening van de 'plus minus conto'-regeling van het paritair comité nr. 111).

Met het oog op 'wendbaar werk' voorziet het wetsontwerp ook in:

  • de invoering (onder bepaalde voorwaarden) van een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd;
  • de hervorming van het systeem van de werkgeversgroepering;
  • de vereenvoudiging van de deeltijdse arbeid.

Werkbaar werk

Werkbaar werk is:

  • loopbaansparen of loopbaanrekening opgebouwd uit overuren, opleidingsdagen, vakantiedagen…;
  • de aanpassing van de tijdskredietstelsels;
  • de glijdende werktijden;
  • de schenking van verlofdagen aan collega's die een zwaar ziek kind hebben.  

Bron: akkoord in het kader van de budgetcontrole in de lente van 2016.

Auteur: Brigitte Dendooven

21/04/2016