Motivering van het ontslag: de cao nr. 109 is gesloten!

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Afgelopen 12 februari 2014 hebben de sociale partners de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag gesloten. Die cao voorziet in het recht voor de werknemer (ongeacht zijn statuut) om de redenen die geleid hebben tot zijn ontslag te kennen en om een schadevergoeding te bekomen in geval van een kennelijk onredelijk ontslag.

Deze nieuwe regels inzake motivering van het ontslag zijn van toepassing op alle ontslagen betekend vanaf 1 april 2014.

De nieuwe bepalingen inzake motivering van het ontslag zijn van toepassing op de werknemers die zijn tewerkgesteld op grond van een arbeidsovereenkomst en op de werkgevers die hen tewerkstellen.

Volgende categorieën van werknemers zijn echter uitgesloten van het toepassingsgebied van de cao nr. 109:

  • de werknemers die ontslagen worden in de volgende gevallen:
    • tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling;
    • met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag (vroegere brugpensioen);
    • met het oog op het wettelijke pensioen;
    • wegens de definitieve stopzetting van de activiteit;
    • wegens de sluiting van de onderneming;
    • in het kader van een collectief ontslag;
    • in geval van een meervoudig ontslag bij herstructurering, zoals gedefinieerd op sectoraal niveau;
    • bij ontslag om dringende reden;
    • wanneer de werkgever een bijzondere ontslagprocedure vastgelegd bij de wet of een collectieve arbeidsovereenkomst moet naleven (bijvoorbeeld voor een ontslag van een (kandidaat-) werknemersvertegenwoordiger in de ondernemingsraad of in het comité voor preventie en bescherming op het werk).

     

  • de werknemers die tewerkgesteld zijn op grond van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid of een arbeidsovereenkomst voor studentenarbeid;
  • de volgende arbeiders:
    • tot 31 december 2015, de arbeiders waarvoor tijdelijk de afwijkende regeling inzake opzeggingstermijnen van toepassing is. Het betreft bepaalde arbeiders die vallen onder de paritaire comités nr. 109, 124, 126, 128.01, 128.02, 140.04, 142.02, 147, 301.01, 311, 324 en 330.
    • zonder beperking in de tijd, de arbeiders waarvoor permanent de afwijkende regeling inzake opzeggingstermijnen van toepassing is. Het betreft bepaalde arbeiders die vallen onder de paritaire comités nr. 124 en 126.

Op deze arbeiders blijven de regels van toepassing inzake de willekeurige afdanking waarin voorzien wordt door artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, zoals van kracht op 31 maart 2014.

De ontslagen werknemer heeft het recht door zijn werkgever geïnformeerd te worden over de concrete redenen die aan de grondslag liggen van zijn ontslag,

Procedure 

De werknemer die de concrete redenen die tot zijn ontslag geleid hebben wenst te kennen, moet zijn verzoek bij aangetekende brief richten tot de werkgever binnen volgende termijnen:

  • wanneer de werkgever de overeenkomst beëindigt met betaling van een opzeggingsvergoeding, binnen een termijn van 2 maanden nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen;
  • wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd met inachtneming van een opzeggingstermijn, binnen een termijn van 6 maanden na de betekening van de opzegging, zonder evenwel 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst te kunnen overschrijden.

De werkgever is daarna verplicht bij aangetekende brief aan de werknemer de elementen mee te delen die hem toelaten om de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid te kennen. Deze moeten worden meegedeeld binnen 2 maanden na de ontvangst van de aangetekende brief met het verzoek van de werknemer.

De werkgever die echter uit eigen beweging de concrete redenen die tot het ontslag van de werknemer hebben geleid schriftelijk aan deze heeft meegedeeld, is niet verplicht om op het verzoek van de werknemer te antwoorden, voor zover deze mededeling de elementen bevat die de werknemer toelaten om de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid, te kennen.

Sanctie 

Indien de werkgever de concrete redenen die geleid hebben tot een door hem gegeven ontslag niet meedeelt aan de werknemer die hiertoe een verzoek heeft ingesteld of ze meedeelt zonder
inachtneming van de termijnen, zal een forfaitaire burgerlijke boete die overeenstemt met 2 weken loon verschuldigd zijn aan deze werknemer.

Deze boete is niet van toepassing indien de werkgever uit eigen beweging de concrete redenen die geleid hebben tot het ontslag van de werknemer schriftelijk heeft meegedeeld.

Opmerking – Deze boete is cumuleerbaar met de vergoeding die de werkgever verschuldigd kan zijn in geval van een kennelijk onredelijk ontslag (zie hieronder).

De werkgever is in geval van een kennelijk onredelijk ontslag een schadevergoeding aan de werknemer verschuldigd.

Begrip 

De cao nr. 109 definieert het kennelijk onredelijk ontslag als volgt: "een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid, of het gedrag van de werknemer, of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever. "

Sanctie 

In geval van een kennelijk onredelijk ontslag zal de werkgever een schadevergoeding verschuldigd zijn die overeenstemt met minimaal 3 weken loon en maximaal 17 weken loon.

Opmerking – Deze schadevergoeding is cumuleerbaar met de boete die overeenstemt met 2 weken loon die de werkgever verschuldigd is wanneer hij de redenen voor het ontslag niet (of laattijdig) heeft meegedeeld (zie hierboven).

Bewijslast 

Bij betwisting voorziet de cao nr. 109 in regels inzake de bewijslast. Die verschillen naargelang de werkgever de redenen van het ontslag al dan niet heeft meegedeeld.

De werkgever heeft de redenen van het ontslag meegedeeld 

De partij die iets aanvoert draagt daarvan de bewijslast.

De werkgever heeft de redenen van het ontslag niet meegedeeld 

Als de werknemer een verzoek heeft ingediend om de redenen van zijn ontslag te kennen, dan behoort het aan de werkgever om het bewijs te leveren van de voor het ontslag ingeroepen redenen en die aantonen dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.

Als de werknemer geen verzoek heeft ingediend om de redenen van zijn ontslag te kennen, dan behoort het aan de werknemer om het bewijs te leveren van elementen die wijzen op de kennelijke onredelijkheid van het ontslag

Bron: Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag, www.cnt-nar.be.

Auteur: Catherine Legardien

20/02/2014