Maximumbedrag mobiliteitsvergoeding wordt verhoogd op 1 mei

Auteur: Laurence Philippe (Legal Expert)
Datum:

Op 1 mei 2020 wordt het maximumbedrag van de mobiliteitsvergoeding opgetrokken van 0,1316 EUR naar 0,1579 EUR per kilometer. Het gaat hier om een maximumbedrag dat gerespecteerd moet worden om het voordelige fiscale en sociale karakter van de vergoeding te behouden. We lichten de gevolgen van deze verhoging toe.

Herhaling: de mobiliteitsvergoeding

De mobiliteitsvergoeding is een forfaitaire regeling van terugbetaling van verplaatsingskosten in bepaalde bedrijfssectoren waar de werkplaats niet vast is bepaald. Deze regeling compenseert de tijd die deze werknemers besteden in het kader van deze verplaatsingen

De mobiliteitsvergoeding is onderworpen aan een bijzondere fiscale en sociale regeling op voorwaarde dat:

- deze forfaitaire regeling van terugbetaling en de vergoedingen die in het kader hiervan worden vastgelegd, voorzien moeten zijn bij KB verbindend verklaarde cao en;

- het bedrag van deze vergoeding niet hoger is dan 0,1316 EUR/km. Er wordt rekening gehouden met de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, heen en terug. Dit maximumbedrag wordt vanaf 1 mei 2020 verhoogd tot 0,1579 EUR.

Op sociaal vlak is het zo dat indien de bovengenoemde voorwaarden vervuld zijn, het volledige bedrag van de vergoeding uitgesloten is van het loonbegrip en er dus geen socialezekerheidsbijdragen op berekend worden.

Op fiscaal vlak wordt slechts 50% van de mobiliteitsvergoeding beschouwd een belastbare bezoldiging:

- in de mate waarin het toegekende bedrag niet hoger is dan het bedrag dat verschuldigd is in uitvoering van de cao;

- en indien de plaats van tewerkstelling zich op ten minste 5 km van de woonplaats bevindt.

De andere helft van deze vergoeding wordt geacht overeen te stemmen met niet-belastbare uitgaven eigen aan de werkgever. Minstens 12,39 EUR/maand effectieve activiteit worden beschouwd als kosten eigen aan de werkgever en worden dus niet belast.

Impact op sectoraal niveau

De verhoging van het maximumbedrag leidt niet automatisch tot een verhoging van de toe te kennen bedragen op sectoraal niveau. Sectoren die voorzien in de toekenning van een mobiliteitstoelage zijn immers niet verplicht om het vrijgestelde maximumbedrag toe te kennen. Hieronder lichten we de impact van deze verhoging per sector toe. Al deze informatie vindt u terug in de sectorale informatie over de vervoerskosten.

Sector metaalbouw (PC 111.01 en 111.02)

De mobiliteitspremie die in de sector metaalbouw wordt toegekend, wordt vanaf 1 mei 2020 verhoogd tot 0,1429 EUR per kilometer. Dit bedrag wordt daarna elk jaar in juli geïndexeerd, zonder het maximumbedrag te overschrijden.

Bouwsector (PC 124)

Er zijn drie verschillende soorten mobiliteitsvergoedingen in de bouwsector.

Op 1 mei 2020 zullen alleen bestuurders die een of meer passagiers vervoeren met een door de werkgever ter beschikking gesteld voertuig hun vergoeding zien stijgen van 0,1316 EUR tot 0,1579 EUR per kilometer, d.w.z. het maximumbedrag. De mobiliteitsvergoeding die wordt toegekend aan passagiers, bestuurders van hun eigen voertuigen en bestuurders die alleen rijden wordt niet verhoogd op 1 mei 2020, dit is reeds gebeurd in december 2019.

Sector van elektriciens (PC 149.01)

In deze sector wordt een nieuw type mobiliteitsvergoeding gecreëerd voor bestuurders die alleen rijden en worden de 3 soorten mobiliteitsvergoedingen, die worden toegekend aan werknemers die zich met een voertuig van de werkgever verplaatsen, verhoogd. Bijgevolg is er vanaf 1 mei 2020:

  • een mobiliteitsvergoeding voor passagiers van 0,1384 EUR/km;
  • een mobiliteitsvergoeding voor de bestuurders zonder passagiers (nieuw) van 0,1453 EUR/km;
  • een mobiliteitsvergoeding voor de bestuurders met passagiers van 0,1569 EUR/km.

Andere sectoren

In de schoonmaaksector (PC 121) en de sector voor de aanleg en/of het onderhoud van parken en tuinen (PC 145.04) wordt de mobiliteitsvergoeding per 1 mei 2020 niet verhoogd.

 

Bron: koninklijk besluit van 26 maart 2020 tot wijziging van artikel 19, § 2 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders B.S. van 6 april 2020