Loonbeslag of -overdracht: kan de werkgever hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van een werknemer?

Auteur: Donatienne Knipping
Datum:

Sinds het begin van de economische crisis neemt het aantal derdenbeslagen (hierna 'beslagen' genoemd) en loonoverdrachten toe.

De oorzaak van loonbeslag of loonoverdracht verschilt van geval tot geval: onbetaald onderhoudsgeld, wanbetaling van een leningovereenkomst, loonbeslag op grond van achterstallige belastingen, ...

De werkgever die in kennis wordt gesteld van een beslag of een overdracht voor één van zijn werknemers moet weten dat hij vanaf dan specifieke verplichtingen heeft. Als hij die niet naleeft, kan hij eenvoudig schuldenaar worden verklaard van de schulden van de werknemer.

De werkgever moet eerst controleren of de documenten die hij heeft ontvangen, betrekking hebben op een beslag of op een overdracht. De verplichtingen die voortvloeien uit deze twee procedures verschillen immers. 

In geval van beslag beschikt de schuldeiser over een uitvoerbare titel zoals bijvoorbeeld een vonnis dat hem toelaat om het beslag uit te voeren in handen van de werkgever. In geval van loonoverdracht beschikt de schuldeiser over een conventionele akte waarmee de werknemer ermee instemt dat een deel van zijn loon aan hem wordt overgedragen. De werkgever moet de documenten die hij heeft ontvangen aandachtig doornemen en uitmaken of ze betrekking hebben op een beslag of een overdracht.

De akte van beslag moet worden betekend per deurwaardersexploot. In geval van beslag voor de belasting of de btw kan die per aangetekende brief aan de werkgever worden verstuurd.

Na ontvangst van het beslag kan de werkgever de bedragen die hiervan het voorwerp uitmaken niet meer uit handen geven.

De werkgever beschikt over een termijn van 15 kalenderdagen vanaf het beslag om aan de gerechtsdeurwaarder een verklaring van derde-beslagene te betekenen.  In zijn verklaring van derde-beslagene verklaart de werkgever het bedrag, de betalingsdatum en -wijze van het loon dat maandelijks aan de werknemer betaald wordt. Hij gaat ook over tot het noteren van eventuele beslagen en/of overdrachten die al voor deze werknemer betekend werden en voegt bij zijn verklaring de bewijsstukken die in zijn bezit zijn. De aangifte van de derde-beslagene moet aangetekend naar de gerechtsdeurwaarder (of rechtstreeks naar de schuldeiser in geval van beslag ten gunste van de belasting of de btw) en naar de werknemer worden verstuurd.

Ten vroegste 2 dagen na het verstrijken van de zogenaamde termijn voor verzet stort de werkgever de ingehouden bedragen aan de beslagleggende schuldeiser.  De termijn van verzet is de termijn van 15 dagen waarin de werknemer zich kan verzetten tegen het beslag.  Deze termijn vangt aan op het ogenblik dat de gerechtsdeurwaarder (of de beslagleggende schuldeiser) overgaat tot de aanzegging van het beslag. Zo weet de werknemer dat er een beslag betekend werd aan zijn werkgever. De werkgever ontvangt ook een afschrift van de aanzegging die aan de werknemer (de tegenaanzegging) gebeurde.

Inderdaad. In geval van loonoverdracht ontvangt de werkgever eerst per aangetekende brief (of uitzonderlijk per deurwaardersexploot) een afschrift van de brief waarmee de schuldeiser de werknemer op de hoogte brengt van de intentie om over te gaan tot de uitvoering van de overdracht bij zijn werkgever. 

Ten vroegste 10 dagen na de eerste aangetekende brief ontvangt de werkgever een tweede aangetekende brief waarin de schuldeiser hem een eensluidend verklaard afschrift van de akte van overdracht bezorgt en aan de werkgever vraagt om de overdracht uit te voeren.

Opgelet: deze procedure is niet van toepassing voor een overdracht op basis van een authentieke akte, waarvoor slechts een enkele betekening vereist is.

De werkgever moet nagaan of de volgende procedure wel nageleefd werd:

  • De schuldeiser betekent aan de werknemer zijn voornemen om de overdracht uit te voeren.
  • De schuldeiser verzendt een afschrift van de intentiebrief naar de werkgever.
  • De schuldeiser verzendt een eensluidend verklaard afschrift van de akte van overdracht naar de werkgever.      

Voor zover de werkgever wel degelijk beschikt over de bovenvermelde documenten en de werknemer niet gekant is tegen de overdracht, begint de werkgever met de inhouding van de bedragen die vatbaar zijn voor overdracht vanaf de eerste betaaldag die volgt op de vraag tot uitvoering van de overdracht.

In geval van verzet tegen een beslag wordt de werkgever per gerechtsdeurwaardersexploot verwittigd. Hij brengt de schuldeiser hiervan op de hoogte en houdt de bedragen die het voorwerp uitmaken van het beslag verder in. De ingehouden bedragen worden op een daartoe bestemde bankrekening gestort. Wanneer de beslagrechter een beslissing heeft genomen, worden de bedragen vrijgemaakt ten gunste van de schuldeiser of de werknemer. In geval van beslag ten gunste van de belasting of de btw, tekent de werknemer zijn verzet aan per aangetekende brief.

Bij overdracht is er een andere procedure van kracht. Indien de werknemer zich verzet tegen de overdracht, stuurt hij een aangetekende brief naar de werkgever om hem hiervan op de hoogte te brengen. De werkgever brengt op zijn beurt de schuldeiser op de hoogte en schort de inhoudingen onmiddellijk op. De werknemer zal dus zijn volledige loon ontvangen totdat de vrederechter waar de schuldeiser de zaak aanhangig heeft gemaakt de overdracht valideert.

Slechts een gedeelte van het nettoloon dat de werknemer ontvangt, wordt ingehouden. Het betreft de delen van het loon die vatbaar zijn voor overdracht of beslag. De berekeningswijze van deze delen wordt vastgelegd door het gerechtelijk wetboek.

Opgelet! In geval van beslag of overdracht in het kader van onderhoudsgeld kan het volledige loon worden ingehouden.

Om te bepalen welke deel voor beslag of overdracht vatbaar is, moet de werkgever ook rekening houden met de eventuele verklaring die hem door de werknemer bezorgd werd van een kind ten laste. Ook eventuele situaties van samenloop spelen mee, in de veronderstelling dat verschillende beslagen en/of overdrachten voor eenzelfde werknemer werden betekend.

De bedragen van de inhoudingen moeten op de loonfiches en op de individuele rekening van de werknemer vermeld worden.

De werkgever wacht tot hij in het bezit is van een gerechtelijke opheffing of opheffing in der minne vooraleer hij de uitvoering van de inhoudingen stopzet.

Met andere woorden, bij gebrek aan een schriftelijk document dat aan de werkgever bevestigt dat het beslag of de overdracht werd beëindigd, voert de werkgever de inhoudingen verder uit.

In dat geval kan de werkgever worden beschouwd als eenvoudig schuldenaar van de schulden van de werknemer.

De werkgever kan dus maar beter onmiddellijk handelen. Het is immers niet uitzonderlijk dat de volledige bedragen die ingehouden hadden moeten worden, teruggevorderd worden van een werkgever die gedurende verschillende maanden een beslag of overdracht niet heeft uitgevoerd.

Auteur: Donatienne Knipping

30/04/2014