Lagere loonkosten voor werknemers die in ploegen of ’s nachts werken

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Stelt u werknemers tewerk die in ploegen of ’s nachts werken? Dan is er goed nieuws. Om u een zo groot mogelijke loonkostenverlaging toe te kennen, paste de regering de berekeningswijze van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing aan.

Berekeningswijze van de vrijstelling

Het gedeelte van de bedrijfsvoorheffing dat u als werkgever niet moet doorstorten naar de FOD Financiën is gelijk aan een percentage van de belastbare bezoldigingen:

Type tewerkstelling

Percentage vrijstelling

Ploegen- of nachtarbeid

22,80%

Volcontinue arbeid

25,00%

De wetgeving omschrijft strikt de begrippen belastbare bezoldigingen, ploeg- of nachtarbeid en volcontinue arbeid. In het kader van deze infoflash lichten wij deze begrippen niet verder toe.

Individuele berekening

Tot eind 2017 gebeurde de berekening van de vrijstelling per werknemer. Bedroeg de berekende vrijstelling meer dan de ingehouden bedrijfsvoorheffing, dan verloor u als werkgever een stukje van de vrijstelling.

Het was immers niet toegestaan om, indien de ingehouden bedrijfsvoorheffing bij een werknemer meer bedroeg dan 22,80% (of 25,00%) van zijn belastbare bezoldigingen en bij een andere werknemer minder dan 22,80% (of 25,00%) van zijn belastbare bezoldigingen, dit onderling te compenseren. De berekening moest per werknemer gebeuren.

Voorbeeld: Een werknemer die in ploegen werkt, ontvangt voor de betrokken maand een belastbare bezoldiging van 2.500,00 EUR. De ingehouden bedrijfsvoorheffing is gelijk aan 339,12 EUR.

De niet door te storten bedrijfsvoorheffing bedraagt 570,00 EUR (= 2.500,00 EUR x 22,80%).

Aangezien het bedrag van de vrijstelling (570,00 EUR) hoger is dan de ingehouden bedrijfsvoorheffing (339,12 EUR), ging een deel van de vrijstelling verloren (230,88 EUR).

Doorbreking van de individuele berekeningswijze

Op 1 januari 2018 wijzigde de berekeningswijze van de vrijstelling met als doel werkgevers een zo hoog mogelijke vrijstelling toe te kennen. Op welke manier? Via de zogenaamde doorbreking van de individuele berekeningswijze.

Het deel van de vrijstelling die de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging van een werknemer overstijgt, wordt voortaan aangerekend op de resterende bedrijfsvoorheffing van andere werknemers die ook in ploegen of ’s nachts werken of die in volcontinu werken.

Voorbeeld: Een onderneming telt 4 werknemers die in ploegen werken:

 

Werknemer 1

Werknemer 2

Werknemer 3

Werknemer 4

Totaal

Maandelijkse belastbare bezoldiging per werknemer

2.500,00 EUR

2.500,00 EUR

3.000,00 EUR

3.000,00 EUR

 

Theoretische vrijstelling aan 22,80%

570,00 EUR

570,00 EUR

684,00 EUR

684,00 EUR

 

Ingehouden bedrijfsvoorheffing

339,12 EUR

610,16 EUR

547,50 EUR

855,73 EUR

 

Nog beschikbare bedrijfsvoorheffing (= ingehouden bedrijfsvoorheffing – theoretische vrijstelling)

/

40,16 EUR

/

171,73 EUR

211,89 EUR

Resterende vrijstelling (= theoretische vrijstelling – ingehouden bedrijfsvoorheffing)

230,88 EUR

/

136,50 EUR

 

367,38 EUR

Er is nog een totale beschikbare bedrijfsvoorheffing van 211,89 EUR voor handen waarop het resterende gedeelte van de vrijstelling (nl. 367,38 EUR) wordt aangerekend.

Opgelet, het bedrag is beperkt tot 211,89 EUR. Het overige gedeelte van de vrijstelling (= 155,49 EUR, namelijk 367,38 EUR – 211,89 EUR) is definitief verloren.

De nieuwe berekeningswijze zorgt er dus voor dat de werkgever uit bovenstaand voorbeeld 211,89 EUR méér aan vrijstelling geniet in vergelijking met de vrijstelling berekend via de individuele berekeningswijze.

Bron: Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, B.S. 30 maart 2018.

Auteur: Peggy Criel

25/04/2018