Jonge werknemers en gemiddeld minimum maandinkomen op 01.01.2015

Auteur: Francis Verbrugge
Datum:

Vanaf 1 januari 2015 is er geen enkel degressiviteitspercentage meer van toepassing op het gemiddeld minimum maandinkomen van jonger werknemers van 18, 19 en 20 jaar.

Herinnering: in het 1e kwartaal 2013 zijn de sociale partners overeengekomen om de verlaagde minimumlonen voor jonge werknemers van 18 tot minder dan 21 jaar die werken met een arbeidsovereenkomst geleidelijk af te schaffen.

Deze geleidelijke afschaffing is doorgevoerd in 3 fases (zie hierna) en heeft aanleiding gegeven tot het afsluiten van 3 interprofessionele cao's (cao nr. 43duodecies, nr. 43terdecies en nr. 50bis, allen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 10 oktober – B.S. 22.10.2013, 2e Ed.).

1) Vanaf 1 april 2013 (overgangsperiode)

Sinds 1 april 2013 hebben de jonge werknemers van 18, 19 en 20 jaar recht op een gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat gelijk is aan de percentages hieronder. Deze percentages werden toegepast op het inkomen dat werd gewaarborgd aan de werknemers van 21 jaar en ouder (€ 1.501,82 op 01.04.2013):

  • op 20 jaar: 96 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2013);
  • op 19 jaar: 92 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2013);
  • op 18 jaar: 88 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2013);

De minimumlonen hierboven zijn overigens een verplicht minimuminkomen geworden voor alle sectoren. Het waren dus geen minimumlonen die suppletief golden.

2) Vanaf 1 januari 2014 (overgangsperiode)

Het percentage dat moet worden toegepast op het inkomen dat wordt gewaarborgd aan werknemers van 21 jaar en ouder werd op 1 januari 2014 opnieuw opgetrokken.

Vanaf die datum hadden werknemers van 18, 19 en 20 jaar recht op een gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat gelijk was aan de percentages hieronder. Deze percentages moesten worden toegepast op het inkomen dat werd gewaarborgd aan de werknemers van 21 jaar en ouder (€ 1.501,82 sinds 01.04.2014):

  • op 20 jaar: 98 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2014);
  • op 19 jaar: 96 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2014);
  • op 18 jaar: 94 % (op een vast bedrag van € 1.501,82 op 01.04.2014);

3) Vanaf 1 januari 2015 (definitief stelsel)

Vanaf 1 januari 2015 is er geen degressiviteitspercentage meer voor de jonge werknemers van 18, 19 en 20 jaar.

Het minimuminkomen voor deze jongeren wordt voortaan bepaald volgens de gegevens in de tabel hieronder, in functie van hun anciënniteit in de onderneming.

Voor de jonge werknemers van 16 en 17 jaar blijven evenwel de cao nr. 50 en een degressief percentage van toepassing. Zie tevens de opmerkingen onder de tabel.

Gemiddeld maandelijks minimuminkomen op 01.01.2015 voor de jonge werknemers

Leeftijd van de jonge werknemer

Gemiddeld maandelijks minimuminkomen op 1 januari 2015

21 jaar en meer

1.559,38 € (1)

20 jaar

1.559,38 € (2)

19 jaar

1.541,67 € (3)

18 jaar

1.501,82 € (4)

17 jaar

1.141,38 € (= 76 % van 1.501,82 €) (5)

16 jaar en minder

1.051,27 € (= 70 % van 1.501,82 €) (5)

 (1) Vanaf 1 januari 2015 is er geen enkele anciënniteitsvoorwaarde meer vereist voor werknemers van 21 jaar en ouder.

 (2) Voor de toekenning van dit bedrag moet de jongere wel een anciënniteit van 12 maanden in de onderneming rechtvaardigen.

 (3) Voor de toekenning van dit bedrag moet de jongere wel een anciënniteit van 6 maanden in de onderneming rechtvaardigen.

 (4) Dit is het bedrag van het GMMI op 31.12.2014 zoals toegekend aan een werknemer van 21 jaar of ouder met minder dan 6 maanden anciënniteit.

 (5) Degressief percentage toegepast op het GMMI toegekend vanaf 1 januari 2015 aan een jongere van 18 jaar.

Opmerkingen

  • Jongeren van 17 jaar en jonger die werken met een arbeidsovereenkomst blijven onderworpen aan de suppletieve toepassing van de cao nr. 50, d.w.z. een percentage van het gewaarborgd inkomen zoals gedefinieerd in de cao nr. 43 (gelijk aan 76 % voor een jongere van 17 jaar en 70 % voor een jongere van 16 jaar en jonger).
  • Jongeren onder de 21 jaar die zijn gebonden door een tewerkstellingsovereenkomst voor studenten en jongeren onder de 21 jaar die een alternerende opleiding genieten (bv. leerovereenkomst, 'convention d'insertion socioprofessionnelle', beroepsinlevingsovereenkomst, 'contrat d'alternance') blijven onderworpen aan het suppletief stelsel van de cao nr. 50 (zie hiervoor).
  • Ter herinnering, het gewaarborgd minimuminkomen voorzien door de cao nr. 50 geldt niet voor de jongeren die zijn tewerkgesteld in een familiebedrijf of die gewoonlijk tewerkgesteld zijn gedurende periodes van minder dan een kalendermaand (bv. seizoenwerknemers, studenten).

Bronnen: Cao nr. 43duodecies, nr. 43terdecies en nr. 50bis, allen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 10 oktober – B.S. 22.10.2013, 2e Ed.

Auteur: Francis Verbrugge

11/12/2014