Jaarverslag IDPBW voortaan ter beschikking houden van inspectie

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Elk jaar moet de preventieadviseur een verslag opstellen over de werking van zijn Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW). Nieuw dit jaar: de werkgever moet het verslag niet langer versturen naar de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk.

Herhaling van enkele principes

Elke werkgever is verplicht om maatregelen te nemen die nodig zijn om het welzijn van de werknemers op het werk te bevorderen. Daartoe moet de werkgever in elke onderneming een preventiebeleid uitwerken en invoeren. Om alle doelstellingen van dit beleid te kunnen realiseren, moet de werkgever een beroep doen op de deskundigheid die vereist is in zijn onderneming (interne dienst) en eventueel op een externe deskundigheid (externe dienst).

Elke werkgever, ongeacht de grootte van de onderneming, moet een IDPBW oprichten. Deze IDPBW moet minstens bestaan uit een preventieadviseur die gekozen wordt uit de personeelsleden. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers mag de werkgever zelf deze functie opnemen. In dit geval moet hij steeds een beroep doen op een erkende externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPBW).

Jaarverslag

Elk jaar moet de preventieadviseur een verslag opstellen over de werking van zijn Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW).

Het verslag wordt gemaakt aan de hand van het formulier ad hoc (A, B of C naargelang de organisatie van de IDPBW) dat beschikbaar is op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (www.werk.belgie.be) of kan worden verkregen bij de regionale directies of de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk (adres: Ernest Blerotstraat 1 te 1070 Brussel, telefoonnummer: 02/233.45.11, e-mail: tww@werk.belgie.be).

Een verklarende nota, die ook beschikbaar is op de website, geeft richtlijnen die nodig zijn bij het invullen van de verschillende rubrieken van de formulieren. De rubrieken hebben in het bijzonder betrekking op de identificatiegegevens van de werkgever, op de organisatie van de IDPBW en eventueel het comité voor preventie en bescherming op het werk, op de arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk, op de arbeidsveiligheid, op de gezondheid en hygiëne op het werk, op de vorming en op de informatie van het personeel, evenals op de preventie van de psychosociale last veroorzaakt door het werk.

Nieuw dit jaar

De werkgever moet het jaarverslag over de werking van de IDPBW niet langer versturen naar de bevoegde Regionale Directie(s) voor Toezicht op het Welzijn op het Werk binnen drie maanden na het burgerlijk jaar waarop het betrekking heeft.

De codex over het welzijn op het werk is namelijk onlangs gewijzigd. De werkgever moet dit verslag voortaan ter beschikking houden van de inspectie.

Deze nieuwe werkwijze treedt in werking op 8 maart 2018.

Bronnen: Codex over het welzijn op het werk, art. II.1-6, §1, 2°, b en I.2-22; Koninklijk Besluit van 7 februari 2018 tot opheffing van diverse bepalingen betreffende notificaties aan de met het toezicht belaste ambtenaar die in toepassing van artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek werd aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan, B.S. 26 februari 2018; http://www.werk.belgie.be.

Auteur: Catherine Legardien

06/03/2018