Jaarlijkse vakantie op te nemen vóór 31 december 2013

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Het einde van het jaar komt stilaan in zicht. Misschien hebben sommige van uw werknemers nog niet alle vakantiedagen genomen waarop ze recht hebben voor 2013. Daarom herinneren we nog eens aan enkele principes voor het opnemen van vakantiedagen.

1. De werknemer (arbeider of bediende) die, op basis van zijn arbeidsprestaties in 2012 (of afwezigheidsperiodes gelijkgesteld met arbeidsprestaties), aanspraak kan maken op betaalde vakantiedagen in 2013, moet die dagen volledig opnemen tussen 1 januari en 31 december 2013.

=> Het is dus verboden het resterend aantal niet opgenomen vakantiedagen over te dragen naar 2014. De werknemer mag ook niet in 2013 de dagen jaarlijkse vakantie beginnen opnemen waarop hij recht heeft voor 2014.

2. Als de werknemer door overmacht (bijvoorbeeld ziekte) zijn vakantie onmogelijk kan nemen vóór 31 december 2013, dan verliest hij definitief het recht op zijn vakantiedagen.

=> Als het om een bediende gaat, moet de werkgever hem echter op 31 december 2013 zijn vakantiegeld voor de niet-genomen vakantiedagen betalen.

3. De werknemer mag in geen geval afzien van de vakantie waarop hij recht heeft. Een weigering van de werknemer om zijn vakantiedagen op te vragen, doet geen afbreuk aan de verplichting van de werkgever om deze dagen toe te kennen ongeacht of de werknemer ze al dan niet heeft gevraagd.

Opmerking

Aan een bediende die zijn vakantiedagen opneemt, betaalt de werkgever enkel vakantiegeld (het normale loon voor elke vakantiedag) en dubbel vakantiegeld. Het dubbel vakantiegeld stemt overeen met 92% van het brutoloon van de maand waarin de hoofdvakantie wordt genomen.

Het komt echter veel voor dat het dubbel vakantiegeld aan alle bedienden op hetzelfde tijdstip uitbetaald wordt (bv. in april of mei), dus vóór de effectieve hoofdvakantie (die meestal vastgelegd wordt in de loop van juli en augustus). In dat geval moet het dubbel vakantiegeld geregulariseerd (= herberekend) worden als er een indexering en/of aanpassing van het loon heeft plaatsgevonden tussen het ogenblik van de betaling van het dubbel vakantiegeld en het ogenblik waarop de hoofdvakantie wordt opgenomen.

Bronnen: Koninklijk Besluit van 28 juni 1971 houdende aanpassing en coördinatie van de wetsbepalingen betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, B.S. 30 september 1971; Koninklijk Besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, B.S. 11 augustus 1967; F. Verbrugge, Gids voor sociale reglementering in ondernemingen, Sociaal Secretariaat voor ondernemingen Partena, Kluwer uitgevers, 2013, nr. 267 en 301.

Auteur: Catherine Legardien

17/12/2013