Jaarlijkse vakantie (3) - Tijdelijke werkloosheid wegens collectieve sluiting van de onderneming

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

In de vorige infoflash over de jaarlijkse vakantie hebben we gezien dat de vakantiedata in een onderneming ofwel in een individueel akkoord tussen de werkgever en elke werknemer worden vastgelegd, ofwel op collectieve wijze (voor het voltallige personeel) in geval van sluiting van de onderneming. In het laatste geval kan het dat bepaalde werknemers van de onderneming echter geen (of niet langer) recht hebben op betaalde vakantie of op een voldoende aantal vakantiedagen dat de volledige periode van collectieve sluiting dekt. Wat dan met hun loon voor deze sluitingsdagen?

PRINCIPE

De dagen collectieve sluiting waarvoor de werknemer geen recht heeft op wettelijke vakantie worden niet gedekt door een vakantiegeld. Deze dagen kunnen voor de werknemer in principe worden gelijkgesteld met tijdelijke werkloosheid wegens collectieve sluiting zodat hij een uitkering van de RVAkan ontvangen.

Kan in principe een werkloosheidsuitkering wegens collectieve sluiting genieten: de werknemer (bediende of arbeider) die op basis van zijn arbeidsprestaties in het voorgaande jaar niet voldoende vakantiedagen heeft die de volledige sluitingsperiode van de onderneming dekken. Hetzelfde geldt voor een werknemer die zijn vakantiedagen reeds volledig of gedeeltelijk heeft uitgeput bij een vorige werkgever.

Voorbeelden

1. Een arbeider heeft op basis van zijn prestaties in 2017 recht op 6 vakantiedagen in 2018. De onderneming sluit in de maand juli gedurende 15 werkdagen.

Voor deze periode kan de werknemer aanspraak maken op:

  • een vakantiegeld voor de 6 eerste sluitingsdagen, en
  • een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA voor de 9 volgende dagen.

2. Een bediende heeft het volledige jaar 2017 en tot 31 maart 2018 gewerkt in onderneming A. Bijgevolg heeft hij voor 2018 recht op 20 vakantiedagen. Voor zijn vertrek heeft hij al 10 vakantiedagen opgenomen. Er blijven dus nog 10 vakantiedagen over. Vanaf 1 april 2018 werkt hij voor onderneming B die in de maand augustus gedurende 15 werkdagen sluit wegens jaarlijkse vakantie.

De sluitingsperiode wordt als volgt gedekt:

  • voor de eerste 10 sluitingsdagen, door het vertrekvakantiegeld (betaald door werkgever A bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst), en
  • voor de 5 volgende dagen, door een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA.

Opgelet! De werknemer is verplicht om eerst zijn vakantiedagen op te nemen in geval van collectieve sluiting van de onderneming. Met andere woorden, de werknemer die vóór de collectieve sluitingsperiode van de onderneming waar hij werkt reeds een deel van zijn vakantiedagen heeft opgenomen in dezelfde onderneming en bijgevolg niet voldoende dagen meer heeft om de sluitingsperiode te dekken, heeft noch recht op vakantiegeld noch op werkloosheidsuitkeringen voor de sluitingsdagen waarvoor hij geen vakantiedagen meer kan nemen.

Voorbeeld

Een werknemer heeft recht op 20 vakantiedagen in 2018. In februari neemt hij 9 vakantiedagen. Er blijven er dus nog 11 over. In de maand juli sluit de onderneming wegens jaarlijkse vakantie gedurende 18 werkdagen. De werknemer maakt aanspraak op een vakantiegeld voor de eerste 11 sluitingsdagen van de onderneming. Voor de periode van de 7 resterende dagen ontvangt hij noch een vakantiegeld noch werkloosheidsuitkeringen.

FORMALITEITEN

De werkgever is niet verplicht om de RVA in te lichten over de sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie.

Voordat de sluitingsperiode aanvangt, bezorgt de werkgever de werknemer niettemin een controleformulier C3.2 A met de gegevens over de identiteit van de werknemer.

De werknemer moet dit formulier steeds in zijn bezit hebben om het desgevallend te kunnen voorleggen aan de sociaal controleur van de RVA wanneer deze hierom vraagt. De werknemer moet op het formulier alle arbeidsprestaties invullen die hij (voor zichzelf of voor een derde) uitvoert tijdens de periode van collectieve sluiting.

Op het einde van de maand moet de werknemer zijn controleformulier indienen bij zijn betalingsinstelling.

Bovendien moet de werkgever bij het begin van de werkloosheid een elektronische aangifte (ASR scenario 2) uitvoeren. Deze aangifte laat de RVA toe om het bedrag te berekenen van de uitkering waarop de werknemer recht heeft.

Na het einde van de maand doet hij dan een elektronische aangifte (ASR scenario 5) van de uren die de werknemer tijdelijk werkloos is geweest.