Jaarlijkse vakantie (1) – Wat zijn de modaliteiten voor de toekenning van vakantiedagen ?

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

De zomervakantie staat voor de deur en meteen duiken ook veel vragen op over de reglementering betreffende de jaarlijkse vakantie.

In deze eerste infoflash over de jaarlijkse vakantie herhalen we de modaliteiten voor de toekenning van vakantiedagen. Die modaliteiten zijn steeds dezelfde, ongeacht het statuut van de werknemer (arbeider of bediende) en de wijze waarop de vakantieperiodes worden bepaald (via een collectief of individueel akkoord; zie onze volgende infoflashes).

Wanneer vakantie wordt genomen moet rekening worden gehouden met de volgende regels:

1. De vakantie moet worden toegekend vóór 31 december van het vakantiejaar. Het is dus verboden om de vakantiedagen die niet werden opgenomen in het vakantiejaar over te dragen naar het volgende jaar.

Voorbeeld – Een bediende werkt voltijds (5 dagen/week) gedurende het volledige jaar 2013. In 2014 heeft hij recht op 20 vakantiedagen die effectief tussen 1 januari en 31 december 2014 moeten worden opgenomen.

2. Voor werknemers met schoolplichtige kinderen zal de vakantie bij voorkeur worden toegekend gedurende de schoolvakantie.

3. Behoudens andersluidend verzoek van de betrokken werknemer, moet een ononderbroken periode van 2 weken toegekend worden tussen 1 mei en 31 oktober (3 weken voor werknemers jonger dan 18 jaar op 31 december van het vakantiedienstjaar). Een ononderbroken vakantieperiode van één week moet in ieder geval worden gewaarborgd.

4. Het saldo van de vakantiedagen zal worden opgebruikt in periodes van geringe activiteit of ter gelegenheid van gewestelijke, plaatselijke of andere feesten.

5. Het nemen van halve vakantiedagen is verboden behalve:

  • indien de halve vakantiedagen aangevuld worden met een halve dag van gewone rust;
  • indien de werknemer vraagt om 3 dagen van de vierde vakantieweek te verdelen over halve dagen. De werkgever kan zich echter verzetten tegen het opdelen van de vakantiedagen indien zij het goede verloop van de arbeid in de onderneming zouden verstoren.

Bronnen: Koninklijk Besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 11 augustus 1967; F. Verbrugge, Gids voor Sociale Reglementering in Ondernemingen, Sociaal Secretariaat van Werkgevers Partena, Kluwer Uitgevers, 2014, nr. 268.

Auteur: Catherine Legardien

28/05/2014