Het mobiliteitsbudget uitgeklaard

Auteur: Laurence Philippe
Datum:

Zoals we al in mei aankondigden, zal het mobiliteitsbudget binnenkort in werking treden. Ook al gaat het nog maar om een voorontwerp, we geven toch al een stand van zaken.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget kan worden ingevoerd door de werkgever die dat wenst. De werknemer die hierin is geïnteresseerd kan afzien van zijn bedrijfswagen in ruil voor een mobiliteitsbudget. Dit mobiliteitsbudget kan op 3 verschillende manieren worden besteed, de zogenaamde 3 pijlers.

De eerste pijler houdt in dat het budget mag worden gebruikt om te opteren voor een milieuvriendelijkere wagen.

Het resterende budget mag worden uitgegeven om duurzame vervoermiddelen te financieren (pijler 2). Als er op het einde van het jaar nog een deel van het budget overblijft, mag dat in geld worden uitbetaald aan de werknemer (pijler 3).

Hoe wordt het mobiliteitsbudget berekend?

Het bedrag van het mobiliteitsbudget stemt overeen met de totale jaarlijkse brutokostprijs voor de werkgever van de bedrijfswagen waarvan wordt afgezien (total cost of ownership). Dit impliceert de fiscale en sociale lasten en alle kosten met betrekking tot de bedrijfswagen (kosten voor de financiering, benzine,...).

Wie heeft recht op dit mobiliteitsbudget?

Net zoals de mobiliteitsvergoeding kan het mobiliteitsbudget enkel worden ingevoerd wanneer de werkgever dat wenst. Een werknemer kan ook niet worden gedwongen om zijn bedrijfswagen in te leveren. Zowel de werkgever als de werknemer moeten er dus mee akkoord gaan.

Wel niet alle werkgevers kunnen ervan genieten. Er zijn namelijk antimisbruikbepalingen voorzien. In de eerste plaats moet de werkgever al sinds minstens 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking stellen van een of meer werknemers. Voor jonge ondernemingen zijn bijzondere bepalingen voorzien. Daarnaast moet de betreffende werknemer sinds minstens 12 maanden in de loop van de laatste 36 maanden én in de 3 maanden voorafgaand aan de toekenning van het mobiliteitsbudget de beschikking hebben gehad over een bedrijfswagen.

In tegenstelling tot bij de mobiliteitsvergoeding geldt het mobiliteitsbudget ook voor de werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen, dit wil zeggen de werknemers die deel uitmaken van een functiecategorie waarvoor het bij de werkgever geldende bedrijfswagenbeleid in een bedrijfswagen voorziet. Voor hen gelden dezelfde termijnen als de termijnen voor werknemers die al effectief over een bedrijfswagen beschikken.

Wat is er op fiscaal en sociaal niveau voorzien?

Elke budgetpijler wordt fiscaal en sociaal anders behandeld. Op die manier wil de regering de mobiliteit van de werknemers aansturen.

Voor de 1e pijler (de werknemer kiest voor een minder vervuilende wagen) blijft de huidige fiscale en sociale behandeling van bedrijfswagens gelden.

De 2e pijler heeft betrekking op verschillende duurzame vervoermiddelen. Dit zijn met name het openbaar vervoer en de zachte mobiliteit in de brede zin (fiets, step, elektrische motorfietsen,...). Het georganiseerde gemeenschappelijke vervoer en de verschillende deeloplossingen (deelauto’s, deelfietsen, taxi’s,...) behoren ook tot deze pijler.

Naast deze duurzame vervoermiddelen worden voor de werknemers die in een straal van 5 km in vogelvlucht van hun normale plaats van tewerkstelling wonen, de huurgelden of de hypothecaire interesten gelijkgesteld en mogen die worden aangewend voor deze 2e pijler.

Deze pijler die verschillende oplossingen voor de mobiliteitsproblemen bevat, wordt sterk aangemoedigd. Zo maken de bedragen die in de 2e pijler worden uitgegeven niet het voorwerp uit van sociale bijdragen of fiscale inhoudingen.

Wanneer er op het einde van het jaar nog een saldo overblijft, zal dat in geld aan de werknemer worden uitbetaald. Omdat het de bedoeling is van de regering om de 2e pijler aan te moedigen, zal de 3e pijler worden onderworpen aan een bijzondere bijdrage van 38,07%.

Wat is het verschil tussen een mobiliteitsbudget en een mobiliteitsvergoeding?

De mobiliteitsvergoeding, ook cash for car genoemd, is op 1 januari 2018 in werking getreden. Het mobiliteitsbudget van zijn kant zou op 1 oktober 2018 in werking treden. Maar wat is nu het verschil tussen deze twee maatregelen?

Dit korte overzicht zal al veel duidelijk maken:

Mobiliteitsvergoeding

Mobiliteitsbudget

Inwerkingtreding

1 januari 2018

1 oktober 2018

Doel van de maatregel

De werknemer toelaten af te zien van zijn bedrijfswagen

Intermodaliteit bevorderen (wagen en andere vervoermiddelen)

Verplicht voor de werkgever of de werknemer

Nee

Nee

Bezitter van een bedrijfswagen

Ja*

Ja of in aanmerking komend voor een bedrijfswagen

Inlevering van de bedrijfswagen

Verplicht

Verplicht maar mogelijk om te opteren voor een milieuvriendelijkere bedrijfswagen

Berekening van het bedrag

Cataloguswaarde van de ingeleverde wagen x 20% x 6/7 (of 24% met tankkaart)

Totale jaarlijkse brutokost voor de werkgever.

Sociale behandeling

CO2-bijdrage gelijk aan die van de ingeleverde bedrijfswagen

Pijler 1: CO2-bijdrage op de bedrijfswagen

Pijler 2: Geen bijdragen

Pijler 3: Bijzondere bijdrage van 38,07%

Fiscale behandeling

Belastingen op een gedeelte van de mobiliteitsvergoeding:

Cataloguswaarde x 6/7 x 4% (minimum € 1.310 in 2018)

Vrijstelling voor de rest van de vergoeding

Pijler 1: VAA bedrijfswagen

Pijler 2: Vrijstelling

Pijler 3: Vrijstelling

Is het mobiliteitsbudget voordeliger dan de mobiliteitsvergoeding?

Dat hangt er van af!

Enkel met het mobiliteitsbudget kan uw werknemer opteren voor een milieuvriendelijkere wagen. Het saldo van het budget dat overblijft nadat werd gekozen voor zo’n wagen kan op zijn minst voor een groot deel worden besteed in de tweede pijler die volledig is vrijgesteld. De derde pijler wordt evenwel ontmoedigd door de inning van een bijzondere bijdrage van 38,07%.

Als de werknemer daarentegen definitief wenst af te zien van zijn bedrijfswagen zal in principe de mobiliteitsvergoeding voordeliger zijn, want de fiscale en sociale behandeling is vergelijkbaar met die van de bedrijfswagens. Als hij zou afzien van zijn bedrijfswagen ten gunste van een mobiliteitsbudget dat hoofdzakelijk aan de derde pijler wordt besteed (uitbetaling in geld), dan zal hij worden gestraft.

Welke van beide maatregelen de voordeligste keuze is moet geval per geval worden onderzocht.

Nog even afwachten…

Het voorontwerp van wet betreffende het mobiliteitsbudget waarover we beschikken, moet op 1 oktober 2018 in werking treden. Een Koninklijk Besluit moet nog bepalen hoe het mobiliteitsbudget moet worden beheerd.

*Er beweegt al wat op het vlak van de mobiliteitsvergoeding

Een wijziging van de mobiliteitsvergoeding (cash for car) ligt al ter tafel. Het systeem dat de werknemers toelaat om af te zien van hun bedrijfswagen in ruil voor een bedrag dat sociaal en fiscaal voordelig wordt behandeld, zou worden versoepeld.

Het zijn vooral de antimisbruikmaatregelen voor de nieuwe werknemers die zouden worden afgeschaft. Zo zouden niet alleen de werknemers die effectief over een bedrijfswagen beschikken hun wagen kunnen inleveren, maar ook de werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen zouden de cash for car kunnen genieten.

Net als het mobiliteitsbudget zal het bedrag van de mobiliteitsvergoeding kunnen worden aangepast ingevolge een functiewijziging of een bevordering.

Op die manier zou een grotere groep werknemers er kunnen van genieten en wordt de maatregel aantrekkelijker.

Bronnen: Voorontwerp van wet betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget; Voorontwerp tot wijziging van de wet tot invoering van de mobiliteitsvergoeding ingevoegd bij de wet van 30 maart 2018.

Auteur: Laurence Philippe

10/09/2018