Gelegenheidsarbeid in de uitvaartsector gaat van start op 1 april 2019

Auteur: Els Poelman
Datum:

Met de publicatie van de wettekst kan het nieuw statuut van gelegenheidsarbeid in de uitvaartsector eindelijk ingaan, maar de voorwaarden zijn strikter dan oorspronkelijk verwacht.  

In een notendop

Het nieuw statuut beperkt de administratieve last voor de korte, onvoorziene tewerkstellingen eigen aan de uitvaartsector. De schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur/werk wordt vervangen door een dimona per prestatie, met opgave van tijdstip begin en einde.

Het nieuw statuut is van toepassing voor tewerkstellingen vanaf 1 april 2019.

Het is louter arbeidsrechterlijk: de dimona per prestatie vervangt de schriftelijke arbeidsovereenkomst.

Het is niet een nieuw “goedkoop” sociaal statuut, want de bijdragen wijzigen niet.

Impact van de sectorale cao

Deze vorm van gelegenheidsarbeid valt onder een gedeelde bevoegdheid.

De dimona per prestatie is het terrein van de wetgever, en de wettelijke aanpassing is gepubliceerd in januari jl.

Daarnaast moet een sectorale cao bepalen dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst niet meer verplicht is. De cao van 4 december 2018 regelt die vrijstelling, maar meteen ook een aantal extra voorwaarden met name een raamovereenkomst, een specifiek minimumloon, een jaarlijkse maximumprestatie en een elektronische tijdsregistratie bovenop dimona.

Welke werknemers?

Gelegenheidsarbeid is bedoeld voor werknemers:

  • zonder vast uurrooster (een werknemer met een vast uurrooster is een gewone deeltijdse werknemer, die niet het statuut heeft van gelegenheidswerknemer)
  • die werken op vrijwillige basis (die dus niet verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst die hen verplicht op bepaalde tijdstippen prestaties te leveren)
  • en die occasioneel, ter gelegenheid van een overlijden:
    • taken als bode verrichten, transporten verzorgen, opbaringen verzorgen, een rouwkapel plaatsen, het onthaal in het rouwcentrum verzorgen en/of bij de koffietafel helpen;
    • de kist met het stoffelijk overschot of de urne met de as van de overledene dragen en in de (ceremonie)wagen plaatsen, de nabestaanden begeleiden en/of de (ceremonie)wagen besturen en net houden.

Het statuut is niet bedoeld voor uitzendkrachten.

Jaarlijkse maximumprestatie

Het statuut van gelegenheidswerknemer is bij dezelfde werkgever beperkt tot maximaal 200 dagen EN maximaal 800 uren per kalenderjaar.

Gepensioneerden die gelegenheidsarbeid uitvoeren, zijn niet gebonden aan dit maximum.

De voorafgaande raamovereenkomst

Uiterlijk bij de aanvang van de eerste tewerkstelling als gelegenheidswerknemer sluiten werkgever en werknemer een schriftelijke raamovereenkomst conform het model opgenomen in de sectorale cao.

De raamovereenkomst bevat in grote lijnen: de afspraak dat de werknemer kan ingaan op een oproep taken te verrichten bij een begrafenis, een omschrijving van de taken die bedoeld zijn, een verwijzing naar het specifiek loon (zie verder), de datum van ondertekening (die beschouwd wordt als aanvangsdatum).

De raamovereenkomst is van onbepaalde duur en kan te allen tijde door één van beide partijen opgezegd worden. De raamovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst, en de werknemer kan er geen rechten uit putten qua gegarandeerde tewerkstelling, loonwaarborg…..

De arbeidsovereenkomst per prestatie

Bij elke effectieve tewerkstelling als gelegenheidsarbeider ontstaat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd/bepaald werk, en die arbeidsovereenkomst kan schriftelijk of mondeling zijn.

Het is dus niet meer verplicht om voorafgaand aan de prestatie een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur/werk te sluiten, op voorwaarde dat die tewerkstelling gedekt is door:

  • een geldige raamovereenkomst;
  • een dimona PC 320 – EXT met tijdstip begin en einde;
  • een elektronische tijdsregistratie

Het minimum uurloon van de gelegenheidswerknemer

Het minimum uurloon van een gelegenheidswerknemer is het sectoraal (PC 320) barema-uurloon van een arbeider categorie 2 met 20 jaar ervaring.

Het is een standaard minimum uurloon, ongeacht de functie en de anciënniteit van de betrokken gelegenheidswerknemer. Het loon wordt geïndexeerd conform de bepalingen in de sector (dus met hetzelfde % en op hetzelfde ogenblik als het sectoraal loonbarema).

De werktijd van de gelegenheidswerknemer

Voor de werktijd van de gelegenheidswerknemer geldt slechts één beperking: de duur van elke werkperiode moet minimum één uur bedragen.

De wekelijkse arbeidsduur kan lager zijn dan 1/3e van de voltijdse arbeidsduur.

Binnen de sector geldt voor deeltijdse werknemers in het algemeen een minimum tewerkstelling van 25 uren per kalenderjaar.  Gelegenheidswerknemers zijn daarop een uitzondering: voor hen vervalt de minimumgarantie van 25 uren op jaarbasis.

Dimona

De dimona gebeurt verplicht per prestatie, met de coördinaten werknemer en volgende gegevens:

  • PC = PC 320 (voor andere dan gelegenheidswerknemers mag het PC niet vermeld worden)
  • type = EXT
  • tijdstip begin prestatie
  • tijdstip einde prestatie

Elektronische tijdsregistratie

De cao van 4 december 2018 koppelt het statuut aan een extra verplichting:

de werkgever moet de gelegenheidswerknemer het begin en einde van elke prestatie laten registreren in een elektronisch systeem van tijdsopvolging, en deze gegevens automatisch overmaken aan de sociaalrechterlijke instanties. Deze tijdsregistratie komt bovenop de dimonaplicht.

Sociale zekerheid

Het statuut gelegenheidsarbeid heeft in de uitvaartsector geen impact voor de bijdrageberekening: de gewone bijdragen worden berekend op het effectief loon.

Bronnen: Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken van 21 december 2018, B.S. 17 januari 2019; cao (PC 320) van 4 december 2018 betreffende de gelegenheidswerknemers in de begrafenisondernemingen.