Flexijobs – de vergoeding van flexijob-werknemers

Auteur: Els Poelman
Datum:

Flexijobs zijn ingevoerd als een flexibele en vooral goedkope vorm van tewerkstelling. De werkgever betaalt minder aan een flexijobber dan aan een gewone werknemer, maar het verschil is niet zo extreem als algemeen aangenomen.

Wat is verschuldigd?

Een werknemer in een flexijob heeft recht op deze vergoedingen:

  1. een basis-flexiloon: het minimum basistarief per uur dat het baremaloon vervangt;
  2. bijkomende vergoedingen: alle extra’s gekoppeld aan de tewerkstelling met een arbeidsovereenkomst;
  3. flexi-vakantiegeld: een onmiddellijk betaald “enkel” vakantiegeld

Samengevat: een flexijobber heeft geen recht op het sectoraal baremaloon voor de functie die hij uitoefent, maar dat is de enige noemenswaardige beperking. Er is wél recht op alle andere vergoedingen die voortkomen uit de tewerkstelling met een arbeidsovereenkomst. Voor de vakantierechten is er een vereenvoudigde toepassing.

Het basis-flexiloon

Het basis-flexiloon is de basisvergoeding per uur voor de prestatie in een flexijob. Het is een niet baremiek loon - de barema’s van het bevoegd paritair comité zijn niet van toepassing.

Op 1 januari 2018 bedraagt het basis flexiloon minimum € 9,18 per uur ongeacht de functie. De indexering volgt deze van de sociale uitkeringen.

Het basis flexiloon is een verplichte vermelding in de raamovereenkomst.

Bijkomende vergoedingen

De werkgever is verplicht toeslagen, premies… e.d.m. te betalen verschuldigd op basis van:

  • arbeidsrecht algemeen;
  • collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in de NAR of in het het paritair comité waaronder de tewerkstelling in de flexijob ressorteert (maar het sectoraal barema is niet van toepassing);
  • collectieve arbeidsovereenkomsten op ondernemingsniveau

Enkele voorbeelden:

  • toeslag zondagwerk, nachtarbeid,…
  • eindejaarspremie
  • tussenkomst woon-werkverkeer
  • ….

Het flexi-vakantiegeld

Een flexijob valt niet onder toepassing van de gewone reglementering jaarlijkse vakantie. In de plaats komt een eigen vakantieregeling, die beperkt blijft tot een onmiddellijk uitbetaald “enkel” vakantiegeld van 7,67%.                                

Het flexi-vakantiegeld van 7,67% is verschuldigd op:

  • het basis-flexiloon
  • alle bijkomende vergoedingen die voor een gewone werknemer “bruto” zijn

Het flexi-vakantiegeld dekt de “vakantiedagen/-uren” die op het ogenblik van opname onbezoldigd zullen zijn. Het wordt uitbetaald door de werkgever, samen met het flexiloon.

Er is geen dubbel vakantiegeld verschuldigd.

Werknemers met een flexijob kunnen hun “vakantiedagen/-uren” opnemen in afspraak met de huidige werkgever. Hoeveel & wanneer is niet wettelijk geregeld, maar een flexijob wordt meestal uitgevoerd via ad-hoc dagcontracten zodat “vakantie” in de praktijk niet aan de orde is…

Sectorale bepalingen en flexijobs

Paritaire comité’s met flexijobs (horeca en detailhandel) kunnen een eigen sectorale regeling uitwerken voor flexijobs, bijvoorbeeld:

  • een hoger basis-flexiloon bepalen;
  • een specifieke toepassing invoeren voor sectorale voordelen (bv. eindejaarspremie) verschuldigd bij tewerkstelling in een flexijob.

Voorlopig is dit niet gebeurd, maar als de uitbreiding van de flexijobs voldoende succes kent is het mogelijk dat er sectorale afspraken komen uitsluitend voor flexijobs.

Wat met afwezigheden?

De werkgever is verplicht afwezigheden (gedekt door een arbeidsovereenkomst flexijob) te vergoeden conform het arbeidsrecht, via doorbetaling van het loon indien voorzien in de reglementering. Door de specifieke aard van een flexijob is dit eerder theorie, wegens meestal uitgevoerd via dagcontracten.

Voorbeeld

Tewerkstelling van 2 dagen van elk 7 uren in een flexijob. Stel dat de tewerkstelling krachtens een cao recht geeft op een toeslag van 10%.

  • vergoeding voor 14 uren prestatie: €128,52 (= € 9,18 x 14)
  • toeslag: €12,85 (= € 128,52 x 10%)
  • flexi-vakantiegeld: €10,84 (= € 141,37 x 7,67%)
  • totale vergoeding: €152,21

De sociale en fiscale lasten op deze vergoeding zijn voorwerp van een volgende infoflash.

Bron: Wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, zoals aangepast door de Programmawet van 25 december 2017 (BS 29 december 2017).