Flexijobs - de hoofdactiviteit

Auteur: Els Poelman
Datum:

Het basisidee achter de flexijobs is dat personen die via een hoofdactiviteit (bijna) volledig sociaal verzekerd zijn, flexibel kunnen bijverdienen zonder zware sociale en fiscale lasten.

Wie moet een hoofdactiviteit bewijzen?

Alle werknemers met een flexijob moeten een hoofdactiviteit bewijzen, uitgezonderd (vanaf 2018) de gepensioneerden. De speciale situatie van gepensioneerden wordt besproken in een volgende infoflash.

Principes

Een hoofdactiviteit voldoet aan drie kenmerken:

  1. minstens 4/5e van een voltijdse tewerkstelling

  2. in het derde kwartaal voorafgaand aan de uitvoering van de flexijob

  3. bij één of meerdere andere werkgevers (dan de werkgever die de flexijob aanbiedt)

Het refertekwartaal is het derde kwartaal voorafgaand aan het huidig kwartaal.

Voorbeeld

Tewerkstelling in een flexijob vanaf het 1e kwartaal 2018

1e kwartaal 2018 refertekwartaal = 2e kwartaal 2017

2e kwartaal 2018 refertekwartaal = 3e kwartaal 2017

enz…

De hoofdactiviteit wordt gerealiseerd bij één of meerdere andere werkgevers dan deze bij wie de flexijob wordt uitgevoerd. Anderzijds speelt de sector geen rol: alle paritaire comités komen in aanmerking (dus niet uitsluitend horeca en detailhandel).

De verplichte hoofdactiviteit betekent dat een flexijob per kwartaal moet georganiseerd worden, want het refertekwartaal schuift op met elk nieuw tewerkstellingskwartaal.

Evaluatie van de 4/5e tewerkstelling

Er wordt rekening gehouden met alle periodes van tewerkstelling in de publieke en private sector, maar NIET met periodes van zelfstandige activiteit.

Voor de periodes aanwezig in een geregistreerde dmfa gelden in detail volgende regels:

1. Worden meegenomen:

  • alle door de werkgever(s) betaalde periodes, inclusief de periodes gedekt door verbrekingsvergoeding;
  • alle niet door de werkgever(s) betaalde periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, aanwezig in de dmfa

2. Worden NIET meegenomen, prestaties aangegeven:

  • als netto-overuren in de horeca;
  • in een flexijob;
  • als leerling;
  • als student binnen het contingent dat dient voor de solidariteitsbijdrage;
  • als beperkt onderworpen jongere tot 31.12 jaar 18e verjaardag;
  • als gelegenheidswerknemer in de land- en tuinbouw, aangegeven met het goedkoop dagforfait;
  • als gelegenheidswerknemer in de horeca, aangegeven met het goedkoop dag- of uurforfait.

Het minimum van 4/5e tewerkstelling wordt berekend:

1. in verhouding tot de voltijdse arbeidsduur in de sector waarin de tewerkstelling gebeurt

voorbeeld

refertekwartaal 65 dagen

volledig kwartaal deeltijds gewerkt in een sector met 37 u/week → 4/5e = 384,80 u

2. in verhouding tot een volledig refertekwartaal

voorbeeld

refertekwartaal 65 dagen

voltijds gewerkt gedurende 50 aangegeven dagen → 4/5e niet bereikt

Nieuw vanaf 2018: wanneer tijdelijke leerkrachten tijdens de zomervakantie een uitgestelde bezoldiging of een werkloosheidsuitklering genieten, wordt die periode gelijkgesteld met een gewerkte periode zodat ze in het tweede kwartaal van het volgende jaar een flexijob kunnen uitvoeren.

Praktische organisatie van de evaluatie

De evaluatie gebeurt door de RSZ, op het ogenblik dat de dimona voor een flexijob wordt geregistreerd en op basis van gegevens die voor het derde voorafgaande kwartaal aanwezig zijn in de loopbaandatabank van Sigedis. Het resultaat van de evaluatie wordt onmiddellijk meegedeeld aan de werkgever die de dimona heeft verricht.

Hoe dit alles in de praktijk verloopt, leest u in een volgende infoflash.

De loopbaandatabank bevat uitsluitend prestaties onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid – ze is dus onbruikbaar voor flexijobbers met een hoofdactiviteit onderworpen aan de buitenlandse sociale zekerheid. Voor deze doelgroep mag de werkgever de aangifte van een flexijob laten valideren mits bewijsvoering van de 4/5e onderwerping aan een buitenlandse sociale zekerheid (bewijsvoering ad hoc, op initiatief werkgever).          

Bron: Wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, zoals aangepast door de Programmawet van 25 december 2017 (BS 29 december 2017).

Auteur: Els Poelman

16/01/2018