Fiscale vrijstelling bij tussenkomst van de werkgever in het woon-werkverkeer: de wetgever verduidelijkt

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Het Koninklijk Besluit dat de regels vastlegt voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor het inkomstenjaar 2013 heeft voor de eerste keer specifieke bepalingen opgenomen omtrent de toepassing van de fiscale vrijstelling bij tussenkomst van de werkgever in het woon-werkverkeer. De nieuwe bepalingen hebben enerzijds betrekking op de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling op niveau van de bedrijfsvoorheffing en anderzijds betrekking op de berekeningswijze van de vrijstelling.

De tegemoetkoming die een werkgever aan zijn werknemer toekent als betaling of terugbetaling van de vervoerskosten die verband houden met het woon-werkverkeer vormt in principe een belastbare bezoldiging. Artikel 38, § 1, lid 1, 9° WIB 92 voorziet echter in een fiscale vrijstelling van de tegemoetkoming van de werkgever in deze vervoerskosten.  Het bedrag van de fiscale vrijstelling hangt af van het vervoermiddel dat de werknemer gebruikt om zich te verplaatsen en de manier waarop hij zijn beroepskosten aftrekt.

Alleen de belastingplichtigen die bezoldigingen als loontrekkende werknemers ontvangen, kunnen aanspraak maken op bovenstaande vrijstelling. Belastingplichtigen die bezoldigingen als bedrijfsleiders ontvangen hebben geen recht op deze vrijstelling. Om de vrijstelling te genieten moet de werknemer in zijn aangifte in de personenbelasting bovendien kiezen voor de aftrek van forfaitaire beroepskosten. De werknemer die zijn werkelijke beroepskosten wil aangeven in zijn aangifte in de personenbelasting geniet geen belastingvrijstelling voor de tegemoetkoming van de werkgever in de vervoerskosten voor het woon-werkverkeer.

De vrijstelling voor het inkomstenjaar 2013 bedraagt:

Gebruikt vervoermiddel

Maximale vrijstelling

Openbaar gemeenschappelijk vervoer

Volledige bedrag van de vergoeding

Gemeenschappelijk  vervoer van personeelsleden dat door de werkgever of een groep van werkgevers wordt georganiseerd

Een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klas voor de afstand van de verplaatsing

Ander vervoermiddel dan hierboven (bv. persoonlijk voertuig van de werknemer, bedrijfsvoertuig, …)

€ 380,00

Opmerking – De fietsvergoeding voor woon-werkverplaatsingen is fiscaal vrijgesteld voor een bedrag van maximum € 0,22/km (inkomstenjaar 2013). Deze vrijstelling geldt zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders en wordt toegekend ongeacht de keuze die de belastingplichtige maakt op vlak van de beroepskosten (forfaitaire of werkelijke).

De wetgever heeft in het KB dat de regels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor het inkomstenjaar 2013 vastlegt, bepaald onder welke voorwaarden er reeds rekening gehouden mag worden met de vrijstelling bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing.

Er mag rekening worden gehouden met de vrijstelling om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing te berekenen, op voorwaarde dat de werknemer aan zijn werkgever schriftelijk bevestigt dat hij bij de aangifte van zijn inkomsten voor het betrokken jaar geen aanspraak zal maken op zijn werkelijke beroepskosten.

Een model van een ‘verklaring op eer’ kunt u verkrijgen via uw Payroll Consultant of via Docs&Stats voor de gebruikers van het HDP-Portaal. Dit document dient door de werkgever te worden bewaard.

De vrijstelling zal op de volgende manier worden toegepast bij de berekening van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing:

Gebruikt vervoermiddel

Maximale vrijstelling

Openbaar gemeenschappelijk vervoer

Het bedrag van de vergoeding voor zover de werkgever kan vaststellen dat de vergoedingen betrekking hebben op de (terug)betaling van kosten voor woon-werkverplaatsingen met één of meerdere openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen

Gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden dat door de werkgever of een groep van werkgevers wordt georganiseerd

Een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klas voor de afstand van de verplaatsing voor zover de werkgever kan vaststellen dat de vergoeding betrekking heeft op woon-werkverplaatsingen met het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer

Ander vervoermiddel dan hierboven (bv. persoonlijk voertuig van de werknemer, bedrijfsvoertuig, …) (behalve de fietsvergoeding)

€ 31,70/maand (inkomstenjaar 2013)

Aangezien de tegemoetkoming van de werkgever in de reiskosten van het woon-werkverkeer in beginsel een belastbaar inkomen uitmaakt in hoofde van de werknemer, moet het totale bedrag van de vergoeding aan bedrijfsvoorheffing worden onderworpen indien de werknemer aan zijn werkgever schriftelijk bevestigt dat hij bij de aangifte van zijn inkomsten voor het betrokken jaar aanspraak zal maken op zijn werkelijke beroepskosten of bij gebrek aan een schriftelijke bevestiging.

Auteur: Peggy Criel

15/04/2013