Fiscale stimulans voor startende ondernemingen: nieuwe gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Auteur: Isabelle Caluwaerts
Datum:

Om jonge ondernemers te ondersteunen, stelt de regering voor om een specifieke maatregel inzake niet doorstorten van bedrijfsvoorheffing in te voeren voor startende ondernemingen. De maatregel bevindt zich in de ontwerpfase in de Kamer.

Beginsel

De werkgevers die gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De werkgever moet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités (werkgevers uit de privésector);
  • De werkgever wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen of is een natuurlijke persoon die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de criteria van dit artikel 15;
  • De werkgever is sinds ten hoogste 48 maanden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

en die bezoldigingen van werknemers betalen en die schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van die bedrijfsvoorheffing in de schatkist te storten, op voorwaarde dat de voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.

Startende ondernemingen

De nieuwe vrijstellingsregeling is alleen van toepassing op startende ondernemingen (starters).

Het ontwerp verduidelijkt dat startende ondernemingen, ondernemingen zijn die sinds ten hoogste 48 maanden ingeschreven zijn in de KBO.

Wanneer een onderneming de activiteit verderzet van een andere onderneming, wordt ook rekening gehouden met de periode waarin die andere onderneming ingeschreven was in de KBO om te bepalen of aan de voorwaarde van startende onderneming is voldaan.

Kleine ondernemingen (kmo's)

De nieuwe vrijstellingsregeling zal bovendien alleen van toepassing zijn op kmo's.

Als kmo’s worden beschouwd de vennootschappen die als een kleine vennootschap kunnen omschreven worden op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen en de natuurlijke personen die op overeenkomstige wijze aan de criteria van dit artikel 15 voldoen.

Het gaat om ondernemingen die voor het laatst en het voorlaatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50;
  • jaaromzet, exclusief btw: 7 300 000 euro;
  • balanstotaal: 3 650 000 euro;

tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Wanneer een vennootschap met één of meer andere vennootschappen verbonden is, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal berekend worden op geconsolideerde basis.

Micro-ondernemingen

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is verhoogd voor de micro-ondernemingen.

Worden beschouwd als micro-ondernemingen, de ondernemingen die, aan het einde van het belastbare tijdperk, ook beantwoorden aan minstens twee van de drie volgende criteria:

  • het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350 000 euro;
  • de omzet, exclusief btw, bedraagt niet meer dan 700 000 euro;
  • het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10.

Bedragen van de vrijstelling en inwerkingtreding

De startende onderneming zal 10 % van de bedrijfsvoorheffing die ze inhoudt op de bezoldigingen die ze vanaf 1 juli 2015 betaalt of toekent aan haar werknemers, niet moeten doorstorten in de schatkist.

Wanneer de onderneming als een micro-onderneming (vennootschap of natuurlijke persoon) kan worden beschouwd, wordt het percentage niet door te storten bedrijfsvoorheffing verhoogd van 10 naar 20 %.

Uitsluitingen

Ondernemingen in moeilijkheden komen niet in aanmerking voor de maatregel.

Het gaat om werkgevers:

  • waarvoor een aangifte of vordering tot faillietverklaring is ingesteld of waarvan het beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen;
  • waarvoor een procedure van gerechtelijke reorganisatie is geopend;
  • die zich in een procedure tot ontbinding of in vereffening bevinden.

Regels inzake cumulering

De maatregel kan gecumuleerd worden met alle andere maatregelen inzake niet doorstorten van bedrijfsvoorheffing.

Opgelet!

De hierboven genoemde maatregel is opgenomen in een ontwerp van programmawet en zal pas definitief zijn na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Ontwerp van programmawet, Parl. St. Kamer 2014-2019, nr. 1125/001.

Auteur: Isabelle Caluwaerts

24/06/2015