Fiscale lastenverlaging bij ploegenarbeid: nu ook van toepassing bij werken in onroerende staat

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Werkgevers die werknemers tewerkstellen die werken in onroerende staat verrichten genieten een nieuwe steunmaatregel in de vorm van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid. Om in aanmerking te komen voor de maatregel, moeten de werkgevers voldoen aan verscheidene voorwaarden.

VOOR WELKE WERKGEVERS?

Het moet gaan om ondernemingen waarvan de werknemers werken in onroerende staat verrichten en waar ploegenarbeid wordt verricht die voldoet aan een bijzondere definitie. Bovendien moeten de werkgevers een ploegenpremie betalen of toekennen. Een bruto-uurloon van minstens 13,75 euro wordt gelijkgesteld met een ploegenpremie.

Ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht

In het kader van deze specifieke maatregel zijn ‘ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht’, ondernemingen waar:

  • Het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen;
  • De ploegen minstens twee personen omvatten;
  • De ploegen hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • De ploegen het werk verrichten op locatie, d.w.z. op de werf;
  • De ploegen werk in onroerende staat verrichten zoals hieronder uitgelegd.

Ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid en die uitzendkrachten ter beschikking stellen van bovenstaande ondernemingen, worden voor de toepassing van deze maatregel gelijkgesteld met ‘ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht’.

Werken in onroerende staat

Het moet gaan om werken zoals bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

In hoofdzaak gaat het over alle werken die betrekking hebben op het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

Volgende handelingen worden ook beoogd:

1. Iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:

  • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel – en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren;
  • van de bestanddelen of een gedeelte van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van alle vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
  • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen ;
  • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
  • van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust ;
  • van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;

2. iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbedekking als de plaatsing ervan in een gebouw, ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;

3. ieder werk dat bestaat in het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in 1. of 2. hierboven.

De terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van werken in onroerende staat of van handelingen zoals hierboven omschrijven, wordt ook beoogd.

HOEVEEL BEDRAAGT DE VRIJSTELLING VAN DOORSTORTING VAN BEDRIJFSVOORHEFFING?

De vrijstelling is gelijk aan een percentage van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen:

Bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2018

3%

Bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2019

6%

Bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2020

18%

Onder ‘belastbare bezoldigingen’ verstaan we de lonen, ploegenpremies, voordelen alle aard met uitsluiting van:

  • premies, andere dan de ploegenpremies;
  • het vakantiegeld;
  • de eindejaarspremie;
  • achterstallige bezoldigingen.

Komen evenmin in aanmerking: vergoedingen verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het stopzetten of het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen.

INWERKINGTREDING

De nieuwe maatregel verscheen in het Belgisch Staatsblad van 30 maart 2018 en is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018. We merken op dat, om de maatregel concreet toe te passen, bijkomende verduidelijkingen aan de FOD Financiën werden gevraagd.

Bronnen: Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, B.S. 30 maart 2018, Circulaire 2018/C/73 van 11 juni 2018 over de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid – invoering van een specifieke maatregel voor werken in onroerende staat.