Eenmaking statuut arbeiders - bedienden: de kwestie van de carenzdag

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Zoals vermeld in onze Infoflash van 27 maart 2013 heeft de regering het heft in handen genomen in het gevoelige dossier van de eenmaking van het statuut arbeiders-bedienden. De onderhandelingen hieromtrent tussen de vakbonds- en werkgeversorganisaties liepen immers af op 21 maart jl., zonder dat er een oplossing uit de bus kwam. Tegen 8 juli 2013 zou het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden voor de opzeggingstermijnen en carenzdag weggewerkt moeten zijn.

In onze Infoflash van 5 april 2013 hebben we het al gehad over de problematiek van de opzeggingstermijnen. We zullen nu ingaan op de kwestie van de carenzdag.

De regels voor de carenzdag verschillen momenteel naargelang de werknemer het statuut van arbeider of bediende heeft. Onder carenzdag verstaat men de eerste dag ongeschiktheid die samenvalt met een gebruikelijke arbeidsdag die niet wordt vergoed, noch door de werkgever noch door de ziekte-invaliditeitsverzekering.

We herhalen kort de belangrijkste principes die gelden voor beide statuten.

Voor arbeiders

Indien de arbeidsongeschiktheid minder dan 14 ononderbroken kalenderdagen duurt, dan is de eerste dag ongeschiktheid die samenvalt met een gewone dag activiteit een carenzdag, dit wil zeggen een dag die niet wordt vergoed, noch door de werkgever noch door de ziekte-invaliditeitsverzekering. De periode van gewaarborgd loon vangt aan op de dag na de carenzdag.

Indien de duur van de ongeschiktheid die eerst was vastgesteld op minder dan 14 kalenderdagen wordt verlengd en minstens 14 kalenderdagen bedraagt zonder dat de arbeid effectief wordt hervat, moet de carenzdag die eerst werd toegepast worden geannuleerd. De periode van gewaarborgd loon moet dan worden herberekend: ze zal in principe een dag vroeger beginnen.

Er zijn echter heel wat sectoren die afwijkingen op deze principes hebben voorzien, ofwel door de duur te verkorten, ofwel door de periode van 14 kalenderdagen af te schaffen, ofwel door de carenzdag door de werkgever te laten betalen.

Voor bedienden

De reglementering voorziet niet in de toepassing van een carenzdag voor bedienden, behoudens uitzonderingen. De werkgever betaalt dus het gewaarborgd vanaf de eerste werkdag van de ongeschiktheidsperiode, ongeacht de duur ervan.

Opgelet!

De regels voor de carenzdag van arbeiders gelden ook voor bedienden die zich in hun proefperiode bevinden of die zijn aangeworven voor een bepaalde tijd van minder dan 3 maanden of voor een duidelijk omschreven werk van minder dan 3 maanden.

Om het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden weg te werken, zijn op het eerste gezicht twee oplossingen mogelijk: de toepassing of de niet-toepassing van een carenzdag voor alle werknemers.

De vakbondsorganisaties verkiezen uiteraard de afschaffing van de carenzdag voor de arbeiders. Langs werkgeverszijde schuift men daarentegen de piste naar voren van een betere controle van het absenteïsme.

Het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden die arbeidsongeschikt zijn beperkt zich echter niet tot de carenzdag. Ook de regels voor de betaling van het gewaarborgd loon hangen af van het statuut van de werknemer. Ook al vraagt het Grondwettelijk Hof enkel voor wat betreft de carenzdag een eenmaking van de statuten, het is niet uitgesloten dat ook de regels voor het betalen van een gewaarborgd loon zullen worden aangepast.

Vanaf 8 juli 2013 is het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden voor de carenzdag (en de opzeggingstermijnen) ongrondwettelijk. Als de wetgever de regelgeving dan niet heeft aangepast (dus het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden niet heeft weggewerkt), zou een arbeider bijvoorbeeld kunnen eisen dat geen carenzdag zou worden toegepast wanneer hij minder dan 14 kalenderdagen arbeidsongeschikt is.

Uiteraard houdt Partena HR u op de hoogte van de vooruitgang in dit dossier.

Auteur: Catherine Legardien

12/04/2013