Eenheidsstatuut: welke zijn de regels voor outplacement vanaf 1 januari 2014?

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

De werkgever die vanaf 1 januari 2014 een werknemer ontslaat met prestatie van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of met toekenning van een compenserende opzeggingsvergoeding die minstens deze periode dekt, is verplicht om hem outplacement aan te bieden.

Opgelet! De info in deze Infoflash is gebaseerd op de inhoud van het wetsontwerp betreffende het eenheidsstatuut. De wet werd op 31 december 2013 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Voor de hieronder geanalyseerde materie zijn de bepalingen uit de wet dezelfde als die uit het wetsontwerp. De info in deze Infoflash is bijgevolg bevestigd.

De nieuwe outplacementregeling is van toepassing op werknemers die ontslagen worden vanaf 1 januari 2014 en die recht hebben op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of op een opzeggingsvergoeding die overeenstemt hetzij met de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte van die opzeggingstermijn.

De werknemers die zijn ontslagen in het kader van een herstructurering of wegens een dringende reden maken geen aanspraak op dit recht op outplacement.

 

Er moet een onderscheid gemaakt worden naargelang de werknemer ontslagen is met prestatie van een opzeggingstermijn of met betaling van een opzeggingsvergoeding.

Werknemer ontslagen met betaling van een opzeggingsvergoeding 

Recht op outplacement en een opzeggingsvergoeding 

De werknemer die ontslagen is met een opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken (of met een vergoeding die overeenstemt met het resterende gedeelte van die opzeggingstermijn) heeft recht op:

  • een outplacementbegeleiding van 60 uren ter waarde van 1/12 van het jaarloon van het kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat, met een minimumwaarde van € 1.800 en een maximumwaarde van € 5.500. Ingeval de arbeidsregeling van de werknemer deeltijds is, wordt deze minimum- en maximumvork herleid aan de hand van de tewerkstellingsbreuk. De outplacementbegeleiding wordt gewaardeerd op 4 weken loon;
  • een opzeggingsvergoeding die overeenstemt hetzij met de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn, waarop 4 weken worden aangerekend voor de waarde van de outplacementbegeleiding.

Procedure 

De procedure voor de toekenning van outplacementbegeleiding verloopt als volgt:

  • de werkgever moet aan de werknemer spontaan schriftelijk een outplacementaanbod doen binnen een termijn van 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen;
  • indien de werkgever binnen de voormelde termijn van 15 dagen geen outplacementbegeleiding aan de werknemer aanbiedt, stelt deze laatste de werkgever binnen 39 weken na het verstrijken van die termijn schriftelijk in gebreke;
  • de werkgever moet daarna aan de werknemer schriftelijk een outplacementaanbod doen binnen een termijn van 4 weken na het tijdstip van de ingebrekestelling;
  • de werknemer beschikt ten slotte over een termijn van 4 weken, te rekenen vanaf het tijdstip van het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven.

De werknemer mag ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven zijn instemming geven om de outplacementbegeleiding aan te vatten. Het geschrift, waarbij de werknemer zijn instemming geeft, mag enkel betrekking hebben op outplacement als zodanig.

Herwinnen van het recht op 4 weken loon 

De werknemer die ontslagen werd met een opzeggingsvergoeding herwint zijn recht op 4 weken loon (waarde van de begeleiding) die werden afgetrokken wanneer de werkgever:

  • hem geen enkele outplacementbegeleiding aanbiedt na een ingebrekestelling;
  • hem een aanbod voorstelt dat niet in overeenstemming is met de voorwaarden en regels waarin de reglementering voorziet;
  • de outplacementbegeleiding niet daadwerkelijk uitvoert hoewel hij deze heeft aangeboden aan de werknemer.

Opmerking – Als de werknemer die ontslagen werd met betaling van een opzeggingsvergoeding een outplacementaanbod weigert, heeft dat onderstaande gevolgen:

  • tot en met 31 december 2015 ontvangt de werknemer zijn volledige opzeggingsvergoeding;
  • vanaf 1 januari 2016 ontvangt de werknemer een opzeggingsvergoeding waarop 4 weken loon worden aangerekend (waarde van de outplacementbegeleiding).

Werknemer ontslagen met prestatie van een opzeggingstermijn 

Recht op outplacement en een opzeggingstermijn 

De werknemer die ontslagen werd met prestatie van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken heeft recht op:

  • een outplacementbegeleiding van 60 uren. De tijd die wordt besteed aan deze outplacementbegeleiding wordt aangerekend op de tijd gedurende dewelke de werknemer van het werk mag wegblijven om een nieuwe dienstbetrekking te zoeken;
  • een opzeggingstermijn van minstens 30 weken.

Procedure 

De procedure voor de toekenning van outplacementbegeleiding verloopt als volgt:

  • de werkgever moet uiterlijk 4 weken na de aanvang van de opzeggingstermijn spontaan een schriftelijk outplacementaanbod doen;
  • indien de werkgever binnen de voormelde termijn van 4 weken geen outplacementbegeleiding aan de werknemer aanbiedt, stelt deze laatste de werkgever binnen 4 weken na het verstrijken van die termijn schriftelijk in gebreke;
  • de werkgever moet daarna aan de werknemer schriftelijk een outplacementaanbod doen binnen een termijn van 4 weken na het tijdstip van de ingebrekestelling;
  • de werknemer beschikt tenslotte over een termijn van 4 weken, te rekenen vanaf het tijdstip van het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven.

Opmerking – Alle mededelingen van de werknemer moeten gebeuren ofwel per aangetekende brief ofwel door de overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat door de werkgever voor ontvangst wordt getekend. Alle mededelingen van de werkgever moeten per aangetekende brief gebeuren.

Belangrijk! De outplacementregeling waarin voorzien wordt door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 zal verder van toepassing blijven op werknemers van minstens 45 jaar met minstens 1 jaar anciënniteit, op voorwaarde dat hun opzegging (of de overeenstemmende vergoeding) minder dan 30 weken bedraagt. Is dat niet het geval (opzegging (of overeenstemmende vergoeding) van minstens 30 weken), dan zal de nieuwe outplacementregeling van toepassing zijn. De twee outplacementregelingen zullen dus naast elkaar blijven bestaan. De nieuwe regeling wordt de 'algemene regeling van outplacement', terwijl de regeling waarin de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 voorziet, de 'bijzondere regeling van outplacement voor de werknemers van minstens 45 jaar' wordt.

Opgelet! De informatie en modellen die beschikbaar zijn op onze website moeten nog worden aangepast aan de reglementering op het 'eenheidsstatuut'.

 

Bron: Wetsontwerp betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, DOC 53 3144/001, http://www.dekamer.be.

Auteur: Catherine Legardien

27/12/2013