Eenheidsstatuut: het Grondwettelijk Hof verwerpt een beroep tot vernietiging

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Op 25 juni 2015 heeft het Grondwettelijk Hof een beroep tot vernietiging verworpen tegen drie bepalingen van de wet van 26 december 2013 betreffende het eenheidsstatuut.
Deze bepalingen hebben betrekking op de nieuwe outplacementmaatregelen en sectorale herinschakelingsmaatregelen.

Herhaling van de 'betwiste' bepalingen

Outplacementmaatregelen

De werkgever die een werknemer ontslaat met prestatie van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of met toekenning van een compenserende opzeggingsvergoeding die hiermee overeenstemt, is verplicht om hem outplacement aan te bieden.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de werknemer die ontslagen is met de betaling van opzeggingsvergoeding en de werknemer die ontslagen is met de prestatie van een opzeggingstermijn.

Werknemer ontslagen met betaling van een opzeggingsvergoeding

De werknemer die ontslagen werd met een ontslagvergoeding van minstens 30 weken heeft recht op:

  • outplacementbegeleiding van 60 uren ter waarde van 1/12 van het jaarloon van het kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat, met een minimumwaarde van € 1.800 en een maximumwaarde van € 5.500. Deze outplacementbegeleiding wordt gewaardeerd op 4 weken loon;
  • een opzeggingsvergoeding die overeenstemt met de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken waarop 4 weken worden aangerekend voor de waarde van de outplacementbegeleiding.

Tot 31 december 2015 voorziet de wet dat de werknemer recht heeft op zijn volledige opzeggingsvergoeding, behalve indien hij het outplacementaanbod aanvaardt. Enkel in dat geval zal de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding met 4 weken worden verminderd.

Vanaf 1 januari 2016 zal de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding verminderd worden met 4 weken ongeacht de beslissing van de werknemer (aanvaarding of weigering van het outplacementaanbod).

Werknemer ontslagen met prestatie van een opzeggingstermijn

De werknemer die ontslagen werd met prestatie van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken heeft recht op:

  • outplacementbegeleiding van 60 uur. De tijd die wordt besteed aan deze outplacementbegeleiding wordt aangerekend op de tijd gedurende dewelke de werknemer van het werk mag wegblijven om een nieuwe dienstbetrekking te zoeken;
  • een opzeggingstermijn van minstens 30 weken.

Sectorale herinschakelingsmaatregelen

Vanaf 1 januari 2014 hebben de sectoren 5 jaar de tijd om een collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten die voorziet in maatregelen om de 'inzetbaarheid' van ontslagen werknemers te verhogen.

Concreet heeft de werknemer die ontslagen wordt met prestatie van een opzeggingstermijn (of met toekenning van een compenserende opzeggingsvergoeding) die minstens 30 weken dekt vanaf 1 januari 2019 recht op:

  • een opzeggingstermijn (of opzeggingsvergoeding) die overeenstemt met twee derden van de opzegging (of vergoeding) waarop hij recht heeft, zonder minder te bedragen dan 26 weken;
  • herinschakelingsmaatregelen die overeenstemmen met één derde van de opzeggingstermijn (of vergoeding) waarop hij recht heeft. De outplacementmaatregelen die de werknemer eventueel kan genieten vormen een deel van dat derde.

Grondslag van het beroep

De partijen die het beroep tot vernietiging van de hogervermelde bepalingen hebben ingediend, hebben met name de volgende argumenten aangevoerd ter verdediging van hun beroep:

  • voor wat betreft de nieuwe outplacementmaatregelen: schending van het gelijkheidsbeginsel => verschil in behandeling tussen de werknemers die recht hebben op een opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken en de werknemers die recht hebben op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken (enkel de eerste categorie moet tegemoetkomen in de financiering van de outplacementbegeleiding);
  • voor wat betreft de sectorale herinschakelingsmaatregelen:

o   inmenging in het eigendomsrecht => vanaf 1 januari 2019 wordt dewerknemer die recht heeft op een opzeggingstermijn (of een opzeggingsvergoeding) van minstens 30 werken en die ontslagen wordteen deel van deze termijn ontnomen.

o   schending van het gelijkheidsbeginsel => ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen de werknemers die recht hebben op een opzeggingstermijn (of een opzeggingsvergoeding) van minstens 30 weken en de werknemers die recht hebben op een opzeggingstermijn (of een opzeggingsvergoeding) van minder dan 30 weken (enkel de eerste categorie moet een derde van zijn opzeggingstermijn (of opzeggingsvergoeding) besteden aan herinschakelingsmaatregelen.

Beslissing van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft het beroep tot vernietiging van de nieuwe outplacementmaatregelen en sectorale herinschakelingsmaatregelen verworpen.

Conclusie

De bepalingen over de nieuwe outplacementmaatregelen en sectorale herinschakelingsmaatregelen die vervat zijn in de wet van 26 december 2013 betreffende het eenheidsstatuut blijven behouden en worden bijgevolg verder toegepast.

Bron: arrest nr. 98/2015 van 25 juni 2015 van het Grondwettelijk Hof.

Auteur: Catherine Legardien

16/07/2015