Een ontwerp van sectoraal akkoord voor PC 124 (bouwbedrijf)

Auteur: Leen Lafourt
Datum:

Op 18 juni 2019 sloten de sociale partners van dit paritair comité hun ontwerp van sectoraal akkoord voor 2019 en 2020 af. Dit akkoord respecteert de maximale onderhandelingsenveloppe van 1,1 % in 2019 en 2020 zoals opgenomen in het KB van 19 april 2019 tot uitvoering van artikel 7 § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen respecteert

Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste onderwerpen van het sectorakkoord. Een gedetailleerde analyse zal worden opgenomen in onze sectorale documentatie.

Bepalingen met een impact op het loon

Koopkracht

Op 1 juli 2019 worden de brutolonen als volgt verhoogd:

Cat I

Cat IA

Cat II

Cat IIA

Cat III

Cat IV

+ 0,158

+ 0,166

+ 0,168

+ 0,177

+ 0,179

+ 0,190

 

Mobiliteit

Mobiliteitsvergoeding

Verhoging van de mobiliteitsvergoeding met 20 %. Daartoe moet bij de bevoegde minister het akkoord bekomen worden om het vrijgesteld bedrag te verhogen zodat ook de vergoeding voor chauffeurs kan worden verhoogd.

De chauffeur die zich op vraag van de werkgever met een voertuig van de werkgever alleen naar de werf verplaatst omdat er geen collectief vervoer mogelijk is, ontvangt een mobiliteitsvergoeding gelijk aan de vergoeding voor passagiers verhoogd met 5 %.

De arbeider die, op jaarbasis, een mobiliteitsvergoeding van 43.000 km of meer ontvangt, heeft recht op een mobiliteitsdag ten laste van de werkgever.

De mobiliteitsvergoeding wordt uitgebreid tot jongeren in het stelsel duaal leren.

Fietsvergoeding

De fietsvergoeding stijgt tot 0,24 EUR/km.

Jongerentrajecten instroom

Inschaling IBO

Min. Cat. IA

Na opleiding

Cat. II

Na 6 maanden

Cat. IIA

Na 24 maanden

Herwaardering sectorale premies alternerende opleiding

  • 200 EUR + 200 EUR na 1 jaar opleiding
  • 300 EUR + 200 EUR na 2 jaar opleiding
  • 500 EUR + 200 EUR bij intrede in de sector via een Bouwingroeibaan
  • 500 EUR + 200 EUR na een positieve evaluatie van de BIB

Arbeidsduur en arbeidsorganisatie

KB 213

Op basis van KB 213 kunnen de grenzen van de arbeidsduur overschreden worden met 180 uren/kalenderjaar gedurende de zomerperiode of een periode van intense activiteit en dit ten belope van maximum 1 uur/dag.

Naar keuze van de arbeider voor het einde van de betaalperiode waarin deze uren werden gepresteerd, kunnen inhaalrustdagen worden toegekend of kan een loontoeslag van 20 % per bijkomend uur worden uitbetaald.

Nieuwigheden:

  • De toekenning van inhaalrustdagen gebeurt in onderling overleg binnen de 6 maanden volgend op de periode waarin deze grenzen werden overschreden. Deze periode wordt nu uitgebreid tot 12 maanden.
  • De overschrijding van de arbeidsduurgrenzen kan gebeuren a rato van max. 1,5 uur/dag (i.p.v. 1 uur) met een max. van 7,5 bijkomende uren per week.

Bouwmaterialenhandel

Handelaars in bouwmaterialen kunnen op zaterdag personeel tewerkstellen voor leveringen aan particuliere klanten, mits het respecteren van de huidige voorwaarden en procedure inzake zaterdagwerk in de bouwmaterialenhandel.

Anciënniteitsdagen

Toegekende anciënniteitsdag

Nodige anciënniteit

1ste anciënniteitsdag

15 jaar ondernemingsanciënniteit

2de anciënniteitsdag

25 jaar ondernemingsanciënniteit

 

Outplacement

De sectorale tussenkomst inzake outplacement wordt uitgebreid naar het outplacement dat moet aangeboden worden voor werknemers wiens arbeidsovereenkomst werd beëindigd voor medische overmacht.

Reglementering inzake communicatie op de werkplaats

Samen met de bouwdirectie wordt er per aannemer iemand aangeduid op de werf die 1 van de 3 landstalen of Engels spreekt.

Veiligheidsfonds buitenlanders

Alle bedrijven moeten de sectorale bijdrage ter financiering van de sectorale veiligheids- en welzijnsinitiatieven betalen. Bijgevolg wordt deze bijdrage ook geïnd bij de buitenlandse ondernemingen die arbeiders naar België detacheren. Zeker aangezien er op de werven met gedetacheerde werknemers extra veiligheidsrisico’s zijn.

Bestaanszekerheid

Verlenging

Verlenging van de bestaande stelsels tot 31 december 2020, met uitzondering van:

  • de stelsels van aanvullende werkloosheidsvergoedingen: verlenging tot 30 september 2021;
  • de stelsels van de bijzondere aanvullende vorstvergoeding: verlenging tot 30 september 2021;
  • verlenging van de stelsels SWT tot 30 juni 2021.

Aanpassing aanvullende vergoeding SWT

Het forfaitair bedrag van de aanvullende vergoeding SWT wordt aangepast in overeenstemming met CAO nr. 17.

Aanpassing overige bedragen

  • Eenmalige vergoeding arbeidsongeval + 66% ongeschiktheid: 750 EUR (slachtoffer), 600 EUR (aanvulling per kind);
  • Vergoeding dodelijk arbeidsongeval: 6.000 EUR (rechthebbende), 920 EUR (aanvulling per kind), 920 EUR (jaarlijkse vergoeding wezen);
  • Sociaal voordeel: 0,66 EUR/dag, met een max. van 145 EUR/jaar

Promotievergoeding

Het Fonds voor Bestaanszekerheid kent een promotievergoeding toe die overeenstemt met een tegemoetkoming in de terugbetaling van een hypothecaire lening die door een arbeider uit de sector werd aangegaan en die betrekking heeft op de hoofdverblijfplaats van deze laatste.

Het recht op de promotievergoeding ontstaat ten vroegste 1 jaar na het verlijden van de leningsakte bij de notaris. Daarnaast moet de betrokken arbeider om zijn recht te openen ook aan een aantal voorwaarden voldoen, in het kwartaal waarin de verjaardatum van het verlijden van de leningsakte bij de notaris zich situeert. Zo moest de werkgever voorheen ten minste 5 legitimatiekaarten “rechthebbende” hebben ontvangen. Dit aantal wordt teruggebracht tot 3.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

In uitvoering van de NAR-cao’s worden de sectorale regelingen SWT tot 30 juni 2021 verlengd.

Landingsbanen

Werknemers met een lange loopbaan of zwaar beroep hebben recht op:

  • 1/5de landingsbaan met uitkeringen vanaf 55 jaar;
  • halftijdse landingsbaan met uitkeringen vanaf 57 jaar.

De huidige mogelijkheid om de 1/5de loopbaanvermindering niet alleen op weekbasis vast te leggen blijft behouden, daarnaast wordt dit systeem ook uitgebreid naar het halftijds stelsel (tot maximaal op semesterbasis voor de halftijdsen af te toetsen en te bepleiten bij de RVA).

Opleidingen

Mentortrajecten

Versterken en indien mogelijk uniformiseren van de mentortrajecten:

  • invoeren stelsel “Meester Mentor”. Bij bedrijfsinterne opleidingen wordt een sectorale tussenkomst voorzien voor het bedrijf voor de kost verbonden aan de rol van Meester Mentor van 1.000 EUR/opleider;
  • sectorale tussenkomst in de loonkost van 15 EUR/uur wordt bij bedrijfsinterne opleidingen opgetrokken tot max. 180 uur/arbeider/opleidingsjaar.

Opleidingen vakbekwaamheid chauffeurs (code 95)

De werkgever betaalt de opleidingskost, verplaatsingskost, examenkost en administratieve kost van de opleiding en bijkomende opleiding.

Groeipad

Groeipad van 5 % om de doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar en per voltijds equivalent te berekenen op sectorvlak te bereiken.

Duurtijd

Dit ontwerp van akkoord is geldig van 1 januari 2019 tot 31 december 2020, tenzij anders bepaald.

Meer informatie

Dit sectorakkoord zal pas definitief worden na publicatie op de website van de FOD WASO. Wij houden u hiervan uiteraard stipt op de hoogte.

 

Bron: Ontwerp van sectoraal akkoord 2019-2020: Paritair Comité voor het bouwbedrijf