Dimona verplicht voor alle overeenkomsten alternerend leren

Auteur: Els Poelman
Datum:

De overheid wil alle jongeren die een alternerende opleiding volgen gelijk behandelen in de sociale wetgeving, en zal daarvoor een aangepast juridisch kader creëren.

Een eerste stap is de uitbreiding van de Dimonaplicht  (= de verplichting om begin en einde van de tewerkstelling elektronisch te registreren) tot alle personen die in gelijkaardige omstandigheden een opleiding combineren met een werksituatie.

Vanaf 1 januari 2013 is de aangifte in Dimona verplicht voor alle personen die een alternerende opleiding volgen in uitvoering van één van deze overeenkomsten, erkend door de bevoegde overheid:  

  1. een leerovereenkomst middenstand;
  2. een gecontroleerde leerverbintenis;
  3. een stage-overeenkomst in het kader van de vorming tot ondernemingshoofd;
  4. een industriële leerovereenkomst;
  5. een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing;
  6. een beroepsinlevingsovereenkomst;
  7. een inschakelings- of opleidingsovereenkomst in het kader van het secundair onderwijs met beperkt leerplan, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het alternerend secundair onderwijs;
  8. een instapstage;
  9. een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding in de onderneming, gesloten op initiatief van de bevoegde dienst voor beroepsopleiding onder de bemaming eigen aan elk gewest (IBO, PFI, FPI).   

Voor de instapstages, een nieuw statuut vanaf 2013, gebeurt de aangifte in dimona met aanduiding van het type “TRI” (TRansition Internship).

De aangifte in Dimona is niet verplicht voor volgende “schoolstages” binnen een erkend studieprogramma:

  1. stages waarvoor de bevoegde overheid een expliciete duur oplegt binnen het kader van een cursus die leidt tot een diploma, getuigschrift of bewijs van beroepsbekwaamheid;
  2. stages waarvoor de bevoegde overheid geen expliciete duur oplegt, voor zover ze niet langer lopen dan zestig dagen bij dezelfde werk- of stagegever tijdens een school- of academiejaar (voor opleidingen via een onderwijsinstelling) of tijdens een burgerlijk jaar (voor opleidingen via een opleidingscentrum).

De nieuwe, uitgebreide databank Dimona speelt een cruciale rol bij de uitvoering van het relanceplan. Ze zal gebruikt worden bij de controle van de 1%- stageplicht en van de doelgroepvermindering voor mentors.

Bij de opsomming 1 tot 9 hierboven hoort nog een voorbehoud: voor de overeenkomsten onder punt 6 en 7 is het wettelijk kader pas helemaal rond als ze zijn toegevoegd in de RSZ-reglementering, maar we verwachten eerstdaags publicatie van het Koninklijk Besluit dat dit retroactief regelt.

Rechtsbron: Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot wijziging van het toepassingsgebied van het KB van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (B.S. 24 januari 2013).

Auteur: Els Poelman

30/01/2013