Deeltijdse arbeid: krediet van bijkomende uren zonder overloon

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Vanaf 1 oktober 2017 vindt er een verhoging plaats van het krediet van bijkomende uren waarvoor geen overloon verschuldigd is aan de deeltijdse werknemer die tewerkgesteld is in een flexibele wekelijkse arbeidsregeling.

Een deeltijdse werknemer die arbeid verricht die de duur overschrijdt die in de overeenkomst werd vastgesteld, verricht bijkomende uren.

Bepaalde bijkomende prestaties zullen recht geven op de betaling van een overloon zoals voor overuren (50 % in geval van prestaties tijdens de werkweek, 100 % in geval van prestaties tijdens een zondag of feestdag) terwijl er geen overschrijding was van de normale grenzen van de arbeidstijd die in de onderneming geldt.

Het Koninklijk Besluit van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk legt de voorwaarden vast waaronder dit overloon al dan niet verschuldigd zal zijn.

De aanpassingen die in werking treden op 1 oktober 2017 hebben betrekking op werknemers die tewerkgesteld zijn in een flexibele wekelijkse arbeidsregeling.

Onder flexibele wekelijkse arbeidsregeling verstaan we een arbeidsregeling waarvan de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld in acht moet worden genomen gedurende maximum een kwartaal (periode die verlengd kan worden tot maximum één jaar, onder bepaalde voorwaarden). Het dagelijkse werkrooster is dan weer altijd variabel.

Tot 30 september 2017 wordt een krediet toegekend van 3 bijkomende uren zonder overloon (art. 4 van het KB van 25 juni 1990) per week begrepen in de referteperiode op het einde waarvan de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld in acht moet worden genomen.

Het maximumkrediet zonder overloon bedraagt 3u x 13 weken ofwel 39 uren, ongeacht de duur van de referteperiode.

Ongeacht of de referteperiode het kwartaal of het jaar is, het krediet is dus beperkt tot 39 uren.

Vanaf 1 oktober 2017 wordt het krediet van bijkomende uren zonder overloon op 3 uren en 14 minuten gebracht per week begrepen in de referteperiode op het einde waarvan de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld in acht moet worden genomen met een maximum van 168 uren.

Het krediet zonder overloon zal voortaan meer aangepast zijn aan de duur van de referteperiode.

Voorbeelden                                                                                                                                                    

Referteperiode

Krediet zonder overloon

Het kwartaal (13 weken)

3u14’ x 13 = 42u en 2 minuten

6 maanden

3u14’ x 26 = 84u en 4 minuten

Het kalenderjaar (52 weken)

3u14’ x 52 = maximum 168 uren

Er werd geen enkele andere belangrijke wijziging aangebracht aan het KB van 25 juni 1990.  

Bron: Koninklijk besluit van 23 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk, B.S. 5 april 2017.

Auteur: Brigitte Dendooven

11/04/2017