Deeleconomie: Vanaf wanneer moet men onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen?

Auteur: Compass
Datum:

De programmawet van 1 juli 2016 bepaalt de regels van de deeleconomie. Dit is een systeem waar mensen onderling producten, diensten, kennis en geld consumeren, produceren en verkopen via online platformen.

Deze platformen brengen derhalve vraag en aanbod samen en worden ontwikkeld en onderhouden door derden.

Er wordt een specifiek belastingstelsel voorzien voor inkomsten uit prestaties van diensten die een particulier via een online platform levert aan een andere particulier, zoals bijvoorbeeld tuinonderhoud, herstelling van kleding, gitaarlessen, maaltijdbereiding om af te halen of om aan huis te leveren.

Er wordt een gunstig belastingstelsel voorzien voor inkomsten die aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:

  • Het moet gaan om inkomsten uit het leveren van diensten;
  • De diensten worden enkel verstrekt tussen particulieren (fysieke personen) die niet handelen binnen het kader van hun beroepsactiviteit. De diensten die voorgesteld worden via het platform moeten dus losstaan van de zelfstandige activiteit of de activiteit van de vennootschap waarvan de persoon bedrijfsleider is;
  • De diensten worden enkel geleverd binnen het kader van overeenkomsten afgesloten via een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform georganiseerd door de overheid. Om een erkenning te verkrijgen moet het elektronisch platform voldoen aan een aantal voorwaarden en moet een aanvraag tot erkenning worden ingediend bij de FOD Financiën;
  • De vergoedingen voor de diensten worden enkel uitbetaald of toegekend aan de dienstverlener via het platform of door tussenkomst van dit platform. De klant betaalt dus aan het platform of door tussenkomst van het platform;
  • De inkomsten uit deze activiteit zijn niet hoger dan 5.100 EUR bruto per jaar (bedrag geïndexeerd in 2017).

Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, worden de inkomsten beschouwd als diverse inkomsten die onderworpen zijn aan een gunstig belastingtarief. Dit gunstig belastingstelsel is van toepassing aangezien de helft van de bruto-inkomsten beschouwd wordt als forfaitaire kosten en dus vrijgesteld is van belastingen en de andere helft belast wordt aan het tarief van 20%.

Indien inkomsten uit deeleconomie hoger zijn dan 5.100 EUR in 2017, worden alle inkomsten uit deze diensten (en niet enkel de inkomsten die boven dit plafond liggen) beschouwd als beroepsinkomsten die niet uit het specifieke stelsel van de deeleconomie komen, behoudens bewijs van het tegendeel, en dit niet enkel voor het betrokken jaar maar ook voor het volgende jaar, ongeacht het bedrag van deze inkomsten.

Onderwerping aan het sociaal statuut van de zelfstandigen

Deze personen worden niet als zelfstandige beschouwd en moeten niet onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen. De vrijstelling van onderwerping geldt enkel voor de activiteiten waarvoor het belastingstelsel van de deeleconomie van toepassing is.

Voorbeelden:

1)    Een zelfstandige tuinier, wat zijn vak is, biedt in zijn vrije tijd, via het erkend elektronisch platform, ook zijn diensten aan als tuinier. In dit geval vallen de inkomsten die binnenkomen via het platform niet onder het nieuwe belastingstelsel. Deze zullen beschouwd worden als beroepsinkomsten, net als deze die voortkomen uit zijn hoofdzakelijke beroepsactiviteit.

2)    Een arbeider (werknemer) in de bouwsector biedt via een erkend elektronisch platform zijn diensten aan als plafonneerder. Indien aan de voorwaarden voldaan wordt, kunnen de inkomsten uit deze activiteit vallen onder het specifiek belastingstelsel.

  • Indien, in 2017, de inkomsten uit de deeleconomie 4.000 EUR per jaar bedragen (onder het plafond), kunnen ze in aanmerking komen voor het belastingtarief van 20% (en van de forfaitaire aftrek).
  • Indien hij in 2018, via het erkend platform, 8.000 EUR per jaar verdient (boven het plafond), zullen zijn inkomsten van 2018 en deze van 2019 beschouwd worden als beroepsinkomsten en komen ze niet in aanmerking voor het specifieke stelsel. In dit geval zal hij zich moeten aansluiten bij een SVZ en zullen zijn sociale bijdragen berekend worden op basis van het totaal van zijn inkomsten uit de deeleconomie.

Invoegetreding

De fiscale en sociale maatregelen moesten in voege treden op 1 juli 2016. De reglementaire bepalingen die de erkenning van de platformen mogelijk maken, werden evenwel vastgelegd in januari 2017, met ingang op 24 januari 2017.

Bijgevolg kunnen het specifieke belastingstelsel en het nieuwe artikel 5ter van het KB nr. 38, dat nauw verbonden is met dit belastingstelsel, pas effectief toegepast worden vanaf de datum van erkenning van het elektronisch platform, waar de overeenkomsten met betrekking tot de diensten van de deeleconomie afgesloten worden.

Auteur: Compass

22/08/2017