De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk - Plus minus conto

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

De wetgeving staat afwijkingen op de ‘normale’ arbeidsduurgrenzen toe.

Het gaat hier meer bepaald over het systeem van de ‘Plus Minus Conto‘ ingevoerd door de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) - (artikelen 204 en volgende).

Een afwijkend systeem

Dit systeem staat variaties op de arbeidsroosters toe naargelang de cyclische schommelingen in de productie en dit over een referentieperiode die 6 jaar mag bedragen.

Om dit systeem in te voeren in een onderneming moet men:

  • aan een aantal voorwaarden voldoen;
  • een lange en ingewikkelde procedure volgen.

Bedoelde werkgevers

Tot 1 februari 2017, de datum waarop de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk van 5 maart 2017 in werking treedt, was het systeem voorbehouden voor de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die actief zijn in het bouwen en de assemblage van autovoertuigen en in de fabricage van onderdelen en toebehoren voor autovoertuigen en die ressorteren onder het paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw.

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk stelt dit systeem en de voordelen ervan op het vlak van flexibiliteit open voor alle werkgevers en werknemers van de privésector, zowel de industrie als de diensten, die met een sterke concurrentie op de internationale markt te kampen hebben.

Meer flexibiliteit

De flexibiliteit ingevoerd door het systeem heeft betrekking op de volgende punten:

  • vastleggen van de daglimiet op maximum 10u en weeklimiet op maximum 48u;
  • verlengen van de referentieperiode waarin de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur nageleefd moet worden tot maximum 6 jaar;
  • een interne grens vastleggen in de sectorale cao;
  • recht voor de betrokken werknemers op een maandloon bepaald op basis van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, ongeacht de omvang van de prestaties. Er is geen overloon wanneer het werk wordt uitgevoerd onder de voorwaarden ingevoerd door de collectieve overeenkomsten die het systeem invoeren.

Toepassingsvoorwaarden

Om in aanmerking te komen voor het systeem ‘Plus Minus Conto’, moesten de ondernemingen voldoen aan uiterst strenge voorwaarden. Deze werden sinds 1 februari 2017 versoepeld.

Deze voorwaarden zijn:

  1. behoren tot een sector die gekenmerkt wordt door een sterke internationale concurrentie;
  2. gekenmerkt worden door langdurige productie- of ontwikkelingscycli of die over meerdere jaren lopen, waardoor de gehele onderneming of een homogeen deel ervan geconfronteerd wordt met een langdurige, substantiële vermeerdering of vermindering van het werk;
  3. genoodzaakt zijn om een sterke stijging of daling van de vraag naar een nieuw ontwikkeld product of dienst op te vangen;
  4. kampen met specifieke economische redenen die het onmogelijk maken om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur na te leven binnen de referentieperiodes die zijn toegestaan door de arbeidswet van 16 maart 1971.

Een koninklijk besluit op voorstel van de NAR kan de vereiste kenmerken wijzigen of aanvullen.

De invoering van het systeem

De invoer van het systeem Plus Minus Conto berust op de onderhandeling en er werden verschillende ‘blokkades’ ingebouwd:  

  • afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst in de sector verbindend verklaard bij koninklijk besluit
  • erkenning van de sectorale motieven door de minister van Werk op gelijkluidend en unaniem advies van de NAR
  • afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst in de onderneming (ondertekend door alle vakbondsorganisaties)
  • positieve effecten op de werkgelegenheid
  • erkenning van de interne motieven (in de onderneming) door de minister van Werk op gelijkluidend en unaniem advies van de NAR.

Bron: artikelen 29 tot 31 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, B.S. 15 maart 2017.

Voor informatie in verband met de andere maatregelen, zie hier voor een compleet overzicht

Auteur: Brigitte Dendooven

22/03/2017