De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk - De vereenvoudiging van de deeltijdse arbeid (1)

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk vereenvoudigt en moderniseert bepaalde aspecten van het deeltijds werk.

De nadruk ligt op het verlichten van de administratieve verplichtingen die de werkgever moet vervullen op het vlak van:

  • de inhoud van het arbeidsreglement;
  • het opstellen van de arbeidsovereenkomst;
  • de maatregelen tot bekendmaking en controle van de prestaties.

Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Deze maatregelen treden niet in werking op 1 februari 2017 maar vanaf de 1e dag van de 7e maand nadat de wet gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, meer bepaald op 1 oktober 2017.

Er zijn overgangsbepalingen voorzien voor de werkgevers die vóór 1 oktober 2017 werknemers tewerkstellen met variabele deeltijdse roosters. Deze werkgevers beschikken vanaf 1 oktober 2017 over een bijkomende termijn van 6 maanden om de nieuwe bepalingen van de wet van 5 maart 2017 in hun arbeidsreglement op te nemen.

Tot de inwerkingtreding van het arbeidsreglement dat als dusdanig en uiterlijk op 31 maart wordt aangepast, blijven de oude regels van toepassing.

De bijkomende aanpassingstermijn geldt niet voor de werkgevers die vóór 1 oktober 2017 nog geen deeltijdse werknemers met een variabel rooster tewerkstellen.

De wet van 5 maart 2017 wijzigt niets aan het koninklijk besluit van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk.

Een koninklijk besluit - dat nog wordt voorbereid - zal het koninklijk besluit van 25 juni 1990 aanpassen en de bijkomende kredieturen zonder overloon gepresteerd door deeltijdse werknemers met een variabel rooster optrekken naar 3u14 per week in de referentieperiode, met een maximum van 168u.

Het arbeidsreglement

Het arbeidsreglement moet het begin en einde van de normale arbeidsdag vermelden, alsook het ogenblik en de duur van de rustpauzes, en de dagen waarop geen arbeid wordt verricht.

Variabele deeltijdse uurroosters

Vanaf 1 oktober 2017 wordt de verplichting om deze aanduidingen afzonderlijk te vermelden voor elke variabele deeltijdse arbeidsregeling afgeschaft door de wet van 5 maart 2017: het arbeidsreglement moet niet langer de verschillende (en meerdere) variabele arbeidsroosters bevatten.

Deze verplichting wordt voor de werknemers met een variabel arbeidsrooster vervangen door de verplichting om in het arbeidsreglement; een ‘algemeen tijdelijk kader’ te voorzien dat volgende elementen vermeldt:

  • het dagdeel waarin arbeidsprestaties vastgelegd kunnen worden;
  • de dagen van de week waarop arbeidsprestaties vastgelegd kunnen worden; 
  • de minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur. Als het aantal uren ook variabel is, moet de werkgever ook de minimale en maximale wekelijkse arbeidsduur vermelden.

de wijze waarop en de termijn waarbinnen deeltijdse werknemers op de hoogte worden gebracht van hun arbeidsroosters.

Het bericht moet de individuele arbeidsroosters bevatten en moet in ieder geval schriftelijk worden opgesteld en worden gedateerd door de werkgever, zijn aangestelden of zijn volmachthouders; het moet ten minste 5 werkdagen vooraf op betrouwbare, passende en toegankelijke wijze aan de deeltijdse werknemers worden bekendgemaakt.

De termijn van 5 dagen kan aangepast worden door een collectieve arbeidsovereenkomst die verplicht verbindend is verklaard bij koninklijk besluit, zonder evenwel korter te zijn dan de termijn van één werkdag.

De arbeidsroosters mogen individueel of collectief meegedeeld worden op voorwaarde dat de arbeidsroosters afzonderlijk worden vastgelegd voor elke werknemer.

Het kan gaan om een elektronisch bericht (nieuw) of een bericht op papier.

Vaste deeltijdse uurroosters

Momenteel moet het arbeidsreglement alle vaste deeltijdse arbeidsroosters van kracht in de onderneming vermelden.

Wanneer er volgens een cyclus gewerkt wordt, waarvan de arbeidsroosters vermeld worden in het arbeidsreglement en die loopt over meer dan één week, dan moet het arbeidsreglement eveneens de vaste volgorde van de dagelijkse arbeidsroosters vastleggen.

Vanaf 1 oktober 2017 zal het niet langer verplicht zijn om alle toepasselijke vaste arbeidsroosters in het arbeidsreglement te vermelden.

De arbeidsovereenkomst, de bekendmakingsregels en de opvolging van de controle van de prestaties zullen deze verplichting in zekere zin vervangen (lager).

De schriftelijke arbeidsovereenkomst

De arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet voor iedere werknemer afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer start met de uitvoering van zijn overeenkomst. Deze regel bestaat reeds.

Deze overeenkomst moet de arbeidsregeling vermelden (de arbeidsduur per week) en het overeengekomen arbeidsrooster (de gepresteerde dagen en uren).

- Het arbeidsrooster kan vast zijn: een vast arbeidsrooster legt op voorhand exact de arbeidsdagen en -uren vast.

Het kan gaan om een vast arbeidsrooster gekoppeld aan een vaste wekelijkse regeling of een regeling georganiseerd volgens een cyclus (een opeenvolging van dagelijkse arbeidsroosters in een vaste volgorde vastgelegd in de overeenkomst) over een periode van meer dan een week. Op elk ogenblik moeten we kunnen vaststellen wanneer de cyclus begint.

Voorbeeld

Even weken

Oneven weken

Maandag

Van 7u tot 11u

Dinsdag

Van 7u tot 11u

Van 7u tot 12u

Woensdag

Van 7u tot 11u

Van 7u tot 12u

Donderdag

Van 7u tot 11u

Van 7u tot 12u

Vrijdag

Van 7u tot 12u

Zaterdag

Zondag

Totaal

16 u

20 u

- Het deeltijds arbeidsrooster kan variabel zijn: de werkdagen en werkuren liggen niet op voorhand vast.

Het toepasselijke arbeidsrooster wordt vastgelegd volgens de regels vastgelegd in het arbeidsreglement (het algemene tijdskader).

In afwijking op het principe volgens hetwelk het schriftelijk document de arbeidsregeling en het arbeidsrooster bevat, moet er enkel vermeld worden dat enerzijds het arbeidsrooster bepaald zal worden in overeenstemming met het algemeen kader voorzien in het arbeidsreglement en anderzijds de deeltijdse arbeidsregeling die overeengekomen werd.

Er kan een variabel uurroosters overeengekomen worden:

  • met een vaste wekelijkse duur. De wekelijkse duur blijft ongewijzigd (bv 20u/week) maar de gepresteerde dagen en uren liggen niet exact op voorhand vast.
  • of met naleving van een gemiddelde wekelijkse duur binnen een referentieperiode (bv. 20u per kwartaal). De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur berekend volgens de regels vastgelegd in artikel 26bis, §1, lid 7 van de wet van 16 maart 1971 moet gemiddeld gerespecteerd worden binnen een referentieperiode van een kwartaal. Een collectieve arbeidsovereenkomst of, bij gebrek hieraan, het arbeidsreglement kan deze referentieperiode verlengen tot maximum een jaar.

Indien er geen schriftelijk document is in overeenstemming met wat er voorafgaat (gebrek aan schriftelijk document, laattijdig schriftelijk document, ontbreken van verplichte vereiste vermeldingen) kan de werknemer de deeltijdse arbeidsregeling en het arbeidsrooster kiezen die voor hem het gunstigste zijn uit diegene die toegepast worden in de onderneming.

Schematisch - Vanaf 1 oktober 2017

Type arbeidsrooster

Meldingen in de arbeidsovereenkomst

Vast arbeidsrooster

arbeidsrooster + arbeidsregeling

Variabel arbeidsrooster

arbeidsregeling + variabel arbeidsrooster vastgesteld overeenkomstig het algemene tijdelijke kader van het arbeidsreglement van toepassing voor de variabele deeltijdse arbeidsroosters

Bron: artikelen 56 tot 67 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, B.S. 15 maart 2017.

Voor informatie in verband met de andere maatregelen, zie hier voor een compleet overzicht

Auteur: Brigitte Dendooven

27/03/2017