De indexsprong treedt pas eind april 2015 in werking: herhaling van de principes

Auteur: Olivier Henry
Datum:

De wet die de indexsprong doorvoert wordt momenteel onderzocht in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze wet pas na de Paasvakantie worden goedgekeurd en in werking treden op de dag dat hij gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad.

Wat is de 'indexsprong'?

Als we naar het principe kijken gaat het om de bevriezing van de loonindexering. Op die manier besparen de werkgevers 2% loonsverhoging die ze wel hadden moeten toekennen wanneer geen indexsprong zou zijn doorgevoerd.

De winst voor de ondernemingen wordt op 2,9 miljard geraamd. De winst in termen van jobs is minder makkelijk te becijferen, maar de Nationale Bank gaat ervan uit dat door de indexsprong zo'n 33.000 nieuwe banen kunnen worden gecreëerd.

De indexsprong zal zowel de privésector als de openbare ambtenaren en de uitkeringsgerechtigden treffen.

De wet die de indexsprong doorvoert wordt momenteel onderzocht in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Naar alle waarschijnlijkheid zal deze wet pas na de Paasvakantie worden goedgekeurd en in werking treden op de dag dat hij gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad.

Wat gaat er concreet gebeuren?

In België steunt het indexeringsmechanisme op de afgevlakte gezondheidsindex, d.w.z. de gemiddelde waarde van de laatste 4 maanden van de index van de consumptieprijzen, berekend op basis van de prijsevolutie van zo'n 600 goederen en diensten, met uitzondering van alcohol, tabak en brandstof.

Deze afgevlakte gezondheidsindex moet dus de evolutie van de levenskosten weerspiegelen. Vandaag dient hij als basis voor de automatische loonindexering. In de openbare sector bijvoorbeeld worden de lonen met 2% verhoogd in de tweede maand volgend op de maand waarin deze afgevlakte gezondheidsindex een bepaalde spilindex overschrijdt. De sociale uitkeringen worden een maand vroeger dan de wedden van de ambtenaren geïndexeerd.

Technisch gezien wordt de indexsprong op de volgende manier ingevoerd:

  • de regering heeft besloten om de afgevlakte gezondheidsindex op het niveau van maart 2015 (= 100,66) te bevriezen vanaf april 2015;
  • vanaf april 2015 wordt er een referentie-index gecreëerd die gelijk is aan de afgevlakte gezondheidsindex vermenigvuldigd met 0,98;
  • de periode gedurende dewelke de indexeringen geblokkeerd worden, loopt af wanneer deze referentie-index met 2 % gestegen is en dus 100,66 heeft overschreden.  Het ogenblik van de overschrijding vindt plaats in de zogenaamde 'referentiemaand';
  • vanaf deze referentiemaand zal de referentie-index verdwijnen en zal er in de verschillende indexeringssystemen met de nieuwe afgevlakte gezondheidsindex gewerkt worden.   Deze nieuwe afgevlakte gezondheidsindex zal gelijk zijn aan het gemiddelde van de laatste 4 gezondheidsindexen, vermenigvuldigd met 0,98.

Op basis van de meest recente verwachtingen van het Federale Planbureau zou de spilindex begin 2016 worden overschreden. Dit betekent dus dat er volgend jaar geen verhoging met 2% zal zijn. Volgens een redelijke inflatieverwachting zullen we zeer waarschijnlijk tot begin 2018 of zelfs nog langer moeten wachten vooraleer de sociale uitkeringen (en ook het interprofessionele gemiddelde maandelijkse minimuminkomen) en de wedden van de ambtenaren zullen worden aangepast aan de levenskosten.

In de verschillende takken van de privésector zal het iets gecompliceerder zijn om de beslissing van de regering tot uitvoering te brengen.

De meeste paritaire comités passen namelijk niet hetzelfde systeem toe als dat voor de sociale uitkeringen en de wedden in de openbare sector. In bepaalde sectoren geldt een loonindexering op een vaste datum: jaarlijks, maandelijks, tweemaandelijks, driemaandelijks of zesmaandelijks. De verhoging die moet worden toegepast is niet altijd 2% en geldt ook niet altijd voor het volledige loon.

In de paritaire comités die een loonindexering voorzien in functie van de overschrijding van een spilindex, zullen de indexeringen tot de referentiemaand geblokkeerd worden. Hierna zal de nieuwe afgevlakte gezondheidsindex gebruikt worden voor de toekomstige indexeringen (zie hoger).

Opgelet! In de paritaire comités die op een vast ogenblik (maar niet maandelijks) indexeren, zal gedurende de periode van bevriezing evenwel nog een gedeeltelijke indexering gebeuren door toepassing van de sectorale indexeringsmechanismen.

Voorbeeld: in PC nr. 200 (ex- PC nr. 218 sinds 01.04.2015) zullen de lonen op 01.01.2016 nog met 0,43 % worden geïndexeerd op basis van de sectorale indexeringsformule. Daarna zal zeer waarschijnlijk tot 1 januari 2018 moeten worden gewacht voor de volgende indexering die wellicht maar een zeer klein percentage zal bedragen.

Hieronder vindt u alle sectoren waarop in de komende maanden een gedeeltelijke indexering van toepassing is.

Nr. PC

Datum

Percentage van de indexering

Lonen waarop dit van toepassing is

109

01/10/2015

+0,11 %

Minimum- en effectieve lonen

110

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

111.01 t.e.m. 03

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

112

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

113.04

01/07/2015

+0,13 %

Minimum- en effectieve lonen

118.01 tem 22

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

119.01 tem 03

01/01/2016

+0,43 %

Minimum- en effectieve lonen

121

01/07/2015

+0,43 %

Minimum- en effectieve lonen

129

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

136

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

140.01 (garagepers. autobussen en autocars)

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

140.01 (rijdend pers. autocars)

01/10/2015

+0,41 %

Minimum- en effectieve lonen

140.03

01/01/2016

+0,40 %

Minimum- en effectieve lonen (ten belope van de verhoging van de minimumlonen voor het rijdend en niet-rijdend pers.)

140.04

01/01/2016

+0,40 %

Minimum- en effectieve lonen

140.05 (garagepers.)

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

140.05 (rijdend pers.)

01/12/2015

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

142.01

01/01/2016

+0,40 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

142.04

01/01/2016

+0,40 %

Minimum- en effectieve lonen

144

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

145.01 tem 05

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

149.01

01/01/2016

+0,40 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

149.02

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

149.03

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

149.04

01/02/2016

+0,27 %

Minimumlonen (+ spanningen) en effectieve lonen

200 (ex- PC 218)

01/01/2016

+0,43 %

Minimum- en effectieve lonen

209

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

215

01/10/2015

+0,11 %

Minimum- en effectieve lonen (ten belope van de verhoging van de minimumlonen)

220

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

221

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

222

01/07/2015

+0,19 %

Minimum- en effectieve lonen

302

01/01/2016

+0,47 %

Minimum- en effectieve lonen

306

01/01/2016

+0,40 %

Minimumlonen

323

01/01/2016

+0,43 %

Minimum- en effectieve lonen

333

01/01/2016

+0,43 %

Minimum- en effectieve lonen

Tot slot merken we op dat eventuele negatieve loonindexeringen tijdens de periode van bevriezing niet zullen worden toegepast teneinde de nettoinkomsten van de werknemer te garanderen.

Auteur: Olivier Henry

14/04/2015