De hervorming van de loonnorm

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

De wet op de loonnorm werd hervormd.
Op 29 maart 2017 werd de wet van 19 maart 2017 gepubliceerd tot wijziging van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op het mechanisme aan de hand waarvan de norm wordt bepaald. Deze treden in werking op 1 januari 2017.

Voor de periode 2017-2018 werd de loonnorm bepaald door de cao nr. 119 gesloten op 21 maart 2017 binnen de NAR.

Voor deze twee jaren werd de loonnorm vastgelegd op 1,10%. Deze marge staat los van de indexeringen en baremieke verhogingen die gegarandeerd blijven zoals in het verleden.

Het begrip ‘loonnorm’

De loonnorm wordt tweejaarlijks vastgelegd. Ze bepaalt de marge waarmee de lonen in de privésector en in sommige economische overheidsbedrijven mag stijgen.

De bedoeling is dat de loonkosten in België niet sneller mogen stijgen dan bij onze belangrijkste handelspartners, onze buurlanden, namelijk Frankrijk, Nederland en Duitsland.

De hervorming en de bepaling van de norm

  • Er wordt rekening gehouden met de toekomst én het verleden. Er wordt niet enkel rekening gehouden met de verwachte loonkostenontwikkeling in de drie buurlanden maar ook met de ontwikkeling van de loonkost in België sinds 1996. Er werd een correctieterm ingevoerd.
  • Er werd ook een veiligheidsmarge ingebouwd om eventuele (positieve of negatieve) inschattingsfouten te kunnen corrigeren. Deze marge bedraagt een 25% van de beschikbare marge van minimum 0,5%. Als de veiligheidsmarge geheel of gedeeltelijk ongebruikt blijft, komt dit bovenop de volgende loonmarge. Ze gaat niet verloren en vloeit terug naar de werknemers.
  • De lastenverlagingen van de regering kunnen niet worden omgezet in loonsverhogingen. De tax shift (de verlaging van de patronale socialezekerheidsbijdragen, met uitzondering van de bijdrageverminderingen van het competitiveitspact) en 50% van de toekomstige lastenverlaging zullen gebruikt worden om de loonhandicap in België weg te werken.
  • Als de Belgische lonen minder snel zouden evolueren dan in de buurlanden, dan zal 50% van deze voorsprong ook moeten dienen om de historische handicap te verminderen.

De loonkosten

Het begrip loonkosten werd gedefinieerd als de totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan werknemers verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode hebben verricht, zoals vermeld in de bijlage A, hoofdstuk 4, punt 4.02 van Europese Verordening 549/2013 van 21 mei 2013.

In dit reglement bestaat het loon van loontrekkenden uit de volgende componenten:

a) brutowedden en -lonen in geld en in natura

b) sociale premies ten laste van de werkgevers:

  • werkelijke sociale premies ten laste van werkgevers,
  • werkelijke pensioenpremies ten laste van werkgevers,
  • werkelijke niet-pensioenpremies ten laste van werkgevers,
  • toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers:
  • toegerekende pensioenpremies ten laste van werkgevers,
  • toegerekende niet-pensioenpremies ten laste van werkgevers,

Controle van de norm

Wanneer sociale partners zich willen vergewissen van de conformiteit van een ontwerp van collectieve overeenkomst met de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling, kunnen zij de algemene directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid om advies vragen.

Deze ‘ruling’ is niet mogelijk wanneer het gaat om een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst; een onderneming kan geen interne collectieve overeenkomst ter controle voorleggen aan de FOD Werkgelegenheid.

De wet legt helemaal geen methodologie vast voor de naleving van de loonnorm; er kan een controle gebeuren op basis van de gegevens van de RSZ en de jaarrekening neergelegd bij de Nationale Bank.

Berekening van de norm

De sectoren hebben tot 15 mei 2017 om te onderhandelen over sectorale akkoorden binnen de marge. Enkel wanneer ‘er nog iets overblijft’ kan de marge geconcretiseerd worden op het niveau van de onderneming.

Op het niveau van de onderneming baseert men zich op de gemiddelde loonkost: de loonkost van een individuele werknemer kan vrij stijgen voor zover de gemiddelde loonkost per werknemer (uitgedrukt in voltijdse equivalenten) binnen de onderneming niet meer stijgt dan de loonnorm.

Zowel op het niveau van de sector als op het niveau van de onderneming moet er zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de specifieke economische toestand van de sector, het in stand houden en scheppen van werkgelegenheid en het concurrentievermogen.

Er moet ook rekening worden gehouden met de reële kost van alle weerhouden maatregelen.

De wet wijzigt niets aan de elementen die niet meetellen voor de berekening van de marge (artikel 10 van de wet van 26 juli 1996 is niet gewijzigd).

Sancties

Het niet naleven van de loonnorm geeft aanleiding tot een administratieve boete van € 250 tot € 5000 (zonder toepassing van opdeciemen).

Dit bedrag moet vermenigvuldigd worden met het aantal werknemers in kwestie met een maximum van 100 werknemers.

De boete kan maximaal € 500.000 betalen.

Bronnen: wet van 19 maart 2017 tot wijziging van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, B.S. 29 maart 2017 ; Wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, B.S. 1 augustus 1996 ; Cao nr. 119 gesloten op 21 maart 2017 binnen de NAR.

Auteur: Brigitte Dendooven

11/04/2017