De bijdrageplicht sociale zekerheid wordt gelijkgeschakeld voor alle overeenkomsten alternerend leren

Auteur: Els Poelman
Datum:

De overheid gaat verder met het invoeren van een gemeenschappelijke sokkel voor alle vormen van alternerend leren en werken. Na de gelijke behandeling in Dimona (zie Infoflash van 30 januari 2013) is het nu de beurt aan een gelijkvormig sociaal statuut.

Vanaf 1 januari 2013 is de onderwerping aan sociale bijdragen identiek voor deze overeenkomsten, erkend door de bevoegde overheid:  

  1. leerovereenkomst middenstand;
  2. gecontroleerde leerverbintenis;
  3. stage-overeenkomst in het kader van de vorming tot ondernemingshoofd;
  4. industriële leerovereenkomst;
  5. overeenkomst voor socioprofessionele inpassing in het kader van het secundair onderwijs met verminderd leerplan;
  6. inpassings- of opleidingsovereenkomst in het kader van het secundair onderwijs met beperkt leerplan, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het alternerend secundair onderwijs;
  7. beroepsinlevingsovereenkomst.

Punt 6 en 7 zijn nieuw vanaf 1 januari 2013.

De nieuwe opsomming bestaat uit een inventaris van bestaande overeenkomsten (federaal en regionaal) en een “generieke” definitie die toekomstige overeenkomsten kan insluiten. Voortaan volgen al deze vormen van alternerend leren en werken dezelfde regels qua onderwerping aan sociale bijdragen.  De nieuwe regeling geldt vanaf 1 januari 2013 voor alle betrokken overeenkomsten, ongeacht hun ingangsdatum.

De werkgeversbijdrage (basisbijdrage per kwartaal) voor al deze overeenkomsten is als volgt geregeld:

  • Tot 31 december van het jaar van de 18e verjaardag

Onderwerping aan de regeling jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen, beroepsziekten, kinderopvang en asbestfonds:  1,38% (bedienden) of 7,38% (arbeiders).

Er is geen recht op de structurele vermindering, maar wél op de algemene doelgroepvermindering voor jongeren.

  • Vanaf 1 januari van het jaar van de 19e verjaardag

Onderwerping aan alle takken van de sociale zekerheid. 32,38% (bedienden) of 38,38% (arbeiders).

Er is recht op de structurele vermindering. Bovendien worden al deze overeenkomsten gekwalificeerd als een startbaanovereenkomst. Er is dus een bepaald aantal kwartalen, en maximaal tot het kwartaal van de 26e verjaardag,  ook recht op de doelgroepvermindering startbaanjongeren mits de geëigende voorwaarden zijn voldaan. Voor de nieuw toegevoegde overeenkomsten (6 en 7 in de opsomming) is deze kwalificatie nog niet wettelijk geregeld, maar de RSZ zal ze in elk geval toepassen vanaf het eerste kwartaal 2013.

Aandacht!    Zijn niet betrokken bij deze bijdrageplicht: 

  • schoolstages: hiervoor blijven de principes onveranderd;
  • overeenkomsten die buiten de omschrijving van de reglementering vallen (1 tot 7 hierboven), inzonderheid wanneer de band met het onderwijs ontbreekt;
  • overeenkomsten waarbij de werkgever enkel een aanvulling betaalt bij een sociale uitkering, die dus niet als loon wordt gekwalificeerd.

Zijn bijvoorbeeld niet onderworpen: instapstages, individuele beroepsopleidingen waarbij de werkloosheidsuitkering wordt doorbetaald.

Rechtsbron: Koninklijk Besluit van 11 februari 2013 tot aanvulling van artikel 4 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 18 februari 2013.

Auteur: Els Poelman

08/03/2013