De Arbeidsdeal, het nieuwe Zomerakkoord

Auteur: Yves Stox
Datum:

De regering-Michel sloot dit jaar opnieuw een zomerakkoord. Dat nieuwe zomerakkoord brengt maar liefst 28 maatregelen in stelling om de jobcreatie te stimuleren, een hele rist.

Wij pikten de meest relevante maatregelen er voor u uit. Want niet elke maatregel uit het Zomerakkoord 2018 heeft een directe impact op uw personeelsbeleid.

Een aantal maatregelen moeten al starten op 1 januari 2019. Voor andere is er nog geen datum geprikt. Soms herkent u een maatregel misschien zelfs uit het Zomerakkoord 2017.

De plannen zijn niet altijd even concreet en heel wat details ontbreken nog. Wij houden u verder op de hoogte.

Het mobiliteitsbudget

1. Het mobiliteitsbudget stond al langer gepland, maar nu is het er eindelijk. Eerder had de regering al de mobiliteitsvergoeding of cash-for-car gerealiseerd. Het mobiliteitsbudget is tegelijk de eerste concrete maatregel uit de arbeidsdeal die op de ministerraad werd goedgekeurd.

Vanaf 1 oktober 2018 kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen, en krijgen in ruil een mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget wordt ook toegankelijk voor werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen. Het initiatief voor het invoeren van het mobiliteitsbudget ligt bij de werkgever.

Maatregel vanaf 1 januari 2019 

2.Tijdskrediet – Tijdskrediet eindeloopbaan/landingsbaan geeft de werknemer die het einde van de loopbaan nadert, de mogelijkheid om de prestaties te verminderen tot aan het pensioen. Nu kan deze vorm van tijdskrediet vanaf 55 jaar. Vanaf 1 januari 2019 wordt de leeftijd algemeen verhoogd tot 60 jaar.

3. Tijdskrediet – Tijdskrediet om een erkende opleiding tot een knelpuntberoep te volgen, wordt vanaf 1 januari 2019 verhoogd van 36 maanden tot 48 maanden.

4. SWT – De regering wil SWT ontmoedigen. Vanaf 1 januari 2019 wordt de werkgever verplicht om voor iedere SWT-rechthebbende bij herstructurering, die een opleiding in een knelpuntberoep volgt, minimaal 3600 € financieel ten laste te nemen.

5. Landingsbaan – U kunt als werkgever een compenserende vergoeding toekennen aan een oudere werknemer die loonverlies lijdt als gevolg van een maatregel tot verlichting van de werklast (bijvoorbeeld de omschakeling van ploegen- en nachtarbeid naar dagarbeid). U bent geen RSZ-bijdragen verschuldigd op de premie die u toekent aan werknemers van minstens 58 jaar ter verlichting van hun werklast. De vergoeding “zachte landingsbaan” moest worden vastgesteld door een sector-cao of een ondernemings-cao, of door een wijziging van het arbeidsreglement.

Vanaf 1 januari 2019 heeft de werknemer een individueel recht om een “zachte landingsbaan” te vragen. De afspraken tussen werknemer en werkgever moeten wel nog steeds worden onderhandeld en vastgelegd in de individuele arbeidsovereenkomst.

6. SWT – Ontslagen werknemers die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 62 jaar of ouder zijn én die een loopbaan van 40 jaar hebben, kunnen toetreden tot SWT algemeen stelsel. (De loopbaanvoorwaarde voor vrouwen verhoogt geleidelijk naar 40 jaar tegen 2024.) Vanaf 1 januari 2019 wordt de loopbaanvoorwaarde verhoogd tot 41 jaar.

7. SWT – De leeftijdsvoorwaarde voor SWT herstructurering wordt verhoogd tot 59 jaar vanaf 1 januari 2019. Vanaf 1 januari 2020 wordt de leeftijdsvoorwaarde opgetrokken tot 60 jaar.

Maatregel op langere termijn – Geen concrete datum

Een concrete datum is nog niet voorhanden, maar toch zijn de maatregelen al relatief duidelijk.

8. Positieve discriminatie – Discriminatie is verboden. Dat geldt in de regel ook voor positieve discriminatie. De regering wil meer rechtszekerheid voor werkgevers die positieve acties ondernemen ten aanzien van risicogroepen (jongeren, laaggeschoolden, 55-pluswerknemers, mensen uit etnische minderheidsgroepen of migranten).

9. Arbeidsovereenkomst beëindiging – Een werkgever die een arbeidsovereenkomst beëindigd wegens medische overmacht, moet de outplacementbegeleiding van de werknemer betalen ter waarde van 1.800 € of financieren via het sectorale fonds. Voorwaarde is wel dat de werknemer niet medisch ongeschikt wordt verklaard voor een eventuele terugkeer naar de arbeidsmarkt.

10. Arbeidsovereenkomst beëindiging – U ontslaat een werknemer zonder opzegtermijn. Dan moet hij of zij zich binnen een maand na de kennisgeving van het ontslag laten inschrijven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Het zou best kunnen dat u als werkgever verplicht wordt om de werknemer te informeren in de ontslagbrief.

11. Arbeidsovereenkomst beëindiging – Wanneer een werknemer wordt ontslagen moet hij een opzegtermijn uitdoen of ontvangt hij een ontslagvergoeding. Binnenkort zal de ontslagen werknemer kunnen vragen om een derde van zijn ontslagvergoeding te besteden aan een opleiding. In dat geval kan hij van fiscale en parafiscale voordelen genieten. Om die opleiding te kunnen volgen zou, in overleg met de werkgever, de duur van de opzegtermijn ook kunnen verkort worden.

12. Arbeidsongeschikt – Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vervalt vanaf de eerste dag van de maand na die waarin men de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. De werknemer die na de pensioenleeftijd blijft doorwerken en arbeidsongeschikt wordt, heeft recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tot aan de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de werknemer arbeidsongeschikt werd. In de toekomst zal wie na 65 jaar blijft werken, een uitkering kunnen ontvangen voor maximaal 6 maanden.

Een oude bekende uit het Zomerakkoord 2017

13. Starterjobs – Met de starterjobs of het startersloon wil de regering de aanwerving van jonge werknemers van 18 tot 21 jaar bevorderen. In het zomerakkoord 2017 besliste de regering om werkgevers toe te staan het brutoloon te verminderen met 6% bij een leeftijd van 20 jaar, met 12% bij een leeftijd van 19 jaar en met 18% bij een leeftijd van 18 jaar. Als compensatie betaalt de werkgever een nettovergoeding aan de jongere. In de praktijk best een complexe maatregel, zo bleek al gauw. De regering geeft niet op. De concrete wijzigingen zijn nog niet duidelijk. Duidelijk is wel dat aan het nettoloon van de jongere niet wordt geraakt.

Nog meer plannen voor de toekomst

Andere maatregelen vergen soms nog wat studiewerk. Alle beslissingen zijn zeker nog niet genomen.

14. Sociale maribel – Tegen 1 november 2018 wil de regering de toewijzing van de sociale maribel-budgetten evalueren. Het doel is om budgetten uit te trekken voor de opleiding van nieuwe werknemers in de gezondheidssector.

15. Arbeidsmarkt – De sociale partners lijsten de kritieke functies en knelpuntberoepen op per paritair comité, en gaan na welke functies door de digitalisering worden bedreigd.

16. Opleiding – De sectorale fondsen gaan na hoe hun opleidingsbeleid, kan verbeteren (in het bijzonder voor de knelpuntberoepen).

17. Opleiding – Het stimuleren van werkgevers om te investeren in de opleiding van werknemers op lange termijn. Hoe dat concreet zal verlopen, is nog niet duidelijk.

18. Opleiding – De regering wil werknemers aanmoedigen om een opleiding na een ontslag te volgen.

19. SWT – De regering wil dat de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling in hun activeringsbeleid bijzondere aandacht geven aan de rechthebbenden op SWT die een knelpuntberoep kunnen invullen.

20. Arbeidsmarkt – De regering wil de lonen koppelen aan competentie en productiviteit in plaats van aan leeftijd. De concrete agenda van deze hervorming moet nog worden bepaald.

21. Overuren fiscaliteit – De regering onderzoekt de uitbreiding van het aantal overuren dat recht geeft op belastingverminderingen van 130 tot 184 uur, dit in de sectoren die sterk zijn getroffen door de problematiek van de knelpuntberoepen.

Auteur: Yves Stox

06/08/2018